Bärtsch in België

Het concert als universele eredienst

Af en toe staat het in de geschreven pers. Dat we sinds het omarmen van de moderniteit en de bijhorende mogelijkheden zijn vervreemd van onze rituelen. Wat eens een houvast was voor het fundamentele gebrek aan houvast dat nu eenmaal bij het leven hoort – de willekeur van het noodlot – hebben we ingeruild voor ratio, voor kwantificeerbaar succes, voor bucket lists of voor een schijnbestaan op een (zogezegd) sociaal medium.

Het klinkt echter dat we inmiddels hebben ingezien dat we iets missen wanneer we ons overgeven aan de maalstroom van rigide wetenschap, hebzucht of digitaal vrienden verzamelen. We missen, in dat altijd opnieuw cultiveren van het individuele, een samenhorigheid om in op te lossen. Misschien missen we wel dat wekelijkse moment in de kerk, toen we aan gemeenschapsvorming deden door samen te zingen?

Niets mis met het afzwaaien van de katholieke kerk, want voor de moraal hebben we tegenwoordig seculiere filosofen genoeg, en voor wat we niet begrijpen kloppen we bij natuurkundigen aan. Voor het vormen van een nieuwe collectiviteit hebben we sinds het opdoeken van de religie evenwel geen nieuw medium gevonden. Een idee, al door velen geopperd: kan muziek misschien het instrument zijn om opnieuw groepen te vormen? Kunnen we via de esthetische ervaring terug echt samen-zijn?

Wie zich met regelmaat naar de concertzaal begeeft, weet dat dit retorische vragen zijn. En dat geldt ook voor pianist Nik Bärtsch, die de rituele dimensie van muziek doorheen zijn loopbaan heeft onderzocht. De Zwitser heeft de concepten die achter zijn stijl schuilgaan geleend van een Japanse volkswijsheid. Zo wordt ginder beweerd dat herhaling zich dankzij de aandacht dynamisch ontwikkelt. Meer concreet: wie zich in een ambacht oefent, zal het ambachtelijke aspect uiteindelijk overstijgen omdat repetitie zichzelf uiteindelijk zal uitdiepen.

Precies dat procedé ligt ten grondslag aan Bärtsch’ visie: door cellen voortdurend te herhalen, tekenen zich na verloop van tijd andere patronen af – soms in werkelijkheid, soms slechts in de geest van de luisteraar. Inderdaad is het zo dat de toehoorder doorheen een performance van Bärtsch en co anders gaat luisteren. De ervaring is enerzijds vollediger, want het bewustzijn van de gestapelde lagen is groter. Anderzijds wordt het inzicht in wat er gebeurt als het ware gereduceerd, herleid tot slechts één fragment waarop de concentratie zich zodanig toespitst dat alle omlijsting lijkt weg te vallen.

De trance die Bärtsch opwekt heeft paradoxaal genoeg als gevolg dat de focus zich simultaan verbreedt én vernauwt. Dit al naargelang het moment, het gedeeld gemoed van het luisterend publiek en uiteraard de eigen psychische gesteldheid. Bärtsch live aan het werk horen, is dan ook een unieke gelegenheid om te ervaren dat een muzikant iets wezenlijk kan doen met de overgave die hij van een publiek krijgt. De Zwitser speelt live nooit van op een ivoren toren, maar probeert iets te beroeren dat leeft tussen de concertgangers.

Bärtsch benoemt bij wijze van spreken het raadselachtige zwijgen van diegenen die zijn muziek ondergaan, echter zonder zich uit het lood te laten slaan. Onder wat voor omstandigheden dan ook, klampt hij zich vast aan zich herhalende structuren, die nu eenmaal zijn vocabularium uitmaken. Wie dat graag aan den lijve wil ondervinden, kan deze week op twee plaatsen terecht. In het kader van het Brussels Jazz Festival doet Bärtsch met zijn ensemble Mobile Extended aanstaande vrijdag immers Flagey aan. In uitgedund formaat zakt hij met Mobile daags nadien af naar de Gentse Handelsbeurs.

Op beide dagen zal er ongetwijfeld geput worden uit materiaal van ‘Continuum’, Bärtsch jongste release bij ECM. Na vier albums met Ronin, een band die meer de richting van dansbare grooves en funk uitging, dook hij deze keer in de studio met wat een ouder project van de toetsenist is. Hitsige ritmes, een onweerstaanbare puls, catchy motieven die als een perpetuum mobile worden aangewend en worden geïntensifieerd, zijn de band niet vreemd. Er zijn niettemin ook meer bezadigde composities, waarin muziek vanuit klank zogezegd ‘ontgonnen’ wordt.

Wat aanvankelijk louter geluid is, ontpopt zich tot een meeslepend narratief, waarvan de rudimentaire bouwstenen onderweg betekenis hebben gekregen. Hoe ingrediënten tijdens  de muzikale bereiding op smaak worden gebracht: Bärtsch, (contra)basklarinettist Sha, percussionist Kasper Rast en zijn collega Nicolas Stocker laten zien (en vooral horen) hoe dat gaat. Voor sommigen een onweerstaanbare trip met ultieme vervoering als gegarandeerd resultaat, voor andere een slaapverwekkend uitje: Bärtsch verdeelt het publiek, zoveel is zeker. En wie niet waagt…

Copyright foto: Martin Moell