Bariton in Brussel

Matthias Goerne, kind van alle tijden

Het lijkt erop dat de Duitse bariton Matthias Goerne tegenwoordig overal tegelijk is. Zijn jongste opname voor Harmonia Mundi met Brahms-liederen ging nog over eenieders lippen toen zijn vertolking van Wotan in Wagners ‘Die Walküre’ insloeg als een bom. Inmiddels liet hij nog bewerkingen van Mahler-liederen door Luciano Berio op de wereld los, alsook kondigde Goerne aan dat er binnenkort opnieuw werk van Bach uit zijn mond te horen zal zijn. En alsof dat allemaal nog niet heterogeen genoeg is, resideert de zanger momenteel een paar dagen in Brussel om Schuberts drie belangrijkste liedcycli uit te voeren. Hij zal, gespreid over drie avonden, ‘Die schöne Müllerin’, ‘Winterreise’ en ‘Schwanengesang’ interpreteren, om overdag nog snel een masterclass te geven. Of de man ooit vrijaf neemt, is niet bekend.

Enkele weken geleden bundelde Harmonia Mundi de Schubert-opnames die Goerne tussen 2007 en 2012 realiseerde. Een integrale serie werd dat niet, want de complete catalogus van de componist bestaat uit honderden liederen. Toch heeft Goerne niet in het wilde weg geselecteerd. Per album koos hij composities uit die hem na aan het hart lagen, en die samen een soort bundel zouden kunnen vormen. Goerne creëerde kortom een fictief narratief, kwestie van het publiek via een afgelijnd en coherent recital in Schuberts weelde onder te dompelen. Strikte chronologie of nauwe thematische afbakeningen wilde de bariton vermijden, om integendeel te kiezen voor een artistieke formule die kon ademen. Goerne’s reis doorheen Schuberts oeuvre werd op die manier telkens weer een verrassing, omwille van de prikkelende keuzes en de originele context. Schuberts drie legendarische bundels werden echter onaangeroerd gelaten. Zij vormen op zich immers een consistent verhaal, waar Goerne simpelweg repsect voor heeft opgebracht.

Een zanger hangt vast aan zijn stem, maar niet aan een vast begeleider. Grasduinen in verschillende kleuren deed Goerne door in totaal zeven pianisten te overtuigen om met hem naar de studio te trekken. Dat brengt een wonderlijke verbreding van het spectrum met zich mee, én het werkt creativiteit in de hand. Elisabeth Leonskaja, Eric Schneider, Helmut Deutsch, Ingo Metzmacher, Alexander Schmalcz, Andreas Haefliger en Christoph Eschenbach waren de uitverkorenen, waarbij die laatste Goerne mocht vergezellen op diens pelgrimage naar de diepste krochten van de ziel. Ongewoon intens is het negende volume van de set, met name de volledige ‘Winterreise’. De manier waarop Eschenbach de muzikale afbeeldingen van scènes en van ideeën in klank weet om te zetten, is quasi ongeëveneerd. Goerne’s incarnatie van de weemoed, de wanhoop en de eenzaamheid is daarenboven huiveringwekkend precies.

In ‘Schwanengesang’, twee jaar eerder verschenen, tast de bariton de grenzen van het muzikale af. Eschenbach speelt hier met een verkilde afstand, terwijl Goerne het lyrische spoor verlaat om het verdwijnen van elk perspectief in een zo basaal mogelijk format om te zetten. Het einde van dit zwanenzang lijkt inderdaad een eindpunt van de muziekgeschiedenis. Kan er hierna eigenlijk nog iets gemaakt worden waaraan het hart zich nog enigszins kan warmen? Blijkbaar wel, want Goerne en Eschenbach lieten de bundeling volgen door Schuberts laatste pianosonate D960. Ook hier voelt men dat een componist op zijn uiterste mogelijkheden is gestuit. Stilstand via beweging, stilte via geluid, pure menselijkheid via een verteller die door al wat menselijk is verlaten lijkt: het zijn dit soort paradoxen die Eschenbach met zijn fenomenale lezing oproept. Alle lof overigens voor Harmonia Mundi, die de sonate ook in de bundeling van Goerne’s liederen opnam. Het oorspronkelijke concept had kortom niet te lijden onder deze verzameling.

Heeft Goerne hiermee zijn definitieve visie op Schubert meegedeeld? Helemaal niet. Dat hij in Brussel met nog een ander pianist in zee gaat, spreekt boekdelen. Niemand minder dan Leif Ove Andsnes – net als Christoph Eschenbach trouwens een estheet, een chroniqueur en een perfectionist – neemt plaats aan het klavier. Het betekent dat Goerne bereid is om zich opnieuw te laten verwonderen door deze cycli. Wat aan de zijde van Eschenbach zeker leek, wordt door Andsnes allicht terug in vraag gesteld. Wat evident was, zou ook anders kunnen. Wat schijnbaar moest, moet misschien niet. Vaste formaties openbreken en opnieuw vorm geven is bij uitstek de methode om het repertoire levend te houden, en om niet in dogmatisch interpreteren te vervallen. Goerne weet dat al langer dan vandaag. Toen hij ongeveer tien jaar geleden aan zijn Schubert-project bij Harmonia Mundi begon, had hij immers al heel wat van de componist ingeblikt. ‘Winterreise’ is bijvoorbeeld verkrijgbaar op cd of dvd met maar liefst drie pianisten. Respectievelijk Graham Johnson, Alfred Brendel en Markus Hinterhäuser, met wie Goerne zich overigens tot een semi-geënsceneerde en dus visueel intrigerende uitvoering liet verleiden.

Dat Schubert de komende jaren als een rode draad doorheen Goerne’s leven zal blijven lopen, lijkt met andere woorden in de sterren geschreven te staan. Van Bach tot Berio en van Wagner in Hong Kong tot Hanns Eisler in pakweg de Wigmore Hall: Goerne eet van verschillende walletjes. En, tot groot geluk van de melomaan: het publiek mag mee aan de dis. Voor altijd op cd, of vanavond live in BOZAR.

Matthias Goerne’s ‘Schubert Lieder’ (*****) is verschenen bij Harmonia Mundi. Het is een diverse, tot de verbeelding sprekende bloemlezing uit het oeuvre van de componist, vlekkeloos begeleid en uitstekend geannoteerd. Het ontbreken van de liedteksten is een euvel, maar wie toegang heeft tot het www, weet zich daar ongetwijfeld raad mee.

Vanavond voeren Matthias Goerne en Leif Ove Andsnes het laatste deel van hun Schubert-trilogie op in BOZAR. Er zijn nog tickets verkrijgbaar.