Wiener Philharmoniker & Zubin Mehta, BOZAR Brussel

'Zalig zij die mij niet gezien hebben, en toch geloven…'

Zo weinig mogelijk buitenlanders en slechts een handvol vrouwen op de loonbon, een vast uniform (rokken voor de vrouwen zijn verboden) en in het verleden de traditie dat zonen de orkestpupiter van hun vaders erfden: over de interne keuken bij de Wiener Philharmoniker is het laatste woord nog niet gezegd. Met haar dubieuze morele voorkeur tijdens de nazi-bezetting en het aura van verhevenheid dat het orkest tot op vandaag omgeeft, is dit collectief gemakkelijk te degraderen tot een aftands ensemble dat zich in het drijfzand van haar eigen rituelen heeft vastgelopen. Tegelijk blijft de Wiener Philharmoniker een fenomeen: melomanen laten geen gelegenheid onbenut om het orkest live aan het werk te zien, hoewel men er in België per decennium helaas niet vaak de kans toe krijgt.

Over de Wiener wordt onder liefhebbers veel gespeculeerd: waarin gaat nu precies de magie schuil van de zoetgevooisde maar krachtige strijkersectie, de resem doortastende blazers en het stel gracieuze houten? Door er met verbazing op te zitten kijken, krijgt men geen antwoord geformuleerd. Duidelijk tijdens hun Brusselse passage werd wel dat de leden van de Wiener geen concert spelen op halve slagkracht. De eerste tot en met de laatste man zijn zodanig vertrouwd met het repertoire enerzijds en willen zich zo totaal geven anderzijds, dat de luisteraar als vanzelf bevangen wordt door een monumentale klank die andere internationale toporkesten niet gegeven is.

Het cliché dat de Wiener een klank heeft die nergens mee te vergelijken valt, is dus waar. Na een half uur concert deed dat de aanwezigen al beseffen dat dit een onvergetelijke avond was. Nochtans werd niet bepaald spectaculair geopend: ter ere van de slachtoffers van de ramp in Fukushima klonk Jean Sibelius' obscure ‘Scene with Cranes’ (uit toneelmuziek bij het stuk ‘Kuolema’), een melancholische opwarmer waarin de persoonlijke stem van bijvoorbeeld Sibelius’ symfonieën niet echt doorkwam.

Vervolgens werd Bruckners achtste symfonie aaneensluitend uitgevoerd, waarin de Wiener zich wél in al haar glorie kon laten gelden. Ook het orkest dat decennia lang de titel van ‘beste ter wereld’ heeft gedragen (en daar tot op heden aanspraak op maakt) ontsnapt echter niet aan onnauwkeurigheden, zoals onzuiverheden in de polyfonie of weinig vlot verlopende tempowijzigingen. Eenmaal de motor warmgedraaid was, bleek niettemin hoe goed geolied deze machine is. Puur volumineus, met veel aandacht voor de inwendige balans, leek Bruckners achtste afwisselend te ex- en imploderen. Wetende dat ditzelfde orkest ook de wereldpremière in 1892 tot een historische gebeurtenis van formaat had gemaakt, kreeg de toehoorder het gevoel deel uit te maken van een exclusief groter geheel.

En toch: met Zubin Mehta als hoeder leken de musici niet altijd genoeg geïnspireerd te worden. De man leek de muziek op zijn beloop te laten en dirigeerde zelden meerlagig. De talloze tremolo’s werden zodoende niet gefraseerd en verscheidene van de ettelijke solo’s misten dat tikkeltje brandstof. Had hier geen orkest gezeten dat elke avond opnieuw speelt alsof er levens vanaf hangen, dan was dit concert hoogstens een waakvlam geweest, geen knetterend kampvuur. Precies de overgave die Mehta leek te ontberen, maakte van deze achtste Bruckner een in scène gezette existentiële ervaring.

Al wie totaal overrompeld buiten kwam, besefte ook dat het nog meer en nog indrukwekkender had kunnen zijn. Brengt de Wiener Philharmoniker daarom de volgende keer een dirigent mee haar eigen statuut waardig?

Details Concerten
Als clichés waarheid blijken… Wiener Philharmoniker ís het beste orkest ooit!
Concert datum:
11/03/2013
Jaar:
2013