Vladimir Ashkenazy & London Chamber Orchestra, Bijloke Gent

‘To laugh is to live profoundly’

Op je tachtigste dirigeren zoals je aan het eind van je tienerjaren de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano wint: Vladimir Ashkenazy doet het op de podia wereldwijd. Waren interpretatieve eloquentie en technische elegantie van jongs af zijn een handelsmerk, dan zijn aan die succesformule meer en meer energieke passie en vernuftige fraseringen toegevoegd. Vandaag wordt Ashkenazy op de platenmarkt niet voor niets gehuldigd als een van de grootste uitvoerders van zijn generatie. Toch is zijn verhaal nog niet uitverteld. Hij creëert nog steeds, en hij geeft kansen aan jonge solisten. Die maken het echter niet altijd waar. In de Bijloke zou het eens te meer blijken.

Shostakovich’ geweldige concerto voor piano en trompet uitvoeren zonder latente glimlach: het verdient het predicaat ‘misdadig’. Atletische musici zoals Daniel Kharitonov, nu even oud als Ashkenazy toen die het Elisabethconcours won, vergissen zich wanneer ze krampachtig vasthouden aan ernst. Het is een typisch lapsus van de jeugd: al wat binnen het ‘serieuze’ kader van de kunsten naar scherts ruikt of speels aandoet, krijgt een groot gewicht aangemeten. Dat humor Shostakovich’ middel was om met existentieel en socio-politiek lijden om te gaan, heeft echter zijn consequenties voor de uitvoerders. Ook die moeten durven grappen en grollen. Ook die moeten inzien dat onder het grimmige, tegendraadse en beukende contact waarin piano en strijkers continu verzeild geraken, een oprechte dartelheid schuil gaat, gevrijwaard van elk intellectualisme.

Kharitonovs puntgave uitvoering, waarin de solist onbeschroomd zijn virtuositeit etaleerde, was een regelrechte beproeving. Hoe ver kan je van de essentie van een partituur afdwalen? Deze lezing miste elke notie van een lach, of met andere woorden: de maturiteit en de wijsheid die zich Kundera-gewijs als lichtheid presenteren. Lucienne Renaudin-Vary, de al even jonge soliste op trompet, zocht op haar beurt wel een breder spectrum op. Ze durfde haar klank richting het groteske sturen, hoewel de communicatie met haar mannelijke tegenpool formeel verliep. Verder zocht Ashkenazy in de orkestpartij extremen op. Dat kenmerk, dat als een rode draad door de hele avond zou lopen, bleek ook in Shostakovich een troef. Het vermogen van de dirigent om met enkele welgemikte accenten het vernuft van een compositorisch procedé aanschouwelijk te maken, maakte het concerto alsnog verteerbaar.

Ashkenazy’s natuurlijke habitat is evenwel Beethoven, wiens ouverture ‘De geboorte van Prometheus’ als smaakmaker op het publiek werd losgelaten. Meteen viel de eigengereide visie van de Rus op. Hoe hij de houten emancipeerde tot de kern van de concertervaring, omkranst door een geaffecteerd strijkersapparaat. Hoe hij vanuit de partituur een effectrijke dramaturgie op poten wist te zetten, zonder de idiomatische karakteristieken van Beethovens schriftuur te moeten overdrijven. En vooral hoe hij, zeker in Beethovens vijfde symfonie, uit door en door gekend materiaal verrassende wendingen wist te puren die opwindend en tegelijk natuurlijk aandeden: het was gewoonweg verrukkelijk.

Het London Chamber Orchestra mag dan geen orkest uit de wereldtop zijn, het liet zich zicht- en hoorbaar inspireren door Ashkenazy’s spitante ideeën. De transformatie van noodlottige tragiek over doorwrochte weemoed in ongebreidelde vreugde, met de geniale signatuur van een eigenwijs componist: het bracht een quasi uitverkochte Bijloke in hogere sferen. Wie de jonge blunders uit het geheugen bant, herinnert zich een volmaakt concert.

Details Concerten
Van de lach (en de vergetelheid)
Concert datum:
02/10/2017
Dirigent: Vladimir Ashkenazy
Orkest: London Chamber Orchestra
Solisten: Daniel Kharitonov, Lucienne Renaudin-Vary
Copyright foto: Keith Saunders