V/C, ‘Exiles’

Ballingschap, van briljant tot banaal

Waarom altijd fantasieloze opnames geconcentreerd rondom een componist, een stijl(periode) of een land? Zou het niet opwindender zijn om albums thematisch te benaderen, om zo een aantal genres te doorkruisen over het bestek van ruim een uur tijd? Op een dag moet Française Ophélie Gaillard het zich afgevraagd hebben. Meer nog: ze dacht het niet alleen, maar realiseerde ook een cd die in het teken stond van het Zuiden. Haar muzikale gefladder tussen Spanje naar Zuid-Amerika doopte ze ‘Alvorada’, een geheel dat wisselend werd onthaald. Allicht zal ‘Exiles’ hetzelfde lot beschoren zijn, hoewel de kwaliteit van Gaillards keuzes deze keer een boeiender tracklist heeft opgeleverd.

De Franse celliste weet alleszins dat we in een tijd leven die door beelden overheerst wordt. Behalve geveinsde ontreddering omkranst door blonde manen, is er op de cover van haar nieuwste langspeler ook een geestige afbeelding te zien van het onderwerp van haar cd. Zo stopt de celliste haar instrument in een oude reiskoffer, die de grote volksverhuizingen van de vorige eeuw in gedachten brengt. Meer concreet gaat ‘Exiles’ over de emigratie van het Joodse volk richting Verenigde Staten, dat (althans toen nog) een gunstig klimaat had voor inwijkelingen allerhande.

Zowel Ernest Bloch als Erich Wolfgang Korngold maakten de oversteek naar het beloofde land, nog voor de nazi’s op demonische wijze met miljoenen levens aan de haal gingen. Toch speelde het antisemitische klimaat in Europa mee. Blochs ‘Schelomo’ werd voltooid terwijl de componist nog in Europa woonde, als het ware bij wijze van portret van zijn godsdienst, vlak voor zijn vertrek. Het stuk verwijst niettemin vooruit naar de filmische stijl die Bloch meer en meer zou hanteren. Pathos en verfijning ontmoeten elkaar in Gaillards heetgebakerde lezing, die door James Judd en Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo met veel vuur wordt ondersteund.

Ook in Korngolds eendelig celloconcert opus 37 vormen soliste en orkest een uitstekende tandem. Nadien gaat het echter bergaf. Prokofievs ‘Ouverture sur des thèmes juifs’ is pittoresk, Korngolds ‘Tanzlied der Pierrots’ uit ‘Die todte Stadt’ bij momenten beklijvend. Blochs ‘From Jewish life’ blijft evenwel niet aan de ribben kleven. De cross-over richting Chava Alberstein en een traditional zijn er ten slotte te veel aan. Hier etaleert Gaillard een smakeloze lyriek die larger than life is. Inpakken en wegwezen!

Details Album
Ballingschap, van briljant tot banaal
Cello: Ophélie Gaillard
Orkest: Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo
Dirigent: James Judd
Met leden van: Sirba Octet
Label: Aparté
Distributie: PIAS