Valery Gergiev, Leonidas Kavakos & Koninklijk Concertgebouworkest - BOZAR, Brussel

Van goed naar onverbeterlijk

Wie wil niet van de partij zijn als het Koninklijk Concertgebouwworkest een avond opluistert? Zeker met een wereldvermaard dirigent als Valery Gergiev aan het hoofd, zijn de verwachting hoog gespannen. Waarom? De publieke interesse in Gergievs figuur heeft waarschijnlijk veel te maken met zijn charismatische verschijning. Hij is een van de laatste dirigenten aan wiens imposante figuur en erg beweeglijke dirigeerstijl de muziek zelf lijkt te ontspruiten. Zijn extroverte persoonlijkheid laat zich gelden tegenover elk orkest en geen muzikant die zijn dikwijls norse aanwijzingen verkeerd begrijpt. BOZAR kreeg vorige avond echter een genereus dirigent te zien, die voorwaar dankbaar leek dat hij met ’s wereld beste orkest mocht aantreden.

Het eerste werk van de avond was atypisch voor iemand als Gergiev. De meestal sacraal te benaderen moderniteit van een componist als Dutilleux, vertaalt zich dikwijls naar transcenderende muziek, waarbij een goede uitvoering als basisconditie de complexiteit van het werk moet overstijgen. In ‘Métaboles’ leek Gergiev niet aan die conditie te voldoen: hij koos manifest voor een down to earth-benadering, waarin hij aardse contrasten opzocht. Orkest en dirigent holden helaas wat achter elkaar aan en konden geen consistente sfeer tevoorschijn toveren: daarvoor was Gergievs stijl te excentriek en het orkest te onzeker. De uitvoering bleef weliswaar goed, met een plotse oase van rust in het vierde (percussie)deel (‘Torpide’), maar op cd bestaan meer spannende interpretaties van dit werk.

Vervolgens mocht Leonidas Kavakos het podium betreden, als solist in het vioolconcerto van Jean Sibelius. De strijker tekende voor een authentieke, zeer verhalende verklanking, maar het orkest kon niet altijd genoeg weerwerk bieden. In het eerste en zeker doorheen het derde deel was de transparantie zoek, waardoor de anders zo organische orkestpartij in een al te ondoorzichtige brij veranderde. Gelukkig schiep Gergiev een magnifieke, intieme sfeer in het middendeel. Dat in combinatie met Kavakos schitterende prestatie, zorgde al bij al toch voor een ontroerende Sibelius. Het publiek ervoer dat blijkbaar niet anders, want de violist mocht vier keer komen groeten en voegde daarop nog een Oosters getint extraatje toe aan zijn alras overtuigende komst naar BOZAR.

Het meest werd echter uitgekeken naar Gergievs interpretatie van de vijfde symfonie van Prokofiev, al bij al een repertoire waar deze dirigent zich al jaren lang mee profileert. Inderdaad vormde deze Russische muziek het hoogtepunt van de avond: Gergiev schiep, net als in zijn opname met het London Symphony Orchestra, een enorme spanning, die van geen wijken wist. Waar de dirigent voor de pauze nog met een baton had gewerkt ter grootte van een tandenstoker, wilde hij hier zijn handen helemaal vrij hebben. Wat hij lichamelijk deed, was echter louter het aansturen van een goed geoliede machine, die duidelijk wist waar deze partituur heen ging. Een pittig, maar immer dreigend tweede deel plaatste Gergiev naast een goed gedoseerd derde, dat hier niet verdronk in een schrikwekkende atmosfeer. In de hoekdelen toonden Gergiev en het RCO zich dan weer van hun meest spitante kant, wat een ronduit magistrale uitvoering van Prokofievs vijfde opleverde.

Dit op papier niet te missen concert maakte de hooggespannen verwachtingen niet integraal waar, maar dat het een avond was zoals er per seizoen niet veel zijn, staat buiten kijf. Hoera voor Gergiev, en moge hij snel opnieuw naar ons land afzakken!

Details Concerten
Concert datum:
18/03/2012
Orkest: Koninklijk Concertgebouworkest
Jaar:
2012