Valery Gergiev, Daniil Trifonov & London Symphony Orchestra, BOZAR Brussel

Eén met de natuur van de muziek

Hoeveel avonden per jaar zou hij met vrienden op café doorbrengen? En zou hij er een vriendin op nahouden, die hij vanop zijn internationale tournees lieftallige sms’jes stuurt? Of leeft Daniil Trifonov toch vooral in functie van de muziek? Het heeft er in ieder geval alle schijn van. Vorige maand vierde de Russische pianist nog zijn 23ste verjaardag. Toen al had hij een solo-opname bij Deutsche Grammophon op zak, en kon hij zeggen met een aantal van de belangrijkste orkesten ter wereld te hebben gespeeld, in de meest gereputeerde zalen verspreid over de planeet.

Is Martha Argerichs uitspraak over Trifonovs talent, met name dat ze ‘nog nooit zoiets heeft gehoord’, een vergiftigd geschenk voor een jonge snaak die nog zijn hele leven lang moet concerteren? Een goed gemutste solist, die zich voor aanvang van Chopins tweede pianoconcerto geen blijf wist met zijn enthousiasme, liet zich hoe dan ook niet verpletteren door de verwachtingen. Hij musiceerde geheel vanuit zijn geaardheid. Een volgeladen BOZAR zag er op toe hoe Trifonov zelfs de noten op zijn in de coulissen achtergebleven partituur liet dansen.

Er zijn uitstekende pianisten en er zijn fenomenen. Trifonov behoort tot die laatste categorie. Het exceptionele van zijn uitvoering lag vooral in zijn toucher. Zoals hij zijdezacht over de toetsen scheerde, wist hij het klavier, dat zich gewillig naar zijn grillen plooide, te strelen en te kietelen. Wanneer dat moest, kreeg de Steinway echter een gedecideerde rammeling. Geen zeemzoeterige zondagsdichter, maar iemand die Chopins melodievoering tot volle wasdom kon laten komen en tegelijk de nodige explosiviteit aan de dag legde voor de cadans van het afsluitende allegro vivace: Trifonov had het allemaal in zich. Valery Gergiev deed ondertussen geen wonderen met de orkestpartituur. Zijn afgeronde lezing had echter genoeg veerkracht om met Trifonovs feilloze interpretatie in dialoog te gaan. Dat dit concert in het memorie zou blijven resoneren, was dan al een vaststaand feit.

Voor het pianoconcerto dirigeerde Gergiev Olivier Messiaens symfonische meditatie ‘Les offrandes oubliées’. Uitgevoerd door een goed orkest een erg intens werk, maar op welk moment van de avond wordt een dergelijke orkestrale overpeinzing idealiter gespeeld? Er mee beginnen in een zaal die nog moest acclimatiseren, was niet echt dankbaar. Gergiev hield de teugels echter strak en liet de turbulente middensectie prachtig contrasteren met de omgevende, meer transcendente.

Echter moest het LSO in de eerste plaats zijn status als een van de beste Europese orkesten zien te verdedigen in Scriabins derde symfonie. Met als ondertitel ‘Het goddelijke poëma’ schreef de componist aan het begin van de 20ste eeuw een ruim drie kwartier durend, doorgecomponeerd lofzang op de verlossing van het ‘ik’. Alle krachten die de vrijheid van het individu proberen in te perken, moeten er aan geloven, waarbij Scriabin het goddelijke invult met aardse componenten. Zo is de bijna Wagneriaanse verklanking van vogelgezang een van de meest ontroerende momenten van een in zijn totaliteit overweldigende partituur.

Een vlekkeloze kopersectie, weldadige houten en prozaïsche strijkers: Gergiev stond aan het roer van een LSO waarvoor geen uitdaging te groot was. Zelfs het duo sonore harpen trakteerde Brussel op een orgiastische ervaring, waarin het verhevene zich in de richting van het ondermaanse bewoog en vice versa. Gergiev ontsloot alle sluizen, Scriabin zette Brussel volledig blank. Simpelweg fantastisch om zo van een partituur doordrongen te kunnen geraken.