Uri Caine & Brussels Philharmonic, Bijloke Gent

Waar pastiche ongewild parodie wordt

De betekenis van muziek? ‘Die zit in de luisteraar’, dixit Uri Caine. Op vraag van Flagey en De Bijloke schreef de Amerikaanse jazzpianist en componist een nieuw werk voor orkest en vier solisten. Dat Dave Liebman en John Hébert zich lieten overtuigen om naast de pianist en diens min of meer vaste compagnon DJ Olive op de bühne te klauteren, zegt veel over Caine’s status binnen de jazzwereld.

De titel ‘Agent Orange’ is een duidelijke verwijzing naar Trump. Caine ontwikkelde zijn ideeën voor het stuk in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen, waarvan de afloop inmiddels ontluisterend veel in gang heeft gezet mondiaal. Tijdens de uitvoering wordt echter nooit duidelijk hoezeer Caine zijn muziek programmatisch heeft opgevat. Niet dat muziek per se politiek moet zijn. Wie echter expliciet de ambitie vertolkt een werk maatschappelijk te verankeren, moet het kunstmatige op heldere wijze op de realiteit betrekken. Daar slaagt ‘Agent Orange’ niet in.

Qua kleuren en invloeden is de partituur evenwel op en top Amerikaans. Een uitdrukkelijk referaat naar het volkslied maakt dat manifest, maar eigenlijk sluipt de Amerikaanse signatuur in zowat alle parameters. Structureel is ‘Agent Orange’ schetsmatig opgevat. Een uitgebreide slagwerk- en blazersectie zet de poort naar swingende ritmiek en brassachtige interventies wagenwijd open. Over het geheel gesproken probeert Caine jazz en klassiek verder tot een symbiotische eenheid te smeden. Gershwin 2.0, zeg maar. Caine geeft het orkest momenten van vrijheid, maar duwt de solisten bij vlagen ook in een rigide kader. Het improvisatoire overheerst echter, omdat Caine vanuit een onmiddellijke gevoelsmatigheid aan de slag gegaan is. En net aan die notie van willekeur gaat 'Agent Orange' ten onder.

Welke identiteit hebben elk van de vier solisten? Hoe verhouden zij zich tot elkaar en tot het orkest? Hoe moet de fragmentarische architectuur begrepen worden? Voor de luisteraar is en blijft het gissen. Nieuwe muziek hoeft natuurlijk niet per se aansluiting te zoeken bij het erfgoed van de klassieke canon, maar wie de middelen – het symfonisch orkest – en het idioom uit die traditie overneemt, ziet zich verplicht een dialoog aan te gaan met de muzikale overlevering uit de vorige eeuwen. Dat doet Caine met verwijzingen, die binnen ‘Agent Orange’ echter geen doel lijken te dienen. Als gevolg gaat de luisteraar onherroepelijk kopje onder in de oceaan van vindingrijkheid. Want hoe goed ook de afzonderlijke ideeën, binnen deze partituur versterken ze elkaar niet. Gevolg is een lange zit, met als slotakkoord een schertsend riedeltje. En precies zo voelt het publiek zich achteraf: gefopt.

Verder stond overigens nog een selectie uit Caine’s bewerking van Beethovens ‘Diabellivariaties’ op het programma. Het ongeveer anderhalf decennium geleden verschenen album is een knappe persiflage, maar het spelplezier en vooral de historische feeling waarmee het Concerto Köln op de originele opname uitpakte, kon het Brussels Philharmonic nergens evenaren. Zowel de subtiliteit als de tegendraadse creativiteit waarmee Caine, geheel in de geest van Beethoven trouwens, de partituur uit elkaar rafelde, werd in een nodeloos pathetische saus gedrenkt onder impuls van dirigent Alexander Hanson, die zich compleet van karakter vergiste. Bijgevolg ging de geestige adaptatie voorbij aan haar inherent komische atmosfeer. En toegegeven: weinig zo gênant als een grap die compleet zijn effect mist, toch?

Details Concerten
Waar pastiche parodie wordt
Concert datum:
19/01/2018
Solisten: Uri Caine, Dave Liebman, John Hébert, DJ Olive (Gregor Asch)
Dirigent: Alexander Hanson
Orkest: Brussels Philharmonic
'Agent Orange' werd gecomponeerd in opdracht van: Flagey, De Bijloke
In samenwerking met: Brussels Philharmonic