Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks & Mariss Jansons, BOZAR Brussel

Twee romantische klassieken, één concert

Wat maakt iemand tot een publiekslieveling? Dient men daarvoor over sterallures te beschikken, ellenlange bisnummers te spelen en het woord zo nu en dan tot de zaal te richten? In BOZAR pakt een solist het publiek af en toe in met een combinatie van de drie bovenstaande kenmerken, sympathieke grijns incluis. Niets van dat alles echter voor Mariss Jansons, en toch is de chef van zowel het Koninklijk Concertgebouworkest Amsterdam als het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks Brussels chou nummer één. Met beide orkesten kwam de dirigent dit seizoen een keer langs: in het requiem van Brahms mochten de Nederlanders hun meesterschap tentoon spreiden, terwijl een van Duitslands betere orkesten werd losgelaten op Beethovens vijfde symfonie en Berlioz’ ‘Symphonie fantastique’. Een kort programma, maar beladen genoeg om het publiek niet op zijn honger te laten zitten.

Een nieuwe lichting Beethoven-interpreteerders probeert diens welbekende vijfde symfonie – die waarin het noodlot zogezegd op de deur klopt – langs alle kanten open te breken. Het basismotief waarin al ritmische klemtonen worden verschoven, figuren die extreem duidelijk heen en weer worden gekaatst, monumentale stiltes tegenover grote klankerupties… Die enigszins radicaliserende tendens diende Jansons van repliek met een klassiek antwoord, dat met beide voeten in de traditie stond. Onder zijn toeziend oog werd dit geen uitvoering die het moest hebben van effectbejag, een gegeven waar zogenaamde ‘vernieuwers’ al eens in durven vastlopen. Door het eerste deel bijna academisch te benaderen, kon Jansons in de daarop volgende delen nog heel wat ontwikkelen. In het zangerige andante liet de dirigent zijn orkest collectief gedijen, langzaam toewerkend naar een hitsige finale. Alles viel hier op zijn plaats: het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks produceerde een warm en gebalanceerd geluid, waarbinnen de communicatie tussen meer gefragmenteerde orkestgroepen ook nog eens feilloos én prikkelend verliep.

Is de sprong van Beethoven naar Berlioz’ groot? Puur structureel lijkt dat misschien nog mee te vallen: in Beethovens vijfde zou men de kiem kunnen zien van wat later het leidmotief zou worden. Toch is de wereld van de Fransman veel uitvoeriger, meer effectgericht en – in handen van een Duits orkest althans – beduidend pompeuzer. Daarbij komen nog de grote sprongen die in de eerder lange partituur worden gemaakt: achterover leunen en genieten is niet bepaald hoe men de ‘Symphonie fantastique’ dient te benaderen. Jansons maakte dat ook onmogelijk door de dramatische aantekeningen in de partituur nauwgezet te ensceneren. Percussie in de coulissen en een dialoog met de oboe d’amore in de wandelgangen rond de zaal zorgden voor een spannende theatrale omkadering.

Precies door Beethoven zonder franjes onder handen te nemen, kon Jansons in dat repertoire tot de essentie gaan. In Berlioz’ ligt dat moeilijker, misschien omdat de musici zelf meer input moeten geven. Daar opende de scène in de velden nogal fantasieloos, trok de mars naar het schavot niet echt aan en had de sabbatdroom gerust wat scherper mogen zijn. Tevens kon Jansons op vlak van harmonie de transparantie niet altijd handhaven, hoewel het orkest erg mooie balmuziek liet horen in het tweede deel. Opnieuw kon Jansons een grote boog spannen die naar het einde toe steeds strakker werd, met een beklemmend slot tot gevolg. Dat de man in een energiek bisnummer nog eens toeters en bellen bovenhaalde, bewees overigens voor de zoveelste keer dat de man het lachen nog lang niet vergaan is.

Details Concerten
Twee romantische klassieken, één concert
Concert datum:
27/03/2013
Jaar:
2013