STUFF., Makaya McCraven & Kamasi Washington, Gent Jazz

Of hoe het schijnbare einde van de jazz de toekomst ervan inluidt

Hoe lang nog voor STUFF. (*****) als headliner op de affiche van Gent Jazz of Jazz Middelheim komt te staan? Vorig jaar was het kwintet rond Lander Gyselinck nog te gast in Park den Brandt, waar het een broeierige set neerzette in dialoog met de stem van Josse De Pauw. Met het oog op Filmfestival Gent staat ondertussen een project rond het repertoire van Howard Shore in de stellingen. En inmiddels belandde ‘old dreams new planets’ in de rekken, de tweede langspeler van het collectief. Wie dacht dat het concert op Gent Jazz een voorspelbare bloemlezing uit dat album zou worden, had het echter bij het verkeerde eind.

Opgeleid in de schoot van de jazz is het voor frontman Gyselinck uitgemaakte zaak dat zijn ensemble, conform het waarmerk van het genre, leeft bij de gratie van het moment. En net daarin schuilt het genie van deze vijf muzikanten. Hun genre-overstijgende creaties zijn muzikaal erg organisch en tegelijk ritmisch onfeilbaar strak en dus onweerstaanbaar dansbaar. Spontaneïteit garanderen en tegelijk met uitgekiende beats en weergaloze grooves een publiek ruim een uur in de ban houden: weinig bands hebben het STUFF. voorgedaan.

Nu het jazzsnobisme aan de conservatoria eindelijk een stille dood is gestorven en ook daar steeds meer aan cross-over wordt gedaan, is STUFF. de belichaming van wat jazz anno 2017 kan zijn. De stoeltjes mogen eindelijk aan de kant, de muziek mag gekruid worden met tegendraadse accenten, kruimels hiphop en flarden samples, er mag gespiekt worden bij rock, techno en wat voor genre dan ook, het mag opnieuw gaan over wat mensen vandaag kan raken en verbinden.

Gyselinck, als knaap een begiftigd breakdancer, heeft goed gezien dat het publiek op een dansbare catharsis zit te wachten. En dan gaat het natuurlijk niet over een voorspelbare driekwartsmaat, maar over een ritmische jungle waar het weerbarstige, energieke, vitale, creatieve en rebelse van de jazz koning is. Meer nog, geen band heeft op afgelopen editie van Gent Jazz de geest van de grote vernieuwers die de jazz gemaakt hebben tot wat ze vandaag is beter benaderd dan STUFF. Willen we de stijl levend houden, dan moeten we figuren zoals Gyselinck en co vooral carte blanche (blijven) geven.

Als intermezzo, terwijl het hoofdpodium werd omgebouwd, liet Makaya McCraven (***) het tegendeel horen van wat Gyselinck en de zijnen ten beste hadden gegeven. Cool en origineel aan de oppervlakte, maar in essentie gestoeld op aloude tradities en voor de gelegenheid opgekalefaterd in een gangsterjasje, was hun laatste set een funky trip die aardig wegluisterde. Een plek in het langetermijngeheugen van de gemiddelde bezoeker mocht McCraven evenwel vergeten.

Hetzelfde gold tot slot voor het spierballengerol van Kamasi Washington (**), die door de pers vorig jaar werd binnen gehaald als een van de nieuwe goden aan het Amerikaanse jazzfirmament. Dat zijn artistieke visie hand in hand gaat met een maatschappelijk engagement stak de man ook dit jaar niet onder stoelen of banken. Toch was zijn concert bovenal een illustratie van waar zwelgen in zelfverklaarde cool op neerkomt.

Laverend van opgefokt spektakel over patserig soleerwerk tot miezerige bindteksten met een groot ‘kijk eens hoe grandioos wij zijn’-gehalte, leek het alsof Washington zijn ziel nu al aan de duivel van het commerciële succes verkocht heeft. Een einde in mineur, maar dat kon het majeur van STUFF. hoe dan ook niet meer bederven.