Stefan Jackiw, Mikhail Pletnev & Russian National Orchestra, Carnegie Hall

De filosofie van de naturel

Soms is de kwaliteit van een concert omgekeerd evenredig met de moeite die een dirigent er lijkt in te steken. En soms is de kwaliteit van een solist omgekeerd evenredig met de mate waarin het publiek hem op handen draagt. Dat laatste heeft namelijk nogal dikwijls te maken met hoe de muzikant in kwestie zich presenteert. De looks, het torment in de muziek dat geëxternaliseerd wordt, het contact met de mensen in de zaal: er is zoveel meer dan alleen de interpretatie dat uiteindelijk zal bepalen of er een staande ovatie komt of niet. Violist Stefan Jackiw kreeg de zijne, hoewel daarover kon gediscussieerd worden. Dirigent Mikhail Pletnev en zijn Russisch Nationaal Orkest kregen er ook een, niet meer dan verdiend in hun geval.

Gergiev had de kleedkamers van Carnegie Hall nog maar verlaten of die andere grote Rus kwam er dus al postvatten: Mikhail Pletnev. Betogers waren er deze keer niet, muzikale vreugde des te meer. Met Borodins elegische 'In de steppen van Centraal Azië' ving het integraal Russische banket aan. Pletnev liet er al vanaf de openingsmaten geen misverstand over bestaan: hij wou elk detail uit een partituur laten oplichten, in een elegante verhouding tot de totaalervaring ervan. Zo werd dit werk een gelegenheid voor de solisten om zich uitgebreid te laten horen, in een langzaam opbouwend spanningsveld dat rond het middelpunt van een oeverloos melancholische melodie tolde.

Prokofievs tweede vioolconcerto was echter van een andere slag. Jackiw toonde zich als een estheet die erg veel aandacht besteedde aan zijn toon, maar in betrekkelijk korte zinnen dacht. De hoekdelen bleven daardoor enigszins gefragmenteerd. In het middendeel zocht de jonge virtuoos overigens naar een soort onverbiddelijk lamento, maar met Pletnevs meer ironische benadering wist hij zich geen blijf. Luisterden die twee eigenlijk wel goed naar elkaar? Jackiws viool klonk overigens keurig afgelijnd, maar miste baldadigheid en brille. Te netjes dus. En wat Pletnev daar aan toe te voegen had, was dat misschien ook. De humor beet niet, het sarcasme vleide meer dan het versplinterde. Aardig, maar niet intens genoeg om het beklemmende concerto als dusdanig over te brengen.

Met Stravinsky’s ‘Vuurvogelsuite’ kreeg het publiek tenslotte nog een klassieker voorgeschoteld. In status interesseert Pletnev zich echter niet. Opnieuw zocht hij naar nieuwe, natuurlijke sporen, ook op het enigszins platgetreden pad (om het oneerbiedig te zeggen) dat dit werk vandaag is. Hij haalde kleur uit zijn orkest, en de discipline die ze ginds vermoedelijk met de paplepel meekrijgen. Bovenal verwonderlijk was hoe hij met zijn meticuleuze directie creativiteit liet geboren worden. Hoe uit zijn charisma de inspiratie voortkwam voor de musici, die het oneindig dromerige van dit werk heel spontaan naast de dramatische ontlading plaatsten.

Zo kwamen in deze 'Vuurvogel' echt werelden samen, polen waarvan de intens tegengestelde ladingen zich door het verbindende element van de schoonheid opgelost zagen. En altijd was er ademruimte. Want Pletnev versmacht niet - hij geeft zuurstof. Hoewel alles op het tegendeel wijst, het kan niet genoeg benadrukt worden. Sloot Jackiw overigens af met een zonder historisch besef uitgevoerde flard Bach, dan koos het Russian National Orchestra voor de dans. Dat moment van ontlading waarin tranen het vuur van de extase voeden…! Zoals dat misschien alleen in Rusland kan…?

Details Concerten
De filosofie van de naturel
Concert datum:
02/03/2016
Dirigent: Mikhail Pletnev
Orkest: Russian National Orchestra
Viool: Stefan Jackiw
Copyright foto: Harald Hoffmann, Deutsche Grammophon