Staatskapelle Berlin, Daniel Barenboim & Martha Argerich, Philharmonie Berlin

Leeftijd? Een schitterend gebrek!

Ah, wat is ze oud geworden. Ah, wat is ze jong gebleven. Jazeker, Martha Argerichs rigide tred verraadt dat het Argentijnse piano-icoon inmiddels een respectabele - zeg gerust: pensioengerechtigde - leeftijd heeft bereikt. Tijdens haar passage in de Berlijnse Philharmonie verdwenen de jaren op haar teller echter naar het land van de vergetelheid van zodra zij de eerste noten van Beethovens tweede pianoconcerto aansloeg. Toen was er uitsluitend nog jeugdige vitaliteit.

Beethovens opus 19 is inderdaad een vroeg werk, geschreven door een componist die op dat moment nog sterk onderhevig was aan classicistische invloeden. Hij dooradert het omhulsel van de traditie echter met ongelofelijk geïnspireerd materiaal. De edelmoedige grandeur van de eerste beweging, de tristesse van de tweede en de ongebreidelde levenslust van de laatste: het zijn drie haast volmaakte karakters die Beethoven simpelweg perfect in één concerto samenbrengt.

Dirigent Daniel Barenboim weet dat Beethovens schriftuur niet meer nodig heeft dan er staat. Met grote stijlgevoeligheid destilleerde hij tragiek uit eenvoud en schoonheid uit evenwicht. Geen pathos, nergens overdaad. Zijn gelijkmatig verdeelde aandacht voor strijkers, houten en kopers resulteerde in niets minder dan een schitterende lezing. Argerich daarentegen heeft niet meer de topvorm van weleer. Ze mocht dan spaarzaam omgaan met het pedaal, de helderheid die daardoor ontstond, bracht elke onvolkomenheid aan het licht. Zo draaide de fugatisch ingezette cadens aan het slot van het eerste deel behoorlijk in de soep.

Verder hebben Argerichs problemen vooral betrekking op tempo. Haar neiging om te versnellen dwarsboomde de perfectie van het eerste deel, net als haar te vroege inzetten. Ademruimte is bij Beethoven essentieel, en laat Argerichs schijnbare schroom voor de massale opkomst nu net verstikkend werken. Vandaag zijn er nog flitsen van virtuositeit en ondeugendheid, maar de Argerich waarop een imperium van faam gebouwd is, laat het afweten. Het publiek,  dolblij met nog een kans om haar te zien, ligt daar echter niet wakker van. Zo illustreerde een minutenlang applaus.

Kan Elgar vervolgens naast Beethoven staan? In theorie moeilijk, want als Beethovens tweede pianoconcerto een excellent voorbeeld van efficiënte soberheid is, dan lijkt Elgars eerste symfonie een oefening in overdaad. Je kunt dit werk met name niet gewoon beluisteren. Je ondergaat het, verplicht. Barenboim heeft ook dat uitstekend begrepen. Zijn voorliefde voor de statige plecht eigen aan de Britten, de weidsheid van hun symfonische landschappen en de vanzelfsprekendheid waarmee brute natuurkracht en rurale verfijning bij hen samenkomen: het sprak uit de hele interpretatie.

De dirigent dwong de luisteraar tot een duikvlucht naar de dieptes van Elgars innerlijke leven. De Staatskapelle Berlin volgde haar aanvoerder overigens vanuit een gezond ontzag. Klarinettist Matthias Glander ontpopte zich tot solist van de avond, hoewel Barenboim gelijk had toen hij tijdens het applaus bijna iedereen persoonlijk leek te bedanken. Een zo volmaakte uitvoering van een nochtans niet hapklaar werk kan immers pas ontstaan wanneer allen zich onvoorwaardelijk geven aan de dirigent. En aan de partituur.

Argerich zag het overigens allemaal vol bewondering aan vanuit de zaal. Zij is inmiddels een schim aan het worden van haar roemrijke verleden, terwijl hij zich lijkt te ontpoppen tot een almaar groter musicus. Wetende waar Barenboim vandaan komt en waar hij vandaag al staat, waar zal hij dan verdorie eindigen?

Details Concerten
Leeftijd? Een schitterend gebrek!
Concert datum:
21/09/2015
Orkest: Staatskapelle Berlin
Dirigent: Daniel Barenboim
Piano: Martha Argerich
Copyright foto: Holger Kettner
Concert georganiseerd door: Staatsoper Berlin