Sabine Meyer, Sir Mark Elder & Hallé Orchestra, Concertgebouw Brugge

Sir Mark Elder voorbij Britse eloquentie

Geen partituur is voor klarinetspelers zo kostbaar als die van Mozarts klarinetconcerto. Opgedragen aan virtuoos en vriend Anton Stadler, zou het oorspronkelijke manuscript bedoeld zijn voor de bassetklarinet, een instrument dat op aandringen van de solist werd ontwikkeld. Vandaag is enkel een arrangement teruggevonden, op basis waarvan uitvoerders het authentieke concerto proberen te reconstrueren. Onder hen niemand minder dan Sabine Meyer. Dat deze soliste ondertussen nog altijd met de nodige egards wordt ontvangen, bleek in het Concertgebouw niet meer dan terecht. In glinsterend gewaad en met een ondeugende fonkeling in de ogen, zette ze immers een sprankelend Mozartconcerto neer.

Bij wijze van prelude werd het concerto voorafgegaan door de ouverture tot Wagners ‘Tannhäuser’. Geen toevallige keuze, want het openingsmotief geldt als een van de allermooiste klarinetthema’s ooit geschreven. Sir Mark Elder koos voor een ongewoon gedetailleerde aanpak, waarbij hij individuele stemmen tot het uiterste fraseerde. Initieel liet hij zich niet meeslepen door de melancholieke pathetiek. Eerst gedistingeerd maar uiteindelijk toch gevoelsmatig erg betrokken, bouwde hij de ouverture zorgvuldig op tot een adembenemende catharsis. De strijkers bleven zelfs in de meest doorwrochte passages met groot raffinement vertolken, waardoor kleine ornamentele accenten duidelijk hoorbaar werden. De kopers, met in het bijzonder een fenomenale sectie trombones, tekende voor het overstijgende drama, daar waar het natuurelement spitant gestalte kreeg dankzij een excellente resem houtblazers. Meteen redenen genoeg om aan te nemen dat het Hallé Orchestra niet zonder argumenten in diverse vakbladen als één van de beste Britse orkesten wordt genoemd.

Idiomatisch lijkt Mozart Sir Elder minder goed te liggen. Anders dan dirigenten die zich het repertoire uit de 18e eeuw helemaal hebben toegeëigend, liet de dirigent na om de orkestpartij volledig te emanciperen. Integendeel was het een bewuste stilistische keuze van de Britse aanvoerder om het orkest vooral als kader te gebruiken, kortom om een muzikaal landschap af te bakenen waarbinnen Meyer als soliste eenzaam kon schitteren. Zoals gezegd deed ze dat ook, met een warmbloedige en volle klank in de lage registers en voldoende trefzekerheid in de hoogte. De affecten in het stuk voelde ze bovendien feilloos aan. Nergens overdreven, maar altijd exact betrokken genoeg, ontsproot uit haar instrument een veelzijdig en diep ontroerend parlando in drie delen. Een zeldzame keer miste haar stem weerklank uit het orkest, maar over het geheel gesproken verzorgde Sir Elder een vlekkeloze begeleiding die waar nodig een poëtische dialoog met de soliste aanging.

Met Antonín Dvořáks zevende symfonie stond vervolgens een onderschat werk uit diens repertoire op de agenda. De zevende is nochtans een fantastisch georkestreerde en diep menselijke creatie, waarmee Dvořák aansluiting zocht en vond bij sleutelfiguren uit de Germaanse traditie. Weemoed, energie, humor: allemaal kwam het samen in Sir Elders lezing, die net als doorheen zijn Wagner-uitvoering opviel door de meer dan gemiddelde aandacht voor frasering en balans. Edward Elgars ‘Chanson de nuit’ en Eric Coates' ‘Knightsbridge’ werden ten slotte als encores aangevoerd. Een stel Britten stuurt het publiek uiteraard niet huiswaarts zonder charmant chauvinisme te hebben uitgedragen. Tot grote sympathie van de verzamelde melomanen, waarvan enkele exemplaren – zoals Sir Elder had aangekondigd – zingend de zaal verlieten…

Details Concerten
Sir Mark Elder voorbij Britse eloquentie
Concert datum:
25/11/2017
Orkest: Hallé Orchestra
Dirigent: Sir Mark Elder
Solist: Sabine Meyer
Copyright foto: Christian Ruvolo