Rodion Shchedrin, ‘The left-hander’

Moderner dan de moderniteit

Een waar muzikant? Die kent geen groter plezier dan nieuwe muziek ontdekken. Te meer wanneer die aan de persoon in kwestie werd opgedragen. Het genoegen dat dirigent Valery Gergiev moet gesmaakt hebben toen hij ‘The left-hander’ opensloeg, gecomponeerd ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag, moet immens geweest zijn. Met Gergievs gezegende leeftijd ging bovendien de opening gepaard van Mariinsky II, de prestigieuze zaal waarmee Sint-Petersburg zich naast andere wereldsteden wou positioneren als een epicentrum van klassieke muziek. Vanzelfsprekend moest daar een wereldpremière mee gepaard gaan. Dat die bijzondere eer Rodion Shchedrin te beurt viel, is geen verrassing.

Shchedrin is zo ongeveer Ruslands nationale trots als het op nog levende componisten aankomt. Hij heeft een geheel eigen signatuur, die hij binnen de plot van ‘The left-hander’ ook kwijt kan. Het libretto grijpt terug naar een vertelling van Nikolai Leskov, wiens historie over de tegenstellingen tussen Rusland en het Westen tot een soort volkssage uitgroeide. Is het toeval dat net in de tijden waarin de Koude Oorlog terug in gedachten komt een dergelijk stuk folklore wordt opgedist? Ook dit zou een politieke daad kunnen zijn. In ‘The left-hander’ worden de onverzoenbare tegenstellingen tussen Britse en Russische gebruiken immers op de spits gedreven, met een tragisch-hilarische viering van de Slavische ziel als conclusie.

Afgezien van dergelijke hypothesen, realiseert de luisteraar zich meteen dat Leskovs verhaal de gelegenheid creëert voor een unieke sfeerschepping. Shchedrin laat de kans om een ongewoon heterogene partituur af te leveren dan ook niet liggen. Een ostentatief historische toets, zoals het opzoeken van Barokke referaten, wordt helemaal uitgesponnen tot een hedendaags klankbeeld, met geëmancipeerde percussie en expressionistische zangpartijen als duidelijkste vertegenwoordigers van de 21ste eeuw. Dat het Mariinsky orkest kan tonen wat het in haar mars heeft, is overigens mooi meegenomen. Vooral de individuele solisten worden tot de grenzen van hun kunnen geduwd, maar ze doorstaan de vuurproef allemaal met verve.

De redenen waarom Gergievs leiderschap vandaag wereldvermaard is, met name gedisciplineerd en doorvoeld samenspel, komen echter minder naar voor. Ondanks de sterke poel zangers is het onwaarschijnlijk dat ‘The left-hander’ tot het geijkte repertoire zal gaan behoren. Daarvoor bezit de partituur een te grote hang naar eclecticisme – een post-moderne uitwas die zijn hoogdagen reeds beleefd heeft.