Richard Wagner, ‘The Wagner Project’

Wagners alternatieve psychologie

Matthias Goerne en Daniel Harding: ze zitten niet stil. Zo had de bariton nog maar pas een Schumann-recital en een album met Bach-cantates ingeblikt, of daar was dit ‘The Wagner Project’ al. Ook voor Daniel Harding kwam de release quasi gelijktijdig met zijn opname van Mahlers negende symfonie in de hoedanigheid van chefdirigent van het Swedish Radio Symphony Orchestra. Moet deze release dan bestempeld worden als een tussendoortje? In het geheel niet, want dit dubbelalbum verraadt een zware tijds- en energie-investering van zowel solist als dirigent en orkest.

Onder het baton van Harding heeft het Swedish Radio Symphony Orchestra zich de voorbije jaren opgewerkt van ensemble van relatief weinig betekenis naar een orkest uit de internationale subtop. Hoewel de stem centraal staat in het grootste deel van de selectie voor dit project, is er tevens een hoofdrol weggelegd voor de Zweedse musici, die niet alleen met een volle totaalklank weten te overtuigen, maar ook met de individuele kwaliteiten. Het strijkersapparaat weet zich nog geen eigen stijl aan te meten, maar de kwaliteit is homogeen. Daarenboven zijn de blazers superieur. En wat zou Wagner zijn zonder genereuze houten en schallende kopers?

Matthias Goerne staat uiteraard centraal, maar Daniel Harding eist doorheen het dubbelalbum regelmatig de aandacht op. In de reeks ouvertures blijkt dat hij een eigen discours wil ontplooien binnen Wagners oeuvre, door de parameters ritme, balans en projectie helemaal naar zijn hand te zetten. Vooral het voorspel tot ‘Tristan und Isolde’ is huiveringwekkend: de tempomatige aarzelingen, de haast sacraal afgeronde zinnen, de densiteit van het opbouwende aspect: het is danig verrassend, maar zit ook gewoon geweldig goed in elkaar. Ook de introductie van ‘Parsifal’ is trouwens onmiddellijk raak: niet door de opera met een schoorvoetende plechtstatigheid te benaderen, maar integendeel door de ware consonantie van deze muziek op te zoeken.

Met Matthias Goerne is het bovendien niet anders. Hij zingt niet alleen technisch weergaloos, maar zoekt in zijn personages evenzeer een alternatieve psychologie op. Zo is de kwetsbaarheid van zijn Wotan haast ongezien, net als het edelmoedig-bezadigde karakter van zijn Hans Sachs. Verder blinkt de bariton uit als gekwetste Amfortas en als breekbare Holländer. Een ander perspectief op Wagner dus – hopen nu dat Goerne’s non-conformistische karaktertekeningen ook bij regisseurs ingang vinden.