Quatuor Arod, Handelsbeurs Gent

Waar een wil is, is (g)een weg

In de verleidingskunst is het een stelregel: hoe liever iemand wil, hoe minder zijn/haar kans op succes. Misschien geldt hetzelfde voor muziek? Net zoals maniërisme een tegenpool is van intuïtie, zo staat een poging om een uitvoering bepaalde karakteristieken op te dringen haaks op de ervaring van naturel, die voor het publiek nochtans essentieel is om maximaal te kunnen savoureren. Het piepjonge Quatuor Arod, wiens aan Mendelssohn gewijde debuut vorig jaar als een bom insloeg, lijkt dat evenwel niet in te zien. In een programma dat van Beethoven over Webern uitmondde bij von Zemlinsky, haalde het alles uit de kast. Gevolg? Een concert dat bij vlagen voor kippenvel zorgde, maar over het algemeen in goede bedoelingen bleef steken.

Programmatisch had het Arod kwartet een exquis parcours uitgestippeld doorheen romantisch repertoire. Webern omarmt in zijn ‘Langsamer Satz’ harmonische principes die hij later in zijn carrière zal afzweren. Von Zemlinsky maakt de aanval op de tonaliteit van Webern en Weens gevolg geïnteresseerd mee, maar hij keert de traditie niet helemaal de rug toe. Integendeel integreert zijn tweede strijkkwartet de onder vuur liggende dogma’s met een expressionisme dat uit een geradicaliseerde gevoelswereld lijkt te ontspruiten. Of, anders gezegd: de geschiedenis van het strijkkwartet wordt in dit opus 15 niet als een stoffig artefact weggezet, maar krijgt het aanschijn van een noodzakelijke preluderende beweging. En wie anders dan Beethoven heeft de muzikale evoluties rond de eeuwwisseling van 18e naar 19e eeuw in een stroomversnelling gebracht? Zijn kwartetten opus 59 markeren een overgang van op klassieke leest geschoeide werken naar de verschroeiende hartstocht van zijn laatste creaties binnen het genre.

Inhoudelijk had Quatuor Arod dus een intrigerend recital klaargestoomd. Doorheen Beethovens opus 59 nr. 2 bleek echter dat het de musici aan affiniteit met dit werk ontbrak. Technische onvolmaaktheden en intonatiefouten ontsierden de vier bewegingen, maar meer fundamenteel was dat de partituur amper uitgedacht leek. Zo wisten de vier zich geen blijf met de onrust die continu in de tussenstemmen opborrelt. Enkele passages kregen richting dankzij ingestudeerde keuzes, waarin de perfecte balans, originele fraseringen en vinnig samenspel hoogtij vierden, maar dergelijke momenten waren schaars. Bovendien kwamen de intrinsieke niveauverschillen binnen het kwartet duidelijk boven water. Zo ontpopte violist Jordan Victoria zich tot charismatisch leidersfiguur, terwijl cellist Samy Rachid de totaalklank van voldoende fond voorzag. Alexandre Vu en Tanguy Parisot moesten zich echter door hun partijen worstelen.

Anders dan Beethoven zat Webern beter in de vingers. Aan diens ‘Langsamer Satz’ moet niets worden toegevoegd, want het dramatische gevoelsspectrum zit integraal in de partituur vervat. Toch probeerden de uitvoerders het stuk met tranerigheid en brille op te pompen. Het oprekken van emotie: is het geen typische jeugdzonde? Tot slot was von Zemlinsky’s zelden gespeelde tweede strijkkwartet aan de beurt. Wat de vier nog niet hadden geëtaleerd, kwam nu wel aan de oppervlakte: intense interactie, naadloos op elkaar inhakende stemmen, epische vertelkracht en een glasheldere sound. Ook hier speelden techniciteiten en intonatie de uitvoerders parten, maar dat was bijzaak. De uitvoering stond er immers: niet als een uitwas die het verdient om langzaam te verkruimelen in een of andere bibliotheek, maar integendeel als een revelatie – een brok bruisende vitaliteit.

Details Concerten
Waar een wil is, is (g)een weg
Concert datum:
08/05/2018
Kwartet: Quatuor Arod
Copyright foto: Marco Borggreve