Pavel Milyukov, Valery Gergiev & Mariinsky Orchestra, Sint-Baafskathedraal Gent

Galm in hoofd en hart

In de zes decennia van haar bestaan heeft het Gent Festival van Vlaanderen een uitstekende reputatie opgebouwd wat internationale orkesten betreft. Dit jaar haalde de organisatie bijvoorbeeld het Mariinsky Orchestra binnen, een klepper van formaat. Het bleek een uitgelezen gelegenheid om chef-dirigent Valery Gergiev aan het werk te horen in het repertoire dat hij sinds jaar en dag wereldwijd propageert, met name muziek uit zijn vaderland.

Omdat het niet altijd dezelfde partituren moeten zijn die worden opgerakeld, koos Gergiev bij wijze van ouverture voor ‘Zavod’ van Aleksandr Mosolov. Het betreft een onbekend futuristisch werk waarin de componist de mechaniek van een industriële omgeving probeert op te wekken. Anders dan een partituur die abstractie maakt van die thematiek, probeert Mosolov de klankervaring precies te herleiden tot een fabrieksomgeving. Hij evoceert stomende persen, ratelende werktuigen en het onbedwingbare ritme van de vooruitgang. Een ideale smaakmaker om het Mariinsky als geolied radarwerk in actie te horen.

Als Mosolov met ‘Zavod’ een enge dimensie heeft willen uitbenen, dan heeft Prokofiev met zijn eerste vioolconcerto het tegendeel gedaan. Hoewel schijnbaar homogeen qua palet, is het een enorm veelzijdig werk, waarin diep menselijke hoekdelen een onaards spitant middendeel flankeren. Solist Pavel Milyukov, een naam die vooralsnog niet tot het grote publiek is doorgedrongen, profileerde zich doorheen zijn interpretatie echter niet tot iemand die het scala aan indrukken stuk voor stuk probeerde te expliciteren. Hij zwoer immers bij een rechtlijnige lezing, integraal gedacht vanuit het eerder 19e eeuwse idee van solistisch heldendom. Dit principe strookt echter niet met de poëzie en de lyriek van Prokofievs onvolprezen meesterwerk, dat aan betekenis moest inboeten.

Weliswaar heeft Milyukov zijn samenwerking met Gergiev niet gestolen. Zijn toon is indringend en zijn techniek mag verbluffend heten. De stap naar verhalend meesterschap moet de solist evenwel nog zetten. Wat dat betreft kan hij te rade gaan bij de dirigent, die uit de partituur op zijn beurt wél alle finesses wist te halen. Hoewel de akoestische omstandigheden van de Sint-Baafskathedraal eens te meer van die aard bleken dat details verloren gingen door de galm en dat bepaalde instrumentengroepen (vooral de houten) onvoldoende konden mengen met andere (strijkers en kopers), was de rijkdom van de directie onmiskenbaar.

Ook doorheen Shostakovich’ vierde symfonie zou de concertlocatie de uitvoering overigens parten spelen. Gergiev, die dit werk in 2012 in BOZAR nog programmeerde en het in tussentijd ook op de buitenlandse podia bleef uitvoeren, had een gemillimeterde lezing in gedachten, die beter verdiende dan de matte nagalm van Gents katholieke bastion. De hoog-romantische teneur van deze symfonie, die door velen als een problematische mastodont binnen de fenomenale symfonische catalogus van de componist wordt beschouwd, beroerde ondanks de suboptimale akoestische omstandigheden hoofd en hart.

Elke passage, zij het modernistisch, zij het romantisch geïnspireerd, wist de dirigent naadloos in te passen in het totaalconcept, dat in Gergievs handen grote pathos ademde en niet neerkwam op een ondoorzichtig en overdadig kluwen van invloeden. De interpretatie werd bijgevolg een langgerekte mokerslag. Een die bleef nagalmen – niet alleen in de zaal, maar ook ver daarbuiten, tot dagen nadien.