Nils Frahm, Handelsbeurs Gent

De openbaring van klank als klank

‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’, zo gaat een beroemd sonnet van Goethe. Voor de goede verstaander: in de beperking toont zich de meester. Wat dat citaat met Nils Frahm te maken heeft? Niets. En tegelijk: alles. Kwatongen hekelen de stijl van de Duitse publiekslieveling om de voor de hand liggende structuur, harmonie en opbouw van diens composities. Maar wat als net het accepteren van die eenvoud essentieel is om het ontroerend potentieel van Frahms werk te kunnen doorgronden?

In studio-omstandigheden streeft de toetsenist sinds ruim een decennium naar een eigengereide sound aan de hand van traditionele instrumenten. Waarom echter dat manueel prutsen aan piano’s? Niet omdat Frahm per se een uitzonderlijk geluid wil bereiken. Mocht dat zijn ultieme streven zijn, dan had hij de digitale revolutie allang omarmd. Wel wil Frahm het analoge proces waaruit een unieke klankbeleving geboren wordt, vastleggen. En niet alleen dat, want hij probeert zijn publiek ineens ook bewust te maken van het momentum waarop klank zich als klank openbaart.

Hoe laat je echter een ongeoefend oor naar louter klank luisteren? Wie ingewikkelde ritmes, complexe melodieën en knap in elkaar geknutselde harmonische progressies op het publiek loslaat, mag het vergeten. Door pakweg Ligeti’s pianocataloog uit te spitten, ontstaat namelijk geen verwondering over de sonoriteit van het instrument. Frahm maakt zijn werk dus doelbewust niet moeilijk, omdat de kern van de emotionele gewaarwording van muziek hem meer interesseert dan de gesofisticeerde uitlopers daarvan. Dat zijn ‘simpele’ werk precies in tijden van ongebreidelde mogelijkheden zoveel mensen aanspreekt, bewijst overigens niet dat Jan met de pet niet meer kan luisteren. Juist de stortvloed aan geluiden waaraan de mens anno 2018 is overgeleverd, noopt tot herbronning. En die herbronning wordt door Frahm geïncarneerd.

Enkele weken na de Ancienne Belgique twee keer tot de nok te hebben gevuld, bediende de oogappel van het Gentse publiek afgelopen zondag een uitverkochte Handelsbeurs. Hij bracht uiteraard het materiaal van zijn pas uitgekomen album ‘All melody’ mee, maar de set werd allesbehalve een aftreksel van de plaat. Op cd zette Frahm vooral in op balans en op details, zodat de heterogene trip van de plaat dankzij de verfijnde productie toch homogeen aanvoelde. Live wist Frahm eveneens een gevoel van grote consistentie op te wekken, hoewel hij de contrasten verder oprekte. Hoe ver de zinderende beats ook van de gemoedelijkheid van de solo klavierwerken mochten liggen, ze werden feilloos in de totaalervaring van het concert geïntegreerd.

Frahm wandelde letterlijk van de ene kant van de bühne naar de andere, om intimistisch geflirt met techno door een op klassieke leest geschoeide ballade te laten volgen – en vice versa. Dat deze spagaat nooit kunstmatig aandeed, had alles te maken met het ambacht dat centraal staat in Frahms esthetica. Een op het achtertoneel opgesteld orgel dat via old school technieken in een percussie-instrument transformeerde, werd eigenlijk identiek benaderd als een klavier met bijgewerkte hamers teneinde een discretere textuur te genereren. En wanneer Frahm tijdens de encore met de stoffen bekleding van zijn percussiemateriaal in de microfoon begon te porren, werd ook die plaisanterie begrepen als een verlangen om geluid, hoe artificieel ook, artisanaal te creëren.

Wat ‘echt’ is, blijft immers. Althans voor wie zich Goethe herinnert. ‘Das Echte bleibt der Nachwelt unverloren.’ Amen.

Details Concerten
Klank als klank
Concert datum:
18/02/2018
Foto (copyright): Alexander Schneider