Nelson Freire, Yuri Temirkanov en Sint-Petersburg Filharmonisch Orkest, BOZAR Brussel

Twee éminences grises, één concert

BOZAR stelt haar bezoekers deze week voor hartverscheurende keuzes. Tijdens de huidige all-star week passeert immers iedere dag minstens één grote naam in Brussels meest prestigieuze concertzaal. Zondag was dat nog diva Cecilia Bartoli, maandag René Jacobs met in zijn gevolg de fantastische Akademie für Alte Musik Berlin, het magnifieke RIAS Kammerchor en een resem zangers van het hoogste niveau. Dinsdag werd in chronologische lijn verder gedacht: vanuit Jacobs’ Mozart naar Brahms en zelfs Prokofiev. De ster van de avond was deze keer Nelson Freire, beminnelijk pianist van bijna zeventig, maar nog steeds een van de hoogst aangeschreven interpreten van dit moment en bij Decca nog ongeveer jaarlijks goed voor een album dat door vakbladen keer op keer nauwgezet wordt besproken.

Het Britse magazine Grammophone riep Freires opname van beide Brahms-concerti, met het Gewandhausorchester en haar chef Riccardo Chailly, in 2007 nog uit tot ‘record of the year’. In Brussel werd Freire vergezeld door het Sint-Petersburg Filharmonisch Orkest onder leiding van Yuri Temirkanov, een schijnbaar minder aantrekkelijke combinatie dan diegene waarmee Freire de studio indook. Voor de pauze verzorgden orkest en dirigent een piekfijn Prokofiev-programma, dat veel meer bleek dan zomaar een opmaat naar de passage van Freire. Temirkanov ontpopte zich daarbij als de verrassing van de avond, dankzij een enorm spontaan contact met zijn orkest, dat hem met plezier op zijn wenken bediende.

Het cliché wil dat de muziekopleidingen in Rusland gedisciplineerde musici afleveren, waarvan Russische orkesten die als goed geoliede machines klinken het bewijs zouden zijn. Of dat tot op heden nog altijd het geval is, kan in het midden gelaten worden. Zeker is dat het Sint-Petersburg Filharmonisch Orkest routineus doorheen Prokofiev raasde, zonder voorbij te gaan aan diens gevoel voor fantasie. De aardig op leeftijd gekomen Temirkanov wil vandaag geen technisch perfecte dirigent zijn, wat ook niet nodig is in repertoire dat het orkest als gegoten zit. Wel markeert hij voortdurend hoe bepaalde motieven moeten worden uitgewerkt, in een heldere taal die muzikanten onmogelijk verkeerd kunnen begrijpen. Prokofievs lichte eerste symfonie, bijgenaamd ‘De klassieke’, presenteerde deze dirigent als een vingeroefening vol humor en beeldspraak. Hetzelfde gold voor een selectie uit de ‘Romeo and Juliet’-suites, waarin Termikanov ook nog eens een grote dosis kleur injecteerde. Zoals drama bij Shakespeare muziek werd, maakte de dirigent van Prokofievs adaptatie opnieuw puur drama.

Reden genoeg om met grote verwachtingen uit te kijken naar Freires aanpak van Brahms’ tweede pianoconcerto. De pianist probeerde met ongewoon veel finesse in de partituur te duiken en zocht daarbij naar de extremen tussen intro- en extravert.

Het leek er op dat orkest, dirigent en solist elkaar nog wat moesten vinden. Zo klopte de hartslag van Freire in het ‘Allegro appassionata’ precies een fractie sneller dan die van Temirkanov. In het ‘Andante’ vonden beide partijen elkaar dan weer perfect. In de hoekdelen bleef de geanticipeerde extase in de kast, vanwege een orkestpartij die iets minder had mogen beteugeld worden en Freire die in het eerste deel de indruk gaf nog te moeten warmlopen.

Het monument dat dit concerto is bleef weliswaar overeind, maar de grootste ontroering lag tegen de verwachtingen in bij Prokofiev. En nu, dagen nagenieten? Nee, want morgen alweer spektakel in BOZAR!

Details Concerten
De grootste ontroering uit eerder onverwachte hoek.
Concert datum:
20/11/2012
Jaar:
2012