Modest Mussorgsky, ‘Pictures at an exhibition, Night on bare mountain & Songs and dances of death’

Nationale held brengt nationale held

Het Mariinsky en Ruslands nationale helden: sinds jaar en dag vormen ze twee handen op een buik. Tchaikovsky, Prokofiev, Rachmaninov en nog ettelijke anderen, als ze van wezenlijk belang zijn geweest voor het muziekwezen van de natie, dan heeft Valery Gergiev er zich zowel live als op cd voor geëngageerd. Zopas bracht de dirigent een album uit met werk van Moessorgski. Naast de welbekende ‘Pictures at an exhibition’ blikte Gergiev ook ' Night on bare mountain ' in, een partituur die met haar feeërieke en tegelijk duistere kracht vrijwel naadloos aansluit op de epische wereld van het museumbezoek. De ‘Songs and dances of death’ vormen tenslotte een integere voetnoot.

Gergiev hoedt zich niet voor de gemeenplaatsen van de romantiek. Terecht ook, want hoe velen voor hem het pad van bovenvermelde componisten reeds hebben geëffend, hun werk blijft fantastisch. Dat het huislabel van het Mariinsky zich over het verloop van een paar jaar internationaal heeft kunnen vestigen, heeft onder andere te maken met het repertoire dat Gergiev op de agenda plaatste. Op de fundering van uitstekende interpretaties waar geen afzetmarkt voor is, bouwt men immers geen reputatie. Op dit soort uitvoering van de ‘Schilderijententoonstelling’ echter ook niet meteen.

Bij Gergiev worden de duistere hoeken van de tentoonstellingsruimte opgezocht, maar evengoed het felle licht. Hij streeft nochtans niet naar het duidelijk aflijnen van de verschillende karakters, waardoor de lezing diversiteit mist. De individuele zowel als de collectieve merites van een superieur orkest zoals het Mariinsky zijn dan wel weer onmiskenbaar: prachtig geboetseerd individueel soleerwerk staat naast warme, volle tutti. Het kleine gebaar vindt de grote beweging, de intieme schaal mondt uit in reusachtige symfonische proporties. Die verbinding maakt de essentie uit van de karakterieel zo  wisselvallige ‘Schilderijententoonstelling’. Die weerklinkt hier magnifiek, hoewel de afzonderlijke kapittels niet altijd genoeg autonome karakterisering bevatten.

De door Shostakovich’ georkestreerde liederen en dansen des doods zijn misschien wel dé revelatie van deze opname. De bijdrages van bas Ferruccio Furlanetto zijn als bijzonder sensitief te typeren, waarbij het orkest nog nuances in kleur en affect toevoegt. In ‘Night on bare mountain’ mikt Gergiev bij wijze van contrast wederom op onrust. Geweldig gespeeld, maar niet zo rijk aan schakeringen als wel eens het geval is, betreft het ook hier een uitvoering die de verwachtingen niet volledig inlost.