Marc-André Hamelin, Handelsbeurs Gent

Subtiel en saillant, een recital in balans?

Beethovens 'Appassionata'? Schumanns 'Fantasie’ opus 17? Het zijn werken die zodanig frequent geherdefinieerd worden dat ze nooit tot een voltooide tijd zullen behoren, maar zich integendeel altijd in de tegenwoordige wording van hun schoonheid zullen manifesteren. Anders is dat voor het repertoire van Samuil Feinberg, een min of meer uit het muzikaal memorie verbannen Rus die het van een notoir avonturier als Marc-André Hamelin moet hebben om anno 2017 nog opgevoerd te worden.

Met een programma dat zowel uit klassiekers als uit de vergaarbak met onbekende en dus onbeminde partituren viste, deed de Canadese pianist de Gentse Handelsbeurs aan. Het werd een avond die in het teken stond van het grote gevoel. En van het kleinste detail, dat noodzakelijk bleek om dat grote gevoel gestalte te geven.

Wie is Feinberg? Beschouwt men zijn eerste sonate als ijkpunt, dan misschien een componist die zich vergaapt aan kleuren, iemand die uit de plooien van de harmonie een ongewone urgentie geboren laat worden. Uit de vierde sonate stijgt evenwel een ander beeld op, met name dat van een figuur die de wetmatigheden van de tonaliteit brutaal probeert om te keren. Niet uit experimenteerdrift, maar uit innerlijke noodzaak.

Hoe intrigerend ook beide werken afzonderlijk, ze lieten het publiek achter met een honger naar duiding. Als Hamelin vergeten figuren opnieuw op de kaart wil zetten, zou hij er goed aan doen hun repertoire hetzij vanuit hun biografie, hetzij vanuit zijn persoonlijke beleving toe te lichten. Zoals de pianist het in de Handelsbeurs aanpakte, bleef Feinberg immers een fait divers, een smaakmaker voor de grote werken op de affiche. Waardoor Hamelin er met andere woorden niet in slaagde om deze figuur als een te ontdekken kunstenaar te agenderen.

Van Hamelins lezing van Feinbergs eerste en vierde sonate ging weliswaar een grote poëzie uit. De klankgevoeligheid van de uitvoerder kwam binnen de kwetsbare constellatie van het uit broze harmonieën opgebouwde ‘Allegro’ (eerste sonate) goed tot zijn recht. Het ‘Presto impetuoso’ (vierde sonate) markeerde de overgang naar een ander facet van de uitvoerder, met name een instinct om dramatische noodlottigheid vanuit een bewonderenswaardige integriteit aan te pakken.

Beethovens ‘Appassionata’ zou een logisch vervolg blijken. In dit opusnummer is tederheid met name de broedbodem voor pathos, waarbij het tweede muzikaal uit het eerste ontstaat. Affiniteit met Beethovens stijl heeft de Canadees genoeg, maar technisch bereikte hij niet het soort raffinement waar hij om bekend staat. Ritmisch mankeerde de uitvoering consistentie, qua narratief overheerste de neurose boven het dichterlijke.

Was het recital tot voor de pauze geen echte voltreffer, dan maakte Hamelin evenwel veel goed na de onderbreking. In Schumanns ‘Fantasie’ laveerde hij moeiteloos van het ene naar het volgende affect, tegengestelde polen vanuit een onbenoembaar maar hartroerend centrum verbindend. Hier kristalliseerde zijn technisch meesterschap wel uit in een fascinerende lezing, die qua idioom model mocht staan voor Hamelins status als wereldvermaard pianist.

Bij wijze van bisnummer gaf de pianist tot slot inkijk in zijn eigen cataloog. De ‘Toccata on "L'homme armé"’ werd een humoristische en relativerende voetnoot bij een wisselvallig concert. Is het omdat Hamelin zelf als hobbyist af en toe in de pen kruipt, dat hij een lans breekt voor ondergesneeuwde figuren onder het compositorische firmament?

Details Concerten
Subtiel en saillant, een recital in balans?
Concert datum:
06/12/2017
Copyright foto: Canetty Clarke