Mahler Chamber Orchestra & Thomas Søndergård, Musikfest Berlin

Muziek om naar te kijken?

Mozart, Beethoven, Schubert, Brahms, Bruckner, Mahler en noem maar op: bij al deze componisten staat de laatste van hun symfonische verwezenlijkingen op een voetstuk. Anders is dat bij Carl Nielsen, wiens zesde symfonie een van de minst opgevoerde uit de serie is. Nochtans kreeg ze de ondertitel ‘Sinfonia semplice’ mee, voor de leek een misleidende titel. Echt simpel is de symfonie immers niet, hoe eenvoudig het materiaal waaruit ze bestaat ook mag zijn. Het is zeker geen monumentale verwezenlijking, zoals Nielsens derde, vierde of vijfde. Integendeel plooit de componist terug op meer primitief samengestelde, vanuit de solist geconcipieerde lijnen, die weliswaar in gecombineerde zetting een niet-hapklaar geheel vormen.

Op het eerste zicht lijkt het interessant om deze door individuele instrumentale stemmen opgebouwde potpourri te arrangeren voor kamerorkest, met als bedoeling de eenvoud – en de complexiteit die het verbinden van verschillende simpele elementen met zich meebrengt – aanschouwelijk in kaart te brengen. Wetende dat bij een dergelijke reductie de symfonische kleuren en het draagvlak - vooral vanuit de strijkers - verloren gaat, lijkt de creatie echter in te boeten aan een wezenlijk deel van haar persoonlijke karakter. Dat in de context van Musikfest Berlin het Mahler Chamber Orchestra in uitgedunde bezetting een door Hans Abrahamsen uitgetekende editie voor kamerorkest tot klinken bracht, was dan ook geen reden tot grote vreugde.

Voordeel is natuurlijk dat de bakken talent die het Mahler Chamber Orchestra aan boord heeft, heerlijk gedemonstreerd konden worden. Dit in 1997 opgerichte ensemble is de kinderschoenen ondertussen al lang ontgroeid, maar kijkt nog steeds met grote nieuwsgierigheid naar zowel de canon als naar minder frequent opgevoerde muziek. In wisselende bezettingen trekt het solisten en dirigenten aan met een verhaal. De fenomenale Beethoven-cyclus aan de zijde van Leif Ove Andsnes of de spitante Shostakovich-interpretaties onder Teodor Currentzis: het zijn slechts twee voorbeelden van een inmiddels roemrijk te noemen discografie. En ja, uit de adaptatie van Nielsens zesde bleek nog maar eens dat stilistische diversiteit voor de musici geen opgave is, maar een dankbare uitdaging. Niet alleen de precisie, maar bovenal het jolijt waarmee de talloze uitingen van blijdschap in de kamermuziekzaal van de Philarmonie ten gehore werden gebracht, stemden tot je reinste vrolijkheid.

Doorheen Alban Bergs ‘Kammerkonzert’ werd dat gevoel van welbehagen - ondanks het verlies van het oorspronkelijke klankideaal van de symfonie toch aanwezig – omgebogen in flarden van opschudding, in knipsels extase en in bliksemschichten tristesse. Thomas Søndergårds directie getuigde van een grote technische bekwaamheid en solisten Isabelle Faust en Alexander Melnikov, sinds jaar en dag behalve muzikale partners ook vrienden, bouwden bovenop een behendig opgezet schimmenspel van impressies een ongelofelijk intense poppenkast - nu eens spelenderwijs, dan weer bloedserieus.

Een excellente uitvoering? Misschien. Een excellent concert? Eigenlijk niet, en wel omdat de balans van het programma ver heen was. Waarom niet de klassiek waarop Nielsen zich entte aan zijn symfonie koppelen? Waarom Bergs partituur – een berg die de luisteraar over moet – niet koppelen aan een traditie waar de componist veel respect voor had? Door deze twee werken te programmeren, was dit concert in zekere zin al morsdood nog voor de eerste noot gespeeld was. Een gemiste kans op evenwicht, op ontroering, op een meer omvattend spectrum.