Leif Ove Andsnes, BOZAR Brussel

Pianist en/of verteller?

Van 1996 was het geleden dat de Noorse toppianist Leif Ove Andsnes een ballade van Chopin speelde in onze hoofdstad. Toen was de Henry Le Boeufzaal nog een trede te hoog voor de opkomende virtuoos, maar inmiddels heeft hij een plekje verzilverd tussen de grootste toetsenisten van dit moment en wordt hij dus niet langer verbannen naar het podium van het Brusselse conservatorium. Zijn internationale tournee, die hem momenteel langs de belangrijkste zalen van Europa en de Verenigde Staten voert, omvat een zeer divers programma, met een volledig deel gewijd aan Chopin, naast werk van Debussy, Bartok en Haydn.

Op papier werpt een dergelijke recital een potentieel probleem op: waar ligt immers het zwaartepunt in een concert dat geen groot werk omkranst maar kleinere stukken voorschotelt? Geen Beethoven-sonate noch een of ander monumentaal werk van Liszt, maar wel de ‘Sonate Hob.XVI:20’ van Haydn bleek het langste werk van de avond. Leif Ove Andsnes opende er ook mee en liet een enorm geaffecteerde interpretatie horen. Vingervlug, maar nooit roekeloos; goed geanalyseerd, maar niet gespeend van een zweem van mystiek; spitant en grappig, en tegelijk op een smakelijke manier gedistingeerd. De pianist speelt het werk al sedert zijn zestiende en kent het dus als zijn broekzak. Toch brengt hij het, bijna dertig jaar later, nog steeds als een spannend avontuur.

Met Bartoks ‘Suite voor piano, opus 14’ werpt Andsnes zich tijdens deze tournee ook op nieuw repertoire. De contrastrijke lijn uit de Haydn-sonate zette zich in dit speelse werk mooi verder, hoewel het afsluitende ‘Sostenuto’ een enorme verstilling bereikt. Net als in het openingswerk deed de solist veel meer dan musiceren alleen: van de volkse melodieën maakte hij folkloristische vertellingen en de meer ingehouden passages werden trieste sprookjes. Andsnes plaatste het ene gevoel naast het andere in wat een werk bleek te zijn met een enorm breed palet, door de pianist vanuit een genereus muzikaal aanvoelen naar voren gebracht.

Vanuit de onbeperkte mogelijkheden van Bartoks muzikale schriftuur, zakte de pianist vervolgens af naar de impressionistische leefwereld van Debussy. Diens ‘Images’ telt in totaal twee boeken, met twee jaar tussentijd geschreven. Andsnes koos ervoor alleen het eerste gedeelte te vertolken, alles samen goed voor zo’n kwartier muziek. In het eerste van drie segmenten, ‘Reflets dans l’eau’, kon de solist zich niet laten gelden als technisch onderlegd, met name door de iets te dikke (akoestische?) klankbrij. In de twee volgende segmenten bleken de techniciteiten veel minder een probleem en vooral het middelste deel, een ode aan Jean-Philippe Rameau, werd een hemels brokje muziek.

Na de pauze kon het concert moeilijk beter worden. Andsnes bolde met vier walsen, twee ballades en een nocture van Chopin mooi uit naar het einde, dat uiteindelijk nog intensifieerde met de prachtige eerste ballade. Toch was het spijtig dat het concert na de pauze beduidend minder met een spanningsboog werkte. De keuze van de werken loodste de luisteraar van zoet melancholisch naar licht uitzinnig, maar altijd binnen bepaalde appetijtelijke marges. Andsnes verrichte kortom geen wonderen meer. Of hij überhaupt een groot Chopin-vertolker is, kan je ter discussie stellen.

Toch zal deze avond nog een tijdje als een warme gloed blijven nazinderen. De kunstzinnigheid waarmee Leif Ove Andsnes het hele programma benaderde, bewijst immers dat hij de status die hij momenteel geniet meer dan verdiend heeft. Een magisch concert, boordevol kleine wonderen.

Details Concerten
Concert datum:
23/03/2012
Jaar:
2012