Koninklijk Concertgebouworkest & Mariss Jansons, BOZAR Brussel

De welluidendheid van het tragische

Mariss Jansons? Die naam doet allicht een belletje rinkelen bij wie op de eerste januari een vaste afspraak heeft met Canvas, waar traditiegetrouw het nieuwjaarsconcert live vanuit de Wiener Konzerthaus wordt uitgezonden. Zo werd het begin van het jaar 2012 feestelijk opgeluisterd door de Letse dirigent, een graag geziene gast bij de belangrijkste orkesten ter wereld. Ook het Koninklijk Concertgebouworkest Amsterdam mag zich daar overigens toe reken, en een concert met haar chef is hoe dan ook een gelegenheid om naar uit te kijken. Met een programma dat begon in de feeërieke, zorgeloze stijl van de betere wals à la Johann Strauss, beklom het programma na een obscuur aperitief duizelingwekkende hoogten rondom de noodlottige vragen des levens.

Met bloedernstig repertoire van Tchaikovsky en Richard Strauss in het vooruitzicht, mag het misschien een merkwaardige keuze heten dat Jansons voor een wel erg zorgeloze opwarmer koos. Het was maestro Riccardo Chailly die zoveel jaar geleden ‘De getemde feeks’ van Johan Wagenaar uit de vergetelheid haalde en het Amsterdamse orkest in dit virtuoze, effectrijke werk liet schitteren. Onder Jansons werden geen evidenties  artificieel opgedirkt, maar heel evenwichtig in het grotere plaatje van de smakelijke ouverture ingepast. Met zelfzekere kopers en een brede strijkersklank kwam deze lichtvoetige inloopoefening tot haar volle recht, als een eerste demonstratie van de magie die deze groep musici in een vingerknip kan opwekken.

Uiteraard werd met meer spanning uitgekeken naar wat Jansons met Strauss’ onvolprezen ‘Tod und Verklärung’ zou aanvangen. Van bij het begin ontbrak het deze uitvoering helaas aan tensie: de openingsmaten misten de belofte dat dit symfonisch gedicht een kwestie van leven en dood zou omvatten. Jansons leek het materiaal iets te weinig organisch te ontwikkelen en de partituur deed enigszins gefragmenteerd aan. Puur geluidsmatig produceerde het orkest weliswaar een orgieuze klank die de grote filosofische vraagstukken waaraan Strauss raakt bijna vanzelfsprekend maakten, maar wanneer de meer fragiele harmonieën van het transcenderende terugvoerden naar het aardse, raakte men wel eens uit balans. Alles bij elkaar genomen kon niemand in BOZAR eraan twijfelen dat ‘Tod und Verklärung’ een fenomenale brok muziekgeschiedenis is, maar dit orkest heeft allicht al betere uitvoeringen ten beste gegeven.

Of dat ook geldt voor Tchaikovsky’s vijfde symfonie, dat door de componist via een bepaald noodlotsmotief cyclisch werd uitgeschreven, is nog maar de vraag. Het is moeilijk om in deze partituur de dramatiek in evenwicht te brengen met de meer joviale kant van Tchaikovsky, die er eveneens in doorklinkt. Jansons toonde zich echter een bijzonder begaafd gymnast, die perfect aanvoelde wanneer hij spanning moest lossen of bijgeven. Voor dit orkest is deze muziek na al die jaren een evidentie geworden, wat Jansons toeliet om erg gedetailleerd te werk te gaan. Ultieme transparantie, humor, lichtheid maar ook zwaarmoedigheid klonken in deze interpretatie door, die voortdurend ontroerde door haar precisie. Het inzicht waarmee de solisten, zowel bij het hout als bij de uitzonderlijk sterke kopers, hun partijen vertolkten, bewees dat zij perfect begrepen waar Jansons deze muziek naar toe stuwde. Eindelijk mocht de vijfde symfonie van Tchaikovsky nog eens zijn wat het eigenlijk is: een werk met veel en uiteenlopende dimensies, zonder overheersende toon van morbiditeit die al het overige overschaduwt.

Details Concerten
De welluidendheid van het tragische
Jaar:
2013