Koninklijk Concertgebouworkest, Groot Omroepkoor & Mariss Jansons, BOZAR Brussel

‘Selig sind die Toten’ op een doordeweekse zondagnamiddag

Zelfs diegenen met een grote afkeer voor klassieke muziek durven op nieuwjaarsdag omstreeks het middaguur de televisie aan te zetten om met flarden van walsen hun kater van de dag voordien te bestrijden. Hoewel de kwaliteit van de composities tijdens dat beroemde nieuwjaarsconcert doorgaans niet onderkend wordt door wie zich met de canon bezig houdt, is iedereen het er over eens dat het nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker elk jaar in goede banen wordt geleid door een wereldvermaard dirigent. Dit jaar nog viel deze eenmalige eer Mariss Jansons te beurt, negen maanden later te gast in Brussel met het Koninklijk Concertgebouworkest Amsterdam. Op de affiche prijkte slechts één werk: 'Ein deutsches Requiem' van Johannes Brahms. Een zelden opgevoerd meesterwerk, waarvoor dirigent, orkest, koor en solisten zich tot ware evenwichtskunstenaars moeten ontpoppen. 

Jansons mag zich al sedert 2004 chef van het Koninklijk Concertgebouworkest noemen en hij kent het dus op zijn duimpje. De zachtheid waarmee hij het requiem in de lage registers op gang trok, toonden vanaf de start een dirigent die dit werk met de grootste omzichtigheid aanpakte. Jansons heeft bovendien goed begrepen dat een uitstekend orkest als dit zich perfect leent voor detailwerking. Feilloze solo’s zijn onder deze topmusici een evidentie, wat de orkestleider toeliet in de diepte reliëf aan te brengen, gaande van het continu onderhouden van een natuurlijke strijkerscadans tot bijvoorbeeld volumineus perfect gekaderd paukenspel in het tweede luik van dit werk. 

Een dirigent en een orkest van dit formaat trekken uiteraard ook wereldvermaarde solisten aan. Gerald Finley toonde zich een empathische bariton, sopraan Genia Kühmeier vertolkte haar 'Ihr habt nun Traurigkeit' met een bekoorlijke mengeling van troost en zwaarmoedigheid. Op die paradox dreef overigens de gehele uitvoering, hetgeen Brahms ook duidelijk voor ogen had tijdens de conceptie ervan. Niet voor niets selecteerde hij zelf fragmenten uit de Lutherse bijbel, waarin de traditionele requiem-thematiek verdrongen wordt door een universele oproep om lijden en sterven in een menselijk leven een plaats te geven. Niemand hoeft Jansons die essentie nog uit te leggen: in regelrechte dramatiek weigerde zijn interpretatie te vervallen, om een veel genuanceerder spel tussen licht en duisternis neer te zetten. 

Sedert de recente opname van John Eliot Gardiner weten we echter dat het hart van 'Ein deutsches Requiem' gevormd wordt door het koor. Anders dan Gardiners Monteverdi Choir staat het Groot Omroepkoor niet bij voorbaat garant voor een geraffineerde vertolking, maar wat het collectief in Brussel liet horen, sloeg regelrecht met verstomming. Als een bijna vanzelfsprekend verlengstuk van Jansons subtiele dirigeerwijze gleed het koor mee in de muzikale schemerzone waarin Brahms' requiem zich beweegt. De aartsmoeilijke evenwichtsoefening, die zelfs professionelen ertoe aanzet dit stuk zelden te programmeren, was er kortom een van een volmaakte precisie, hoewel alleen in het contrapunt de statigheid van de partituur niet altijd werd overwonnen.

Concerthuizen hebben soms de gewoonte hun grootste namen op te sparen voor later in het seizoen, terwijl BOZAR hier een startschot gaf met een klapper van formaat. Het succes stijgt Jansons echter niet naar het hoofd: eerbiedig stak hij, toen hij voor de derde keer kwam groeten, de partituur de lucht in. Een statement dat men een topdirigent zelden ziet expliciteren, en een mooie metafoor voor hoe gedienstig Jansons zich tot de muziek verhoudt.

Details Concerten
Koninklijk Concertgebouworkest, Groot Omroepkoor & Mariss Jansons, BOZAR Brussel
Concert datum:
23/09/2012
Jaar:
2012