Joseph Haydn, ‘Haydn 2032, No. 4 – Il distratto’

De hoogste graad van humor

Het was Friedrich Nietzsche die liet optekenen dat het leven zonder muziek een vergissing zou zijn. Net zo goed is muziek zonder humor een misverstand. En ja, dat geldt zeker voor klassieke muziek. Hoewel het genre dikwijls door een aureool van ernst omgeven wordt, is de lach een substantieel onderdeel van haar verwerkelijking. Giovanni Antonini is bijvoorbeeld een dirigent die voort borduurt op een lange traditie van orkestleiders die begrijpen dat de traan slechts in contrast met de lach haar volle melancholieke kracht kan uitoefenen. Het lichte, het speelse, het amusement: het is nodig als tegengewicht voor zwaarte. In de Barok werd dat al begrepen, en in het classicisme verder ontwikkeld. In het symfonisch repertoire van Franz Joseph Haydn komen de polen vreugde en verdriet dan ook voortdurend samen.

Onder leiding van zijn ensemble Il Giardino Armonico wil Antonini tegen het jaar 2032 alle symfonieën van Haydn ingeblikt hebben. Zijn integrale kijkt echter ook verder dan de bladzijden van Haydns oeuvre. Antonini koppelt aan de symfonieën verwante werken van dezelfde componist, of hij kiest voor werk dat in relatie staat tot Haydns creaties. Dat leverde op de vorige volumes telkens boeiende excursies op. En ook deze keer is het raak. Van een zekere Domenico Cimarosa selecteerde Antonini ‘Il maestro di Cappella’. Het is een weergaloze persiflage op de stoeierige interactie tussen een kapelmeester en orkestmusici. Bariton Riccardo Novaro haalt knorrige imitaties van intrumenten uit de kast, naast een heleboel hyperbolische bevliegingen. Zijn personage is lappendeken van overdrijvingen, precies zoals Cimarosa bedoeld heeft. De resultante is een spetterend slot van een album waarop eigenlijk alleen maar ontdekkingen te sprokkelen zijn.

De titel van dit vierde volume valt samen met de bijnaam van Haydns zestigste symfonie. ‘Il distratto’ is, alleszins onder connaisseurs, bekend om zijn wel erg stoute grappen. Dat de strijkers ineens een passage uit Haydns ‘Afscheidssymfonie’ beginnen spelen, is een expliciete wenk van de componist naar een zogezegd ‘verstrooid’ orkest. Verderop beginnen ze – helemaal verwerkt in de score! – ineens te stemmen, omdat ze dat zouden vergeten zijn. Dit is hoe programmatische hilariteit louter via de muziek gestalte krijgt, en hoe! Niets uit Haydns cataloog kan aan deze graad van humor tippen. Antonini en Il Giardino Armonica voeren bovendien met verve uit. Alweer een lust voor het oor dus, dit vierde deel uit een fabuleus work in progress.