Joseph Haydn, ‘Haydn 2032, No. 3 – Solo e pensoso’

Waar geen mens zijn schreden zet…

Heeft Giovanni Antonini een geheim? Hoe slaagt hij er immers in bloedstollend interessante opnames te maken met een repertoire dat andere dirigenten compleet links laten liggen? Wie luistert naar ‘Solo e pensoso’, het derde deel uit de complete Haydn-cyclus die Il Giardino Armonico tegen het jaar 2032 wil opgenomen hebben, komt misschien op enkele ideeën. Zeer opvallend is bijvoorbeeld de contrastwerking, wat Antonini de voorbije jaren tot een van zijn stokpaardjes heeft gemaakt. Van barok over classicisme tot vroege romantiek: telkens weer zoekt hij naar cassante emoties, naar een soort pathetiek die weliswaar met veel raffinement gestalte krijgt, maar die tegelijk naadloos past in deze tijdsgeest van grote affecten.

Niet toevallig koos Antonini als titel voor zijn derde Haydn-volume een regel uit een gedicht van Petrarca. Haydn zette het vers op muziek aan het einde van zijn leven. Het zou een van de mooiste gezangen worden die de componist naliet, oprecht melancholiek en fenomenaal in de eenvoud waarmee orkest en stem in dialoog gaan. Antonini maakt van dit onvolprezen toondicht dankbaar gebruik om enkele langzame bewegingen uit Haydns symfonische oeuvre onder de aandacht te brengen. Zoals hij terecht opmerkt, kennen we allemaal de humor en de lichte karakters die Haydns muziek zo vaak kenmerken. De man heeft echter ook een aantal langzame delen geschreven die getuigen van een doorwrocht omgaan met weemoed; het is hoog tijd dat daar ruchtbaarheid aan gegeven wordt. Antonini voegt meteen de klinkende daad bij het woord.

De manier waarop Il Giardino Armonico vandaag musiceert, zou in vorige decennia het verwijt van brutaliteit geïncasseerd kunnen hebben. Tegenwoordig zijn de oren van het publiek evenwel gewend aan een doorgedreven contrastwerking, op voorwaarde dat elegantie en tact niet verloren gaan waar gewenst. Antonini toont zich meester in het balanceren tussen expressief en esthetisch. Zijn Beethoven-opnames met het Kammerorchester Basel oogstten indertijd lovende kritieken omwille van de ongewone koppeling van een expliciet historische dimensie aan een uitdrukkelijk beredeneerd narratief. De resultanten waren geen gekunstelde uitvoeringen, wel integendeel. Er kan geen twijfel over bestaan dat Antonini over elke noot heeft nagedacht, maar ook zijn Haydn-cyclus is een en al spontaniteit. Wie dat als een paradox beschouwt moet de opname vooral ter hand nemen. Alleen al de manier waarop de dirigent van de niet zo heel originele 42e symfonie een feest voor het oor maakt: het is een zoveelste bewijs van zijn genie.