Johann Sebastian Bach, ‘Suites nos. 4, 5 & 6’

Horizontale lyriek verrijkt met verticale diepte

In een dikwijls geciteerde bron uit Bachs tijd, afkomstig van een van zijn leerlingen, staat dat de componist in het bezit was van verschillende luiten en het instrument ook vaardig bespeelde. Hoewel talloze musicologen die uitspraak voor waar hebben aangenomen, plaatst de Amerikaanse luitspecialist Hopkinson Smith vraagtekens bij het citaat. Daarvoor moet men, zo zegt hij, alleen maar naar Bachs eigen transcriptie van de vijfde cellosuite kijken, die afzonderlijk in zijn cataloog werd opgenomen als het BWV 995.

Het register van die bewerkte suite is eigenlijk niet aangepast aan de mogelijkheden van de toen in omloop zijnde luiten. Daarnaast zijn er de bizarre vingerzettingen en de complexe akkoordgrepen, die een bekwaam luitist allicht niet als dusdanig op papier zou hebben gezet. Om die reden wordt de adaptatie, hoewel ze aan Bach zelf wordt toegeschreven, dikwijls in aangepaste versies gespeeld. Hopkinson Smith opteert bijvoorbeeld voor een transpositie naar A mineur, waardoor de partituur wat vlotter in de vingers, en bijgevolg ook in de oren, kruipt.

Ongeveer drie decennia en een half scheiden het heden van de opname die Smith in juni van het jaar 1980 van Bachs vijfde suite maakte in een kerk ergens in het rurale Frankrijk. Omdat de man inmiddels ook de eerste drie suites heeft opgenomen, verscheen bij Naïve eveneens een bundeling van de laatste drie uit de welbekende serie van zes. Met nummers vier en zes ging Smith zelf aan de slag, waarbij hij de mogelijkheden van een harmonisch instrument als een luit ten volle probeerde te benutten. Tegenover het monofoon contrapunt dat in de originele partituren voor cello op de voorgrond staat, plaatst de interpreet hier een akkoordische rijkdom die de vloeiende lyriek van de suites echter nooit in de weg staat.

Of het gerechtvaardigd is om de muziek op een dergelijke manier te verrijken? Ongetwijfeld wel. Al in Bachs tijd was de oefening van adaptatie er dikwijls een van toevoeging. En heeft Robert Schumann het horror vacui van de suites ruim anderhalve eeuw geleden niet proberen compenseren met zijn pianobegeleidingen, waarover de meningen tot op vandaag overigens nog steeds uiteen lopen?

De melodische continuïteit, het dansante karakter, de vanzelfsprekende verinnerlijkte retoriek: zoals onderlegde cellisten het allemaal te bieden hebben, zo overvalt ook Hopkinson Smith zijn luisteraars ermee. Hulde overigens voor de uitstekende opnamekwaliteit van beide opnamesessies, die hier als een homogeen geheel tot bij de luisteraar worden gebracht.

Details Album
Horizontale lyriek verrijkt met verticale diepte
Label: Naïve
Distributie: Harmonia Mundi