Igor Stravinsky, ‘The rite of spring & other music for 2 pianos’

Een orkest in een vleugelpiano

Van amateurfagottisten tot dilettanten aan het klavier: iedereen wil haar gespeeld hebben. Haar? Stravinsky’s ‘Le sacre du printemps’, het werk waarvan de honderdste verjaardag onlangs werd aangegrepen om het opnieuw in de concertzalen en schouwburgen op te voeren. Van re-enactments van het oorspronkelijke ballet over moderne choreografieën tot een collectief ritueel uitgevoerd door een lekenpubliek op de Gentse Kouter: ook in de danswereld is het bon ton om zich met Stravinsky’s beroemdste partituur te profileren. Dat pianisten Marc-André Hamelin en Leif Ove Andsnes van de hernieuwde aandacht voor het werk dankbaar gebruik maken om een pianotranscriptie van het stuk op te nemen, getuigt echter niet van het zich laten meedrijven op de hype.

Vraag is natuurlijk waarom de bewerking die Stravinsky zelf maakte van zijn ‘Le sacre du printemps’ überhaupt nog gespeeld wordt, want etaleert dat stuk niet bij uitstek het spectrum aan mogelijkheden binnen het orkest? De unieke timbres, de wilde tutti’s in de strijkers, de brullende kopers: bestaat er eigenlijk wel een ‘Sacre’ die naam waardig in een versie zonder uitgebreid orkest? Het antwoord luidt volmondig ‘ja’, want in uitgedunde setting wordt meteen duidelijk hoe dens de compositorische texturen geconcipieerd zijn – een gegeven waar de symfonische versie eerder indirect getuigenis van aflegt.

De luisteraar nadert de schriftuur zelf niet alleen ongewoon dicht, de effecten blijven bovendien integraal overeind. Zeker met twee meticuleus vertolkende solisten zoals Hamelin en Andsnes, die zich niet interesseren voor de duizelingwekkende virtuositeit van hun partijen, maar integendeel via de sonoriteit van hun beider piano’s op zoek gaan naar de mystiek, de brute kracht, de zinnelijke magie van Stravinsky – kortom naar alles wat de orkestversie herbergt. Onvermijdelijk gaan de orkestkleuren verloren, maar de sonoriteit van de piano komt ervoor in de plaats, en dat is de grote verdienste van deze twee vertolkers. Alsof ze uit de klankkast van hun klavier, een orkest tevoorschijn toveren.

Diezelfde sublieme karakteristieken keren overigens terug in Stravinsky’s ‘Concerto for 2 pianos’, waarin het duo alweer voorbij de bravoure en de technische uitdagingen kijkt om tot een uitvoering te komen waarin het hele scala van concertante potentie dat Stravinsky heeft proberen incorporeren, besloten ligt. Met drie kleine doch fijne toegiften, is deze opname alleszins een kanshebber om in menig eindejaarslijstje op te duiken. Pianistiek van het bovenste schap!