David Afkham & Chamber Orchestra of Europe, Concertgebouw Brugge

De(con)structie van een symfonisch vlechtwerk

Nog geen veertig is hij en toch stond hij al aan het hoofd van onder meer het London Symphony Orchestra, het Cleveland Orchestra, de Los Angeles Philharmonic en de Wiener Symfoniker. Een stevig palmares dus en dat voor een figuur die in dirigententermen nog piepjong is. Zijn jeugdig esprit speelt David Afkham evenwel handig uit, want hét handelsmerk van zijn uitvoeringen is dat ze blaken van energie. Geen toeval dus dat de organisatoren van het Klara-festival de Duitser drie dagen op rij uitnodigde in evenveel Vlaamse steden. Decor voor het sluitstuk van de triptiek was Concertgebouw Brugge, waar Afkham in gezelschap van violiste Vilde Frang en altviolist Lawrence Power een KV364 neerzette om niet licht te vergeten.

Mozart ligt beide solisten goed en ook Afkham springt handig om met de compositorische vindingrijkheid. Zeker in een begeleidende partij van de ‘Sinfonia concertante’ vestigde Afkham met eigengereide accenten qua frasering, zinsbouw en balans de aandacht op de dramaturgische rijkdom van de partituur. Toch waren het in de eerste plaats Frang en Power die, meest frappant in de hyperbool van afwisselend komische en elegische cadensen, een lyrische verstilling bereikten. Humor, tristesse en wijsheid ontmoetten elkaar in hun nu eens innig vervlochten en dan weer ostentatief kibbelende partijen, gekruid met de persoonlijke signatuur van twee fenomenale solisten. Frangs timbre is zonder meer uniek, terwijl Power uitblinkt in karaktervorming. Kunnen lach en traan elkaar dichter naderen?

Anders dan beide solisten, die accepteren dat alle zeggenschap in de partituur zelf besloten ligt en dat de rol van de interpreet meer vertolkend dan uitleggerig bedoeld is, is Afkham een kunstenaar die de esthetische ervaring probeert voor te kauwen. Zo kreeg de zaal vanaf de eerste maten van Mozarts 41ste symfonie al het enorme contrast tussen de verschillende motivische entiteiten door de maag gesplitst, waarna zich een hyperkinetische lezing op gang trok die de toehoorder verplichtte om zich continu te verwonderen. Waarom de muziek niet zichzelf laten zijn, om op die manier vanuit eenvoud te ontroeren? Waarom het genie van een componist oppompen, als diens talent zo vanzelfsprekend is als dat van Mozart?

Kort samengevat musiceerde het Chamber Orchestra of Europe een interessante maar vermoeiende versie van het KV551 bij elkaar. De dunnere textuur van een kamerorkest mag dan een ideaal middel zijn om extreme transparantie te verwezenlijken, die doorzichtigheid qua reliëf kan ook dodelijk zijn voor de gevoelsmatige weerklank die het stuk vindt. Onder Afkhams baton was de finale een broeikas van ideeën, zodanig vol gestouwd dat het de luisteraar in de eerste plaats een zucht van inspanning ontlokte. Is dat waar muziek haar bestaansrecht en -reden aan ontleent? Uiteraard niet.

Tenslotte bleken ook de ‘Zwei Episodes aus Lenaus Faust’ van Franz Liszt een exempel van dezelfde problematiek. Door tot het uiterste in detail te gaan, geraakte het overzicht verloren. Liszts partituur draagt nochtans alle potentie van een epische vertelling in zich, maar wat het publiek te horen kreeg, deed fragmentair aan. Het stamelende koper buiten beschouwing gelaten was de versie fraai gemusiceerd, maar daar koopt een dirigent zich geen onvergetelijke uitvoering mee. Wie fluistert Afkham de aloude boutade toe dat minder op muzikaal vlak dikwijls meer wordt?

Details Concerten
De(con)structie van een symfonisch vlechtwerk
Concert datum:
16/03/2019
Dirigent: David Afkham
Viool: Vilde Frang
Altviool: Lawrence Power
Orkest: Chamber Orchestra of Europe
Copyright foto: Gisela Schenker
Gezien & gehoord in het kader van: KlaraFestival