Budapest Festival Orchestra, Ivan Fischer, Petra Lang, BOZAR Brussel

Ultieme verfijning

Een topdirigent als Ivan Fischer ziet men niet dagelijks passeren in Brussel en een wereldvermaard orkest als The Budapest Festival Orchestra al evenmin. Fischer stichtte het BFO in 1993 als orkest dat jaarlijks een drie- tot viertal concerten zou geven in de hoofdstad van Hongarije. Inmiddels maakte hij al tal van bekroonde en fel gesmaakte opnames als chefdirigent van het regulier geworden orkest. Zijn laatste cd, met Beethovens vierde en zesde symfonie op het programma, veroorzaakte heel recent nog commotie omdat Fischer een andere opstelling voor het orkest had gehanteerd. Door de solistische houtblazers te omringen door (alt)violen en celli wilde de dirigent de balans tussen gezwinde strijkers en lyrische kopers optimaliseren ... Met schitterend resultaat overigens.

Iets soortgelijks deed Fischer in de ‘Siegfried Idylle', een compositie die Wagner opdroeg aan zijn vrouw Cosima en hun zoon Siegfried. Tegenwoordig is het een van de meest fijngevoelige partituren die van Richard Wagner bewaard zijn gebleven. Met teder opgevatte houtblazerpartijen, die tal van speelse elementen bevatten, en eerder melancholische strijkers die de lichtheid van de blazers moeten counteren, is de ‘Siegfried Idylle' een lang uitgesponnen, breekbare liefdesverklaring. Door de houtblazers vooraan op podium te plaatsen, bereikte Fischer een uiterst evenwichtige klank. Met heldere toetsen op de voorgrond en diepere klanken vanuit de diepte ontstond een bijzonder gelaagde uitvoering waarin bovendien heel geraffineerd met accenten werd gespeeld.

Binnen dit Wagner-programma vormde de nogal pompeuze ‘Ouverture & Bacchanale' uit de opera ‘Tannhäuser' een mooie aanvulling op bovenstaande zoetigheid. Het werk is extraverter, maar ook hier staat de lyriek centraal. Wagner gaat met een aantal thema's aan de slag en laat die dynamisch in het rond krioelen. Waar een dirigent dan snel verdrinkt in de vele herhalingen van motieven (die men vaak te gretig naar de voorgrond wil plaatsen), gaat Fischer subtiel te werk en introduceert hij naast enkele goed gekozen innerlijke climaxen ook een catharsis die het hele werk omvat. Door Wagner met zachte hand te benaderen, winnen de melodieën aan betekenis en emotionaliteit en komt de uiteindelijke apotheose nog intenser over. Dezelfde krachtlijnen vond men overigens terug in Fischers aanpak van de ‘Ouverture' uit ‘Die Meistersinger von Nürnberg'. Hoewel die komische opera mijlenver af staat van Wagners overige werk, draagt de partituur wel duidelijk diens compositorische stempel. Alweer liet Fischer de muziek grotendeels vrijelijk zijn gang gaan, terwijl het meesterschap van dirigent en orkest op enkele cruciale punten magistraal naar de oppervlakte kwam.

De pauze deed het orkest echter weinig goed, want erna kon Fischer niet meteen de aandacht van het publiek heroveren. Met drie stukken uit ‘Götterdämmerung' stond natuurlijk ook meer complexe muziek geprogrammeerd, maar dat mag geen excuus zijn voor de niet helemaal beklijvende versie van ‘Siegfrieds Rheinfahrt'. Met sopraan Petra Lang als Brünnhilde werd het vierde deel uit ‘Der Ring des Nibelungen' alsnog tastbaar gemaakt in al zijn nuances. Het einde van de ring werd door Fischer nauwgezet geconstrueerd, in wat een overdonderend slot zou worden van een onvergetelijke concertavond. Als aanmerkingen vielen eigenlijk uitsluitend de magere trompetklank na de pauze en het storende publiek (dat ongegeneerd babbelde, kuchte en hoestte tijdens de opvoeringen) op te tekenen, maar die factoren doen weinig afbreuk aan de glorie van dit concert.

 

Details Concerten
Concert datum:
2011/03/03 19:24:02
Copyright afbeeldingen: Marco Borggreve
Locatie: BOZAR Brussel