Brad Mehldau, Flagey Brussel

Bach, peetvader van de jazz?

Wie Glenn Gould ooit het oeuvre van Johann Sebastian onder handen heeft horen nemen, weet dat ‘Bach’ en ‘jazz’ gerust in één en dezelfde zin kunnen opduiken. Sinds enkele jaren is het trouwens geen heiligschennis meer om met Bachs repertoire improvisatoir aan de slag te gaan. Dat ook Brad Mehldau zich voor zijn nieuwste project waagt aan een eerbetoon, komt dus niet als een donderslag bij heldere hemel. Temeer omdat de pianist sinds jaar en dag flirt met de klassieke traditie.

Mehldau mag dan wel wereldfaam vergaard hebben met popcovers en jazz standards, het klassieke erfgoed trekt hem al sinds het begin van zijn carrière aan. In de liner notes van diverse studio-opnames verwees hij niet zomaar naar de invloeden van onder meer Schumann en Brahms. Toch is ‘After Bach’, Mehldau’s jongste album, een buitenbeentje. Het bevat behalve geïmproviseerde muziek immers ook authentieke interpretaties, naast uitgeschreven partituren waarmee Mehldau zichzelf spiegelt aan misschien wel de meest invloedrijke componist aller tijden.

Met ‘Three pieces after Bach’ gaf de Amerikaanse toetsenist de aftrap van de Flagey Piano Days. Gespreid over vijf dagen stonden diverse grote namen op de affiche, die de piano zowel solo als solistisch in de kijker zetten. Een programma waarbinnen zowel klassieke als jazzmuzikanten elkaar ontmoetten, kon zich theoretisch alleszins geen passender startschot voorstellen.

Doorheen zijn recital zapte Mehldau voortdurend van een historisch naar een hedendaags luik. In zijn authentieke Bach-interpretaties probeerde hij geen jazzy accenten te leggen. Bachs muzikale universum werd met andere woorden historisch verantwoord gepresenteerd, en Mehldau plaatste er vervolgens zijn eigen wereld tegenover. Weliswaar zonder de finesse van de klassieke interpreten wist Mehldau toch een selectie uit ‘Das wohltemperierte Klavier’ wonderlijk te fraseren, evenwichtig te harmoniseren en secuur op te bouwen.

Technisch mocht het parcours dan niet helemaal vlekkeloos zijn, de muziek ademde Bachs geest. Met ‘Rondo’, ‘Ostinato’ en ‘Toccata’, vernoemd naar de vormprincipes waaraan de afzonderlijke delen gehoorzamen, leek Mehldau zijn pianistieke onvolmaaktheden echter compositorisch te willen compenseren. Intellectueel zaten de afzonderlijke stukken piekfijn in elkaar, zij het in die mate geconstrueerd dat de complexiteit het overnam van de spontaniteit, ten koste van de ontroerende potentie.

Waar ‘Rondo’ een heldere en prikkelende vrijage was met Bachs nalatenschap, probeerde Mehldau in de volgende delen de mogelijkheden van de 21ste eeuw exhaustief toe te passen op het melodisch materiaal. Gevolg waren al bij al intrigerende excursies die na verloop van tijd louter cerebraal prikkelden, zonder vicerale impact. Een laatste facet van het recital werd ten slotte gevormd door de zogenaamde ‘Improvisations on Bach’, waarbij Mehldau ostentatief vanuit enkele bouwstenen van een Bachpartituur een eigen narratief ontwikkelde. Hoewel niet homogeen qua kwaliteit, leverde het zoekende karakter hier en daar een magisch moment op.

Op Mehldau’s paradepaardjes, namelijk een obligate Radiohead-cover en een passage freewheelen doorheen de jazztraditie, was het wachten tot de bisnummers. En was net dat niet de kapitale vergissing van het recital? Waarom liet Mehldau dit facet van zijn artistieke persoonlijkheid binnen zijn Bachbewerkingen immers niet aan bod komen? Moesten die per se intellectueel aandoen, ten koste van een breed spectrum van zijn talent?

Details Concerten
Bach, peetvader van de jazz?
Concert datum:
21/02/2018
Gezien & gehoord in de context van: Flagey Piano Days
Copyright foto: Michael Wilson