Berliner Philharmoniker & Sir Simon Rattle, BOZAR Brussel

De vanzelfsprekendheid zelve

Voor sommige melomanen is het een hoogdag wanneer een cultuurtempel als BOZAR de kalender van haar volgend seizoen wereldkundig maakt. Werd er twee lentes geleden nog gejuicht toen bekend raakte dat het PSK de Wiener Philharmoniker over de vloer zou krijgen, dan was de vreugde ongeveer een jaar terug nog groter. Met de Berliner Philharmoniker en haar chef Sir Simon Rattle zou Brussel immers de meest gegeerde muzikale tandem van dit moment mogen ontvangen, een die onze hoofdstad helaas niet regelmatig aandoet.

Opgevat conform de heersende conventies had het concertprogramma er omgekeerd uitgezien: Brahms’ derde symfonie na de pauze, het nieuwe werk van Haas en Debussy’s ‘La mer’ ervoor. Rattle’s keuze om een loopje te nemen met een dergelijke formaliteit valt echter te verdedigen. Met de derde van Brahms kwam de meest toegankelijke partituur namelijk eerst aan bod, waardoor het voltallige publiek meteen tot de concertervaring werd uitgenodigd.

Zelfs de leek kon niet ontgaan hoezeer Rattle’s aanpak op schoonheid gericht was. De rijkdom van Brahms’ melodievoering werd daarbij nooit uitgemolken: de celli maakten het lyrische begin van het derde deel bijvoorbeeld niet te zeemzoeterig, maar vormden het gekende thema om tot een breekbaar cantabile. Veelvuldig waren de wonderen binnen Rattle’s Brahms. De onberispelijke balans scheen voor de Berliner een evidentie te zijn en altijd was er ruimte voor de houtblazers, die van de dirigent alle vrijheid kregen.

Energetische hoekdelen vol suspense, waarin duidelijk werd dat Rattle het uitnemende strijkersapparaat van de Berliner in verschillende lagen benaderde en de klank op die manier exponentieel aan diepte liet winnen, overrompelden, net als de zorgvuldigheid waarmee Rattle de geest van de partituur reconstrueerde. Meer nog dan in de studio durfde hij vertragen, opbouwen en neerleggen. Een meer organische lezing leek, eenmaal bij het aandoenlijke slot aanbeland, amper denkbaar. Tegelijk verloor Rattle nooit zijn naturel. Wat orkest en dirigent deden was vanaf de eerste noot onloochenbaar correct én grandioos, in die mate zelfs dat wie er bij was haast vergat te ademen.

Uiteraard is de Berliner een orkest met een stevige traditie, doch houdt het ook de vinger aan de pols. Een nieuw werk van Georg Friedrich Haas, geschreven in opdracht van Rattle en kornuiten, moest daarvan getuigen. Of de Berliner Haas’ creatie zou opvoeren in geval ze het werk niet zelf had besteld, is maar de vraag. Constant met gebruik van het grove geschut een atmosfeer van dreiging opzoekend, ebt de focus van ‘dark dreams’ langzamerhand weg van het dissonante. Haas’ massieve orkestbenadering neemt ondertussen steeds meer filmische proporties aan, al is het stuk te wispelturig voor een dergelijk etiket.

Analoog met de manier waarop donkere dromen doorgaans eindigen, legt Haas de strijdbijl onaangekondigd neer, waarna het publiek even naar adem moet happen. Dat moest overigens ook na ‘La mer’. Wordt Debussy’s orkestmuziek dikwijls eerder gemakzuchtig onder de noemer ‘mystiek’ geplaatst, dan toonde Rattle dat het ook anders kan. Meer dan de efemere en vergankelijke zocht de dirigent de aardse karakters van het stuk op. Een erg ‘Duitse’ uitvoering? Of een die het muzikale liet primeren boven het programmatische? Hoe het ook zij: in ‘Dialogue du vent et de la mer’ werden alle registers open getrokken en griften orkest en dirigent hun passage in het geheugen van alle gefortuneerden die er bij konden zijn. Een onvergetelijke hoogdag, jazeker!

Details Concerten
Sir Simon Rattle, de muzikale vanzelfsprekendheid zelve
Concert datum:
04/03/2014
Copyright foto: Mat Hennek / EMI Classics
Jaar:
2014