Berliner Philharmoniker, Giovanni Antonini & Piotr Anderszewski, Philharmonie Berlin

Niets zo moeilijk als eenvoud

Geen mens op deze planeet heeft vast even grote plannen met Haydn als Giovanni Antonini. Onder de noemer ‘Haydn 2032’ wil de dirigent binnen niet onafzienbare tijd immers al diens symfonieën op cd uitbrengen. Tot op heden is er dan ook geen betere figuur dan de Italiaan om een concert rondom de Weense klassieker in goede banen te leiden - en dat hebben ze bij de Berliner Philharmoniker ook begrepen.

Antonini is niet enkel de geknipte figuur omdat hij geraffineerd met dit materiaal omgaat, noch vanwege zijn meticuleuze organisatie van de texturen tot een prachtige totaalklank. Bovenal is het met name zijn liefde voor de schoonheid van Haydns eenvoud die hem een onverbeterlijke interpreet van deze muziek maakt, iemand die de lichtheid ervan als een zegen beschouwt, en de helderheid als een proeve van naturel. Precies zo brengt hij deze muziek ook ten gehore.

Antonini weet dat het grote gebaar hier niets te zoeken heeft. Integendeel, de integere verwondering is de sleutel tot ontwapening, en dus tot ontroering. In symfonie 101, bijgenaamd 'Die Uhr', tippelde hij doorheen de verrukkelijke landschappen van Haydns fantasie. Het fameuze tikken van de klok stak hij bijvoorbeeld in een komisch, maar nooit potsierlijk jasje.

Voor Mozarts 24ste pianoconcerto mocht de uit Polen afkomstige Piotr Anderszewski aan het klavier plaatsnemen. Wordt dit werk door dirigenten wel eens quasi romantisch opgevat, met aangedikt drama en kubistische fraseringen, dan koos Antonini met hart en ziel voor een klassieke en historisch gefundeerde aanpak. Met Anderszewski klinkt alles echter bijna altijd nagelnieuw. Zijn extreme klankgevoeligheid resulteert meestal in een ongewoon esthetisch ideaal, dat doordrongen is van een onaards perfectionisme.

Ook in Mozarts concerto woelde de virtuoos het platgetreden pad, dat dit KV 491 misschien is, grondig om. Zijn uitgedachte gebruik van het pedaal, de aanschouwelijke retoriek die zich soms tussen linker en rechter hand ontvouwt, het spel met de tempi: alle parameters gebruikt Anderszewski om de muziek actueel gestalte te geven, weliswaar zonder de tijdloze partituur te verloochenen.

Hoewel geen langgerekte dialoog met het orkest, legde de Berliner Philharmoniker onder Anderszewski's expressieve muurschildering vol contrasten, kleuren en kostelijke nieuwigheden een meer conventioneel tapijt. Allicht had Antonini nog meer contact moeten zoeken met de eenzame solist. Hoogst opmerkelijk waren desalniettemin de cadensen: in de eerste beweging nog verwilderd en onbesuisd, in het slotdeel extatisch doch gecontroleerd.

Met zijn 101ste symfonie heeft Haydns 103de tenslotte een langzame, mystieke introductie gemeen, tenminste als men de plechtige paukenslagen die de openingsmaten vormen, niet in rekening brengt. Het hart van deze publiekslieveling onder Haydns symfonische repertoire legde Antonini in het tweede deel, waar het hout een sleutelrol mocht spelen. Ook voor concertmeester Noah Bendix-Balgley was een hoofdrol weggelegd, die hij gewoonweg superbe vertolkte.

In de meer energetische twee laatste delen kreeg Antonini uiteindelijk het hek van de dam, zonder de beschaafde manieren te veronachtzamen. Toch weekte de Italiaan genoeg los om het publiek boven zichzelf uit te tillen. Een schare koppigaards bleef applaudisseren tot de dirigent nog een keer kwam groeten. Zoveel opwekken met zo weinig complexiteit, het is geen verdienste als een ander. Allicht is ze groter, want zeg nu zelf: hoeveel lopen er rond die in iets soortgelijks zouden slagen?