Gisterenavond stonden The Beach Boys allicht voor de laatste keer op het Europese vasteland. Daar het optreden kaderde binnen de Lokerse Feesten, kregen we een halve set (anderhalf i.p.v. drie uur), maar in feite bleek dit gewoon een best of set van een best of set, pure luxe dus.
Na begeleidingsband The Wondermints kwamen de vijf Beach-Benidorm Bastard-Boys als een verdwaalde bende licht dementerende bejaarden het podium opgestruind. Het was even warmdraaien, maar bij 'Surfin' safari' voelden we voor het eerst opwinding. Deze bereikte een echt hoogtepunt bij het doodsimpele, maar o zo briljante wereldnummer 'I get around'. Kippenvel verspreidde zich razendsnel bij de rollende, opgefokte bassen en perfecte harmonieën. Een instant shot gelukzaligheid!
Hoe mateloos critici soms ook kunnen afgeven op Mike Love, je moet het hem nageven: hij is en blijft een entertainer pur sang. Zijn schreeuwerige hemd en knullig petje van zijn eigen band ten spijt weet hij als geen ander hoe een publiek, en dan vooral de vrouwelijke helft ervan, te pleasen. Love (71), nog steeds zonder rollator, kuierend over de bühne als een ware pimp, leek wel te solliciteren voor een rol in een remake van video’s als 'Drop it like it’s hot' of 'Candy shop'. De aanwijzende vingertjes, kusjes en flirterige blikken vlogen in het rond. Maar het publiekstruukje met de GSM-schermpjes wilde maar niet lukken. En toch bleef hij enthousiast wuiven met zijn aftandse Samsung. Vocaal stond hij nog steeds aardig zijn mannetje, de openingsnummers buiten beschouwing gelaten. De beste vocalen kwamen vanavond echter van, a: de dertigers uit de tienkoppige begeleidingsband, niet onlogisch, b: de tape, c: Jeffrey Foskett, eerste in de pikorde van niet-Beach Boys. Zijn karaktervolle falset als lead aanduiden voor 'When I grow up (to be a man)' en 'Don’t worry baby' bleek een gouden zet.
Respect voor Brian Wilson, die na alle directe aanslagen uit het verleden van neef Mike Love terug op één podium wilde staan met deze etterbak. Maar hoe groot en bepalend het getormenteerde genie van Wilson ook geweest is, toch moet het gezegd: hij wordt een beetje oud. Als een treurige plant, een levenloos vod zeg maar, zat hij de hele avond achter zijn witte vleugel, met dito Nike sneakers en een knoert van een autocue. Buiten dat ene geforceerde glimlachje tijdens 'California girls' zat hij daar met een geïrriteerde, verzuurde blik krampachtig te turen richting band. Tot wanneer 'zijn' hoofdstuk aanbrak. Vocaal was het aanvankelijk pompen of verzuipen, een gevecht voerend alsof elke noot een kwelgeest was. Op 'God only knows' zong hij de lijnen van Carl Wilson met grote tegenzin, elk woord kort afbrekend. Gelukkig depanneerde de immer sympathieke Al Jardine door wél mooie, lange, melodieuze halen te maken, voorkomend dat de beste popsong uit de geschiedenis compleet zou vervallen in een routineuze, obligatoire formaliteit. Plots werd Wilson wakker, en wat volgde was zes minuten pure extase in crescendo: 'Wouldn’t it be nice' en 'Good vibrations'. Daarna dommelde hij nog een halfuur in slaap, om vervolgens zonder het publiek te groeten weg te sloffen.
We zagen vanavond een topconcert om nooit meer te vergeten. In de bis kregen we nog de Caraïbische softpop van 'Kokomo', 'Barbara Ann' en 'Fun fun fun'. Dat laaste vatte de avond in feite perfect samen. Hoorden we daar binnensmonds niet Fun Fun Fun when Wilson takes his cynicism away?



Reageer