Ádám Fischer & Wiener Philharmoniker, Koningin Elisabethzaal Antwerpen

De moeilijkheid van eenvoud

Met een interval van slechts één week tussentijd waren de voorbije maand zowel Iván als Ádám Fischer te gast in de Antwerpse Elisabethzaal. Iván boog zich aan het hoofd van zijn Budapest Festival Orchestra over muziek van Igor Stravinsky, met als culminatiepunt een ongewoon muzikale benadering van ‘Le sacre du printemps’, waarvan de effectrijke partituur voor een keer niet bleef hangen in de toeters en bellen van haar expressionistische schriftuur. Zijn oudere broer Ádám hield het in vergelijking evenwel sober. Hoewel. Een uitvoering van Mahlers negende symfonie kan bezwaarlijk als een proeve van nederigheid beschouwd worden.

Een Mahlersymfonie, het komt in geval van Ádám Fischer evenwel niet als een verrassing. Momenteel is de dirigent bezig aan een integrale cyclus van ’s mans symfonieën, als aanvoerder van de Düsseldorfer Symphoniker dat hem als chef heeft binnengehaald. Ondanks de status van het orkest, dat niet als een van Europa’s beste te boek staat, werden de reeds verschenen volumes steevast op lovende kritieken onthaald. Reden te meer om uit te zien naar een interpretatie van Mahlers negende aan het hoofd van de Wiener Philharmoniker, dat uiteraard nooit ontbreekt in de obligate lijsten met beste orkesten ter wereld.

Niet oninteressant voor de liefhebbers is dat ook Iván Fischer relatief recent enkele Mahler-symfonieën heeft opgenomen. Telkens opnieuw valt daarin op hoezeer hij de folkloristische elementen weet te integreren met een accurate en efficiënte overkoepelende dramaturgie. Onder Iváns baton dicteert het tragische niet de teneur van alle registers, precies omdat de tegenstem van humor en kinderlijke eenvoud een erg belangrijke rol krijgt aangemeten. Weliswaar is dit in de vroegste symfonieën het opvallendst, maar ook in zijn lezing van Mahlers negende laat Iván een positieve vitaliteit toe, een bekrachtiging van het leven die vanuit de warmte van scherts en kolder ontstaat.

Bij broer Ádám van hetzelfde laken een broek? Vergeet het. Iván en Ádám morgen dan eenzelfde affiniteiten delen met maatschappelijke thema’s, op de bühne is de oudste van beide broers veel meer een traditionalist. De anarchie van Iváns stijl, waarmee die het affect probeert uit te beelden veel meer dan het muzikale gebeuren an sich, is Ádám vreemd, en meer dan dit visueel vaststellen kan het publiek dat horen in zijn aanpak. Alleen al het ontvouwen van contrasterende thema’s – de spelenderwijze introductie van de eerste beweging – maakte in de Elisabethzaal veel duidelijk. Zo bereikte Ádám een vorm van artistieke ‘waarheid’ via een ontleding van de compositorische schriftuur zelf, terwijl de bladmuziek bij Iván slechts een medium is om die ‘waarheid’, die voor hem nooit schriftelijk of materieel kan zijn, te bereiken.

Met nadruk op de esthetische beleving via louter muzikale middelen – verwondering om wat zich manifesteert als zijnde muzikaal meer dan als zijnde een evocatie van emotie – is uiteraard niets verkeerd. Zo kreeg het publiek een ongewoon zachtaardig-lyrisch tweede deel te horen, met fenomenale solistische passages. Haar reputatie deed de Wiener Philharmoniker alleszins geen oneer aan: de clichés van diep in de snaren duikende strijkers, magnifiek koperwerk en transparante houten resulteerden in een geweldige uitvoering, die niettemin iets museaal had. Waar was het kind dat Iván geheel in Mahlers geest steeds levendig voor ogen houdt?