'Zo klinkt een gedicht anno 2011'. Tekstband Reinout met Nevenwerking over de dichtbundel en full-cd 'De achterkant van flatgebouwen'

Interview met 'Zo klinkt een gedicht anno 2011'. Tekstband Reinout met Nevenwerking over de dichtbundel en full-cd 'De achterkant van flatgebouwen'

Voor Reinout Verbeke ging eerder dit jaar niet alleen zijn debuutbundel, 'De achterkant van flatgebouwen', ter perse. Achterin de bundel vinden we een cd, met dezelfde naam en gekleurd met hetzelfde luchtblauw met wit wolkje als de cover van de bundel. Het twaalf nummers tellende album is van Reinout met Nevenwerking, de rockband rond de dichter. Bijzonder genoeg om Verbeke en componist en gitarist Francis Vanbrussel uit te nodigen voor een gesprek. Reinout met Nevenwerking over de synergie tussen poëzie en muziek, dierlijke gedichten, en over de toekomst.

CE: Een van de afdelingen in de poëziebundel, de afdeling 'Scrabble', begint met een ontstaansgeschiedenis van het woord in de mens, de mens een aap die middels zijn speeksel het woord als een aspirientje doet bruisen. Hoe luidt de ontstaansgeschiedenis van Reinout met Nevenwerking?
Francis Vanbrussel:
"Een zestal jaar geleden vroeg ik mijn neef Reinout voor de aardigheid om zijn gedichten mee te brengen naar een repetitie van mijn groep Sidemove, waar ook mijn broer Manu in speelde. We jamden wat en Reinout praatte er zijn teksten overheen. We vonden niet meteen een goeie balans, maar we voelden: dit is iets om op door te gaan.
Op een lange zaterdag hadden we in mijn slaapkamer ‘De val van Ikaros' opgenomen met een beatbox, ons eerste volwaardige nummer. We vonden een enthousiaste drummer, Tim Vanderjeugd, en bassist, Pieter Van Alphen, en doopten de groep 'Reinout met Nevenwerking'. Ons zelf opgenomen demootje viel blijkbaar wel in de smaak, want we mochten spelen op festivals als De Nachten, Crossing Border in Nederland, De Nacht van de Poëzie in Gent en zelfs een festival in Berlijn. Het is dus een volledig uit de hand gelopen zijproject."

Reinout Verbeke: "Eigenlijk had Marcel Vanthilt me geïnspireerd. Ik interviewde hem eens voor Het Nieuwsblad over de teksten van Eurosong. Het was het jaar nadat Urban Trad tweede was geworden met ‘Sanomi', een lied in een verzonnen taal. Hét bewijs dat het in Eurosong nergens over moet gaan, vond hij. Oké, Eurosong is platte pop en je krijgt maar drie minuten om miljoenen kijkers te imponeren. Maar waarom dan niet juist iets geweldigs met de tekst doen? Vanthilt concludeerde dat ons land de volgende keer maar beter een goed gedicht op muziek kon laten zetten. Dat idee is bij mij blijven hangen."

CE: Willen jullie poëzie populariseren?
RV: "Let's face it: poëzie lezen is voor weinig mensen een automatische reflex, behalve bij geboortes of begrafenissen. Terwijl er zoveel kracht van uitgaat. Veel heeft met de traditionele vorm te maken. Als je in de 21ste eeuw wil dat gedichten blijven hangen - of nog ambitieuzer: tot het collectieve geheugen gaan behoren - moet je ze portable maken. Geef poëzie naast de papieren versie ook een andere vorm - mp3, app, videoclip. Zorg dat mensen ze in hun iPods en smartphones meedragen.
Ik merk het zelf ook: veel vrienden van me die geen poëzieliefhebbers zijn, hebben de gedichten leren kennen via de cd. Ze kennen ze zelfs uit het hoofd, omdat de muziek poëzie ‘herhaalbaar' maakt. Kijk naar ‘Envoi' van Absynthe Minded: door dat nummer kent iedereen een paar verzen van Claus."

FV: "Maar we hebben de cd niet in de eerste plaats gemaakt om poëzie populair te maken. Dit is voor ons gewoon een heel natuurlijke manier van muziek maken. Wij hebben bij twaalf gedichten van Reinout ons eigen, moderne geluid gezocht. Zo klinkt volgens ons een gedicht anno 2011. Bas Remans, bassist bij Millionaire en Zornik, was voor ons daarom de perfecte producer. Fantastische kerel, enorm toegewijd. En dat was nodig, want de opnames leken wel behekst. Zo raakten we halfweg alle drum-edits kwijt door een gecrashte harde schijf. Bas heeft de nummers meer punch gegeven, erg no nonsense, en dat past ook perfect bij de toon van de gedichten."

CE: En jullie hebben aardige gastmuzikanten gestrikt.
RV: "Koen Buyse (van Zornik, red.) had over ons project gehoord tijdens de opnames van hun recentste cd, 'Satisfaction kills desire', en bleek - tot onze verbazing - enthousiast. Hij speelt slidegitaar mee op ‘Huwelijk'. En Kaat Arnaert (zus van Geike Arnaert, red.) zong met haar bizarre, sexy stem de backings in. Op het nummer ‘Vlek' hebben we haar stem zelfs volledig naar de voorgrond gehaald omdat we in de studio gewoon kippenvel kregen toen ze de verzen insprak. Zoveel inleving, prachtig."

CE: De naam 'Reinout met Nevenwerking' kun je opvatten als een teken van de centraliteit van jou, Reinout. Tegelijk lijkt de band niet ondergeschikt; er is immers sprake van een nevenwerking, van een naast elkaar staan. Hoe ervaren jullie dat?
RV:
"We zijn een tekstband. De gedichten zijn het uitgangspunt, maar de muziek die Francis schreef, is niet ondergeschikt. We wilden niet de obligate soundscapes maken of overgevoelige pianodeuntjes die af en toe wel eens onder poëzie worden gemixt."

FV: "Voor mij zit het goed als je niet meer merkt wat er eerst was, het gedicht of de muziek. Het gedicht versterkt de muziek en de muziek versterkt het gedicht. Win-win."

CE: Reinout, jouw taalgebruik is zoekend, woelend. Je schrijft zinnen die in elkaar overvloeien, probeert woorden te vinden. Zo lijken, vanuit het gezichtspunt van de lezer, jouw gedichten te ontstaan. Kun je je in zo'n beschrijving vinden?
RV:
"Mijn gedichten zijn bijna zonder uitzondering allegorisch. Symbolisch geladen personages die rusteloos hun weg zoeken. De aardwormen in het gedicht ‘Huwelijk' die van een plastic tuintafel af willen geraken, de oude man in ‘Honda Asimo' die een robot krijgt als vervanging voor zijn geliefde, de man in ‘Waterloper' die bloedend naar de bron van een rivier stapt. Hun verwachtingen worden nooit ingelost, hun vragen nooit echt beantwoord. En daarom slingert ook mijn taal van links naar rechts."

CE: Er komen veel dieren in je gedichten voor. Spreken ze zodanig tot je verbeelding?
RV: "Ik ben geen geitenwollensokkengroene, als je dat bedoelt (lacht). Ik zie de natuur ook niet zo romantisch als de ecologisten. Ze is gruwelijk. Ik zie overal, van bomen tot mensen, een felle strijd, om voedsel of om de eigen voortplanting. De mens is in mijn dichtbundel ‘gedegradeerd' tot een vis, een andere keer een langpootmug of een vlieg. Ik beschrijf de liefde ook heel animaal. Ik wou de lezer onze meedogenloze, dierlijke kant voorhouden, want daar zijn we van vervreemd. We zien niet meer dat we een stelletje pretentieuze, onbehaarde apen zijn die door héél veel toeval taal hebben ontwikkeld om te twitteren of om gedichten te schrijven."

CE: Zou je je gedichten harde poëzie noemen?
RV: "Ik vind ze behoorlijk rechttoe-rechtaan. Ik hou ook van de snoeiharde poëzie van Gottfried Benn. Die drukt je meteen met de neus op de feiten. Zijn gedicht ‘Mooie jeugd' bijvoorbeeld, over het dode meisje waarin ratten zich genesteld hadden. Die leefden van haar nieren en bloed en ‘hadden een mooie jeugd'. Maar het gedicht eindigt met: ‘En mooi en snel kwam ook hun dood: / men wierp ze allemaal het water in. / Hoe de kleine snuiten piepten!'. In de wilde natuur zijn we allemaal gelijk. Ik vind dat troostend."

CE: In het gedicht 'De' wordt een gedicht vergeleken met 'twee bewegingen / elkaar kruisend' van bomen die vogels nodig hebben om boom te zijn, en andersom voor de vogels. Zo kunnen we wellicht ook kijken naar jullie muziek en poëzie. Francis, jij componeert de muziek. Lees jij Reinouts teksten als gedichten, of als songteksten?
FV:
"Eigenlijk start alles met een grondige analyse van het gedicht. Daarbij let ik op de structuur van het gedicht, de sfeer die opgeroepen wordt, spanningsmomenten ... Die basis helpt me om de boodschap van het gedicht - of zeg ik beter: het geluid? - om te zetten in passende muziek."

CE: En jij, Reinout, in hoeverre word jij beïnvloed door commentaren van de bandleden?
RV: "Er is tijdens de repetities nooit echt discussie over geweest. Ze hebben blijkbaar wel vertrouwen in wat ik uitkraam. Maar, en dat maakt het zo interessant, ik krijg via hun muziek wel indirect commentaar. Ik ben bepaalde teksten heel anders gaan lezen door de sfeer van de muziek van Nevenwerking of doordat de band me door het ritme een andere zegging of nadruk oplegt. En op die manier word je je eigen teksten nooit beu."

CE: Zou je dichter kunnen zijn zonder de muziek? Kunnen de nummers enerzijds en de teksten anderzijds ook op eigen benen staan?
RV: "Ik ben altijd ook dichter zonder de muziek. Maar als je een keer de rush hebt beleefd van het samen repeteren, optreden en een cd opnemen, dan is het wel afkicken zo alleen met je bundel op het podium. Maar daar kan je dan weer meer performen, meer gevoel in je tekst leggen of stiltes inlassen."

FV: "Woord, muziek en beeld kunnen voor mij volledig autonoom bestaan, maar als je de drie elementen in elkaar laat overvloeien, krijg je een heel mooie dynamiek. Dit bewijst bijvoorbeeld onze videoclip voor het gedicht ‘De val van Ikaros'. Onze bassist en cameraman Pieter is er heerlijk in geslaagd om het auditieve en het visuele te combineren."

CE: Wat brengt de toekomst?
RV: "Ik wil met de band aan nieuwe nummers en videoclips werken. Ik denk wel dat we onze stem hebben gevonden. Maar onze titeltrack ‘De achterkant van flatgebouwen' is behoorlijk dansbaar, en daar wil ik wel nog wat mee experimenteren. Poëzie op Tomorrowland, wacht maar! (lacht)"

Interview: Anna De Bruyckere