Wilbert van der Steen

Interview met Wilbert van der Steen

'Zon' straalt. 'Zon' is een strip, geschreven en getekend door Wilbert van der Steen. Wij zijn er volledig weg van. Van der Steen is een volstrekt unieke tekenaar – iets wat al duidelijk werd in het lichtelijk fantastische 'Ayak + Por' – een reeks die hij samen met scenarist Marc Legendre maakte. Voor 'Zon' werkte van der Steen helemaal alleen. Hij schreef, tekende en kleurde.

(Een kleine waarschuwing. Het interview bevat enkele milde spoilers. Niets wat het lezen van 'Zon' zal vergallen, zeker niet, maar we geven het je toch mee.)

Cutting Edge: Om te beginnen zouden graag van jou horen waar je strip 'Zon' nu eigenlijk over gaat. En ook, waarom je net dit verhaal wou vertellen?

Wilbert van der Steen: 'Zon' gaat over Lucien, een jongen die verwekt werd op een kerhof, onder de donder en bliksem. Zijn moeder was ooit een ambitieuze vrouw – ze wou graag de koffiebranderij van haar familie moderniseren – maar haar plannen zijn nooit van de grond gekomen. Dat frustreert haar. Haar leven is niet geworden wat ze ervan verwachtte. Die frustratie botviert ze op Lucien – de zoon die ze nooit gewild heeft.

Lucien zelf, in al zijn naïviteit, ziet dat niet. Gelukkig heeft hij wel en goede band met zijn opa. Maar zijn grootvader sterft. Tijdens de wake wordt Lucien gesommeerd om met zijn inmiddels demente oma te gaan wandelen. En dan gebeurt het ongeluk...

Lucien, zijn moeder en opa.

CE: Wat was je eerste idee? Heb je eerst het personage van Lucien bedacht?

WvdS: Goh, ik vind dit soort verhalen nu eenmaal leuk. Ik bekijk graag donkere, noir-achtige dingen. Zoals de films van Tim Burton.

'Zon' is eigenlijk al in 2010 ontstaan. Toen was het nog een tweepagina-stripje, dat ik voor een wedstrijd had gemaakt. Een ideetje.

CE: Twee pagina's! De uiteindelijke stript telt er vierenzestig. Dat is een groot verschil.

WvdS: (lacht) Ja, dat is een enorm verschil.

In eerste instantie heb ik van die twee pagina's er zevenentwintig gemaakt. Hiermee wilde ik mijn inkttechniek verbeteren. Je moet weten dat ik voordien voornamelijk in potlood gewerkt heb. Dat wilde ik veranderen – ik had al wel eens met inkt getekend, maar ik vond mezelf daar veel te krampachtig in. Soms slaagde ik er in om een soepele inktlijn op papier te zetten, maar meestal helaas niet. Het kwam niet uit de verf.

Ik had dus nood aan een verhaaltje waarmee ik mijn inkttechniek kon oefenen. Dat verhaal moest niet eens uitgegeven worden – het was iets technisch.

CE: Waarom vond je dit zo geschikt voor inkt?

WvdS: Het is een donker verhaal. Het leent zich ertoe. En, ik vond het ook gewoon een leuk verhaaltje. Iets waar ik graag mee bezig wou zijn.

CE: Wanneer heb je dan beslist om er toch mee naar een uitgever te stappen?

Marc Legendre heeft me overtuigd. Hij heeft die zeventwintig pagina's gelezen en vond dat ik er mee verder moest gaan. Dat vond ik een goed idee. Waarom ook niet? Ik vond het een leuk verhaal én ik vond het leuk om het te maken.

Uiteindelijk ben ik dan hier beland, bij Ballon Media. Kim (Sanders, van Ballon Media, nvdr.) vond het leuk. Ze was wel geïnteresseerd maar vond het te kort. Ze vroeg me om het langer te maken – wat ik dan gedaan heb. Toen ze dat las, vroeg ze me om even langs te komen.

CE: Hoe ben je van zeventwintig pagina's naar die vierenzestig gegaan?

WvdS: Het is alleszins niet zo dat hetgene ik al had simpelweg uitgesmeerd heb. Ik heb het verder uitgediept. Het ingebed in een groter verhaal. De geschiedenis, wat aan de gebeurtenissen vooraf gaat, heb ik erbij gevoegd.

CE: Waar spreek je dan exact over?

WvdS: Eens kijken (neemt de strip er bij).

Wat ik had, begon op de wake van de grootvader. Alles wat daar aan vooraf gaat, is erbij gekomen. Ook omdat Kim en Stefanie van Ballon me allerlei vragen begonnen stellen. Hoe zit dit? En dat? Hun vragen hebben me de de achtergrondverhalen doen schrijven. Ik heb de karakters meer geschiedenis, meer smoor gegeven.

CE: Hoe moeilijk was dat? Heb je hulp gehad, bijvoorbeeld van Marc Legendre?

WvdS: Ik schrijf niet enkel met woorden. Ik schets veel. Tijdens het tekenen kom ik op ideeën. Dan bedenk ik verhaallijnen.

Ik laat Marc wel eens iets zien, en hij geeft dan zijn feedback. Maar voor 'Zon' hebben vooral Kim en Stefanie me veel tips gegeven. Over het tempo bijvoorbeeld – als ik te snel of te langzaam ging. Ze wezen me op wat niet logisch was, waar ik de dingen best anders zou aanpakken... Daar heb ik veel aan gehad.

CE: Je zei al dat je door 'Zon' je inkttechniek wilde verbeteren. Ik vermoed dat je daar nu tevreden mee bent.

WvdS: (vastberaden) Ja.

CE: Zijn er pagina's waar je uitermate trots op bent?

WvdS: Ja, maar dan moet ik even kijken (bladert door de strip). Hier (pagina 63) ben ik heel tevreden met de actie.

En hier (pagina 60), van dit soort rijtjes karakters. Als dat lukt, ben ik altijd heel blij. Hoewel het eigenlijk maar een detail is.

Ook dit is een mooie pagina (p. 59), met die opkomende zon.

CE: Hier  lijkt de moeder heel sterk op Marlène Dietrich. We vermoeden dat je dat weet.

WvdS: Dat is geen toeval... Nou ja. Ik was niet van plan om een Marlène Dietrich-figuur te maken. Eigenlijk ben ik voornamelijk gefascineerd door haar tijd. De jaren veertig en vijftig – toen ze groot was. De sfeer en de vormgeving van die tijd, dat boeit me. Ik teken dat graag – en dat zie je in dit plaatje.

Dit vind ik ook een mooie pagina (pagina 51). Omdat er weinig tekst in zit – enkel wat vogelgeluiden. Dat draagt bij tot die sfeer.

CE: Klopt het dat je je pas rond 2010 volledig op strips hebt toegelegd?

WvdS: Ja. Op de kunstacademie werd er nogal op strips neergekeken. Daar heb ik me wellicht door laten beïnvloeden. Toen ik afstudeerde, rond 1991, was de Nederlandse stripmarkt ingezakt. Ik zag er geen brood in. Ik legde me daarom toe op kinderboeken.

CE: Als illustrator?

WvdS: Ja. Maar later ook als schrijver of co-auteur. Uiteindelijk voelde ik wel de drang om mijn eigen verhalen te vertellen. Maar grappig genoeg dacht ik niet aan strips.

CE: Dat is vreemd.

WvdS: Ja, achteraf gezien wel. Maar goed, het is gelopen zoals het gelopen is.

Ik maakte eerst nog illustratieve schilderijtjes waarbij ik stukjes tekst bedacht – alsof het uit een groter verhaal kwam. Met die schilderijen heb ik geëxposeerd. En ze werden verkocht...

Daarnaast zijn er vier prentenboeken uitgekomen, die ik samen met Tiny Fisscher gemaakt heb. En dan is er 'Pension Kat' – een boek dat ik helemaal zelf geschreven en geïllustreerd heb. 'Zon' is dus eigenlijk niet mijn allereerste lange verhaal.

Cover en prent uit 'Pension Kat'

Dat boek werd op zich goed onthaald, met enkele nominaties voor beste debuut. Wat me toch wel verraste.

CE: Waarom? Was je er niet tevreden over?

WvdS: Jawel, maar ik had het gewoon niet verwacht. Ik vond het best een leuk jeugdavontuur...

CE: Waardoor heb je dan beslist om strips te gaan maken?

WvdS: Ik wilde het verhaal tekenen! Dat vond ik gewoon veel leuker. Toen ik met het tweede deel van 'Pension Kat' bezig was, kwam dat besef. Ik had geen zin in al dat gedoe – nadenken over zinnen, hoe je iets moet schrijven. Ik wilde het gewoon tekenen.

CE: Als je 'Zon' vergelijkt met je ouder werk, merken we dat je steeds meer romantisch wordt. Je oudere tekeningen zijn strakker... Is dat een evolutie waar je je bewust van bent? Of pas je je stijl aan aan het verhaal dat je vertellen wil?

WvdS: Ik ben me wel bewust van mijn evolutie en ja, een verhaal zie je terugkomen in een bepaalde stijl, maar het is niet zo dat mijn tekeningen er totaal anders door gaan uitzien.

De potloodtekeningen van 'Ayak + Por' zijn sowieso totaal anders. Je kan het zien als een heel ander medium. Inkt is eigenlijk een puntje. Dat geeft een ander effect – zeker gecombineerd met de gewassen inkt.

CE: Ook de inkleuring is totaal anders.

WvdS: Inderdaad. In 'Ayak + Por' zit geen enkele vleestint. Dat wilde ik hier anders – volgens mij is dit toegankelijker. Ik heb me wel gehouden aan een beperkt kleurenpalet – omdat dat je tot bepaalde keuzes dwingt. Het maakt het werken boeiend.

Links, uit 'Ayak + Por' - één hoofdkleur, geen huidtint. Rechts, uit 'Zon', nog altijd beperkte kleuren, maar mét huidtint

Ik heb opgezocht welke kleuren in de jaren veertig en vijftig – wanneer dit zich allemaal afspeelt – veel voorkwamen. Die heb ik dan gebruikt.

CE: Ga je nu uitsluitend je eigen verhalen schrijven, of toch nog met scenaristen werken?

WvdS: Op dit moment heb ik de smaak wel te pakken. Ik wil zeker zelf mijn verhalen blijven schrijven. Maar met scenaristen werken is altijd leuk.

Er zullen zeker nog projecten komen waarvan het soort verhaal me niet zo ligt – ik kan me voorstellen dat iemand anders die dan zal schrijven.

CE: Is het niet eenzaam en alleen, zo helemaal alles zelf doen? In een samenwerking heb je een klankbord...

WvdS: Nee, ik werk graag alleen.

CE: Eenzaam was misschien een fout woord. Maar toch, wij hebben een romantisch visie van het striptekenaarschap. Iemand zit hele dagen alleen op zijn kamertje, niet wetend wanneer de dag of nacht begint...

WvdS: Dat is dan toch te romantisch (lacht). Er zullen inderdaad wel mensen zijn die letterlijk dag en nacht werken, maar dat doe ik niet. Ik sta vroeg op en werk tijdens de dag. Ik heb nu eenmaal mijn uren slaap nodig om goed te functioneren.

Ik heb wel contact met collega's. Op beurzen en zo, of ik ga bij ze op bezoek. Maar over het algemeen vind ik het prettig om op mijn eentje te werken.

CE: Nu ben je bezig met het vervolg van 'Zon'.

WvdS: Ja hoor. Het einde van dit eerste deel is hartstikke open, dus er moet iets volgen.

CE: Weet je al waar het allemaal naartoe gaat? Je vertelde eerder dat de verhalen tijdens het schetsen ontstaan, en we vermoeden dat je nu pas het tweede deel aan het schetsen bent.

WvdS: Ik weet wel waar het naartoe gaat. Ik heb een synopsis die zegt hoe de hoofdlijnen evolueren. Maar al schetsend krijgt het meer grond. Dan pas ontdek ik echt waar het naartoe zal gaan. Ik krijg extra ideetjes. Als ik een bepaald karakter op een zekere manier teken, dan gebeurt er iets... Bij het schetsen ontdek ik ook of een scène te lang is, wanneer ik iets moet inkorten.

CE: Kan je tegelijk met dit verhaal en met andere opdrachten bezig zijn?

WvdS: Dat vind ik vrij moeilijk. Mijn focus ligt best op één ding. Zodra iemand me vraagt iets anders te doen, dan raak ik bijna in paniek. Mentaal schreeuw ik het dan uit: “Nee! Ik heb geen tijd!”

Maar als ik dan rustig ademhaal, komt het allemaal wel goed. Want soms moet het wel. Hiervan, van strips alleen, kan ik niet leven. Ik moet er andere klussen bijdoen, en die komen er altijd tussendoor.

CE: Weet je al hoeveel delen 'Zon' zal tellen?

WvdS: Ik ben bezig met het tweede boek, hoop dat die er komt, en ik heb al een idee voor een derde. Meer dan drie zal het zeker niet worden.

CE: Je bent nog niet zeker dat het tweede deel er effectief komt?

WvdS: Dat weet ik niet. Ik ben er wel mee bezig en bij Ballon is men nog altijd geïnteresseerd. Er is een deal voor het eerste deel, maar een contract voor het tweede is er nog niet.

CE: Ben je naast 'Zon' nog met andere verhalen bezig?

WvdS: Ja hoor. Ik heb wel enkele ideeën, maar dat is nog allemaal heel pril. Ik heb zelfs al een synopsis klaarliggen. Die laat ik nu even sudderen en dan zien we wel.

CE: Je hebt een tijdje geleden ook een exclusieve Suske & Wiske-strip gemaakt: 'De charmante chirurg'. Is die eigenlijk te koop?

WvdS: Nee. Je kan die kopen bij de Fameuze Fanclub, of bij mij (lacht). Het is geen officiële uitgave. Het heeft niet eens een isbn-nummer. Het mag niet officieel in de winkel verkocht worden.

CE: Hoe graag heb je dat getekend? Was Vandersteen een voorbeeld?

WvdS: Ik vond het ontzettend tof om te doen, omdat het zo'n groot deel van mijn jeugd is. Het was heel leuk om die karkakters in mijn eigen vorm te gieten.

CE: Wat me aan dat album opviel, of toch wat we ervan hebben kunnen lezen op je site, is je aandacht voor architectuur. Krimson woont in een bijzonder modernistisch gebouw. Wat in een zeker mate te vergelijken is met het huis van de moeder in 'Zon'.

WvdS: Zeker, architectuur en design hebben wel degelijk mijn interesse. Dus ik probeer dat als het kan in mijn verhalen te verwerken. Ik probeer me altijd goed te documenteren. Niet dat ik huizen-fotootjes ga natekenen. Ik bekijk het en maak er mijn eigen ding van.

De woonst van Krimson, uit 'De charmante chirurg'

CE: Waardoor je dus tegelijk striptekenaar en architect bent.

WvdS: Een strip is eigenlijk een papieren film. En een striptekenaar is zowel regisseur, acteur, scenarist, en weet ik veel wat allemaal.

CE: Dat is een mooie visie - en eentje met veel verantwoordelijkheid. Misschien dat we je daarom best aan je werk laten. Hartelijk dank voor dit interview.

Afbeeldingen uit 'Zon' © Wilbert van der Steen & Uitgeverij Blloan
Afbeeldingen uit 'Pension Kat' © Wilbert van der Steen & Uitgeverij Moon
Afbeelding uit 'Ayak + Por' © Wilbert van der Steen, Marc Legendre & Strip2000
Afbeelding uit 'Suke & Wiske: De charmante chirurg' @ Wilbert van der Steen, Esther Verhoef & Standaard Uitgeverij