Walrus

Interview met Walrus

We spraken met het Belgische Walrus over hun nieuwe prachtalbum 'Terug naar het begin'
 
Het is een spannend moment voor de Nederlandstalige band Walrus. De groep rond Yevgueni-toetsenist Geert Noppe stelt binnenkort zijn nieuwe album 'Terug naar het begin' voor in de Ancienne Belgique. Op die plaat levert Walrus het bewijs veel meer dan een tussendoortje te zijn. We spraken met de frontman aan de vooravond van de release.
Proficiat met het nieuwe album ... Zo'n nieuwe plaat betekent vaak dat je stappen wil zetten. Wat wilde je dit keer anders of beter doen?

Geert Noppe: Dankjewel! Wat ik zeker en vast wilde behouden, was het elan waarop we de eerste plaat gemaakt hebben. Niettemin waren er inderdaad een aantal dingen die ik anders wou. Ten eerste: ik wilde dat 'Terug naar het begin' iets minder ruw klonk dan de eerste cd. Het moest een transparanter, toegankelijker album worden waar toch nog een alternatief randje aan zit. Ten tweede: ik wilde een duidelijke lijn in het album slijpen, zowel tekstueel als muzikaal. Aan de eerste lp 'Op de valreep' ging een schrijfproces van zes à zeven jaar vooraf. We hebben toen echt moeten zeggen: “Komaan, mannekes, het wordt tijd dat we het een en ander samenbrengen zodat we een plaat kunnen uitbrengen.” Dat was dit keer anders. We hadden slechts een schrijfproces van ongeveer een jaar na de laatste optredens, en we hebben heel erg getracht de eenheid te bewaken.
Ik heb ook een hele tijd gezocht naar een manier om duidelijk anders te zijn dan Yevgueni. Ik dacht dat het 'm in het ruwe van Walrus zat, tot ik besefte dat de melodielijnen en de teksten binnen Walrus toch wel danig verschillen. Walrus draait meer om alternatieve rock met hier en daar wat symfonische accenten. Als je dan een producer zoekt, kom je in België al snel bij Alex Callier (van Hooverphonic, nvdr.) uit, natuurlijk.

Heeft hij ook mee voor die eenheid gezorgd?

Geert Noppe: We hebben inderdaad aangegeven bij Alex dat we meer duidelijke keuzes wilden maken ... Ik had wat dingen opgestuurd en in eerste instantie liet hij een aantal weken niets van zich horen. Tot hij mij op een ochtend opbelde, kort na het vertrek van Noëmie Wolfs bij Hooverphonic. Hij nodigde me uit in zijn studio om naar de demo's te luisteren. Dat was best een vreemd moment. Alex zat aan het mengpaneel geconcentreerd te luisteren en ik zat in de zetel achter hem. Op een bepaald moment draaide hij zijn bureaustoel om en zei: “Ik doe het!.” Een beetje zoals in The Voice, eigenlijk (lacht). Eenmaal we aan het opnemen waren, wilde Alex graag de sfeer van de demo's bewaren. Dat is vrij goed gelukt. Het grote voordeel van werken met een ervaren muzikant als Alex Callier is natuurlijk dat hij expertise kan toevoegen.

Wie zijn - naast de producer - je klankborden? Wanneer weet je dat je met een liedje op het goede spoor zit?

Geert Noppe: Goede vraag ... je hebt sowieso die klankborden nodig. Walrus is zeker en vast een groep. We werken samen aan de liedjes, maar in de allereerste fase ben ik vrij eenzaam tijdens het schrijven. Op dat moment ben ik nog mijn eigen klankbord, en weet ik vrij goed wat er nog beter kan aan een nummer. De liedjes zijn dan nog zeer broos. Pas als ik zeker genoeg ben, laat ik ze aan mijn lief/vrouw horen. Zij is mijn eeuwige klankbord. Daarnaast laat ik ook graag al eens iets aan mijn broer horen, net als aan Maarten van Mieghem, die net als ik zowel in Yevgueni als Walrus zit. Over Alex Callier wil ik in dit verband toch iets zeggen. Hij was dit keer vaak mijn eerste klankbord en ging dikwijls enthousiast mee in de liedjes, zonder meteen veel te willen bijsturen. Dat druist in tegen zijn licht dominante imago, weet ik. Ik heb hem dus leren kennen als een allesbehalve dominante producer. Hij is juist heel genereus en ondersteunend.

Je teksten komen vrij direct over, wat misschien aan het gebruik van het Nederlands ligt. Hoe makkelijk of moeilijk wordt het om dat live te brengen binnenkort?

Geert Noppe: Het verwondert mij dat je mijn teksten direct vindt. Ik probeer namelijk te expliciete inhoud te vermijden, en eerder poëtisch te schrijven. Daardoor gaan mensen hopelijk meer zichzelf herkennen in de teksten.

We doelden enigszins op het liedje 'Benjamin', dat inderdaad vaag begint, maar naarmate het nummer vordert, krijg je als luisteraar het idee mee dat het over een foute boel gaat.

Geert Noppe: Fijn dat je dat lied noemt. Tekstueel is dat inderdaad een buitenbeentje. Het is een verhaal met kop en staart dat aan het eind, zoals je zegt, richting 'foute boel' evolueert. Maar om op het gebruik van het Nederlands in te pikken: je geeft er jezelf inderdaad meer bloot mee dan dat je een vreemde taal zou gebruiken. Dat begint eigenlijk al bij de eerste repetitie van het liedje. Die drempel moet je nu eenmaal over. Ook dat voel ik vrij goed aan: van de meeste teksten weet ik wel ongeveer hoe ze zullen aanslaan bij het publiek. Bovendien is de muziek van Walrus allesbehalve macho en mogen er gerust gevoeligheden in de teksten naar voren komen.

Een totaal andere vraag dan. Mocht je ooit voor een programma als 'Off the record' op Canvas gevraagd worden waarin je muzikale invloeden duidelijk worden, wat zouden de mensen dan te zien krijgen?

Geert Noppe: Ik vind dat altijd zeer gevaarlijke vragen, waar ik een beetje faalangst van krijg (lacht). Je kan namelijk nooit volledig zijn, en je doet altijd iemand oneer aan. Maar ik wil natuurlijk wel een poging doen om je vraag te beantwoorden. Ik was achttien in 1994. Naar verluidt wordt dan je muzikale DNA gevormd. Ik heb toen zeker Dinosaur Jr. en Pavement opgepikt, Pixies waren toen al gesplit, maar waren zeer belangrijk ... en het is een cliché, maar 'Worst Case Scenario' van dEUS mag niet ontbreken. Die plaat heeft zowel op heel België als op mij persoonlijk een grote impact gehad. Nog een belangrijk moment was het debuut van Spinvis (in 2002, nvdr.). Ik hou van de schakeringen in zijn liedjes, die als kleine schilderijtjes aanvoelen. Iets wat je hopelijk hier en daar aan Walrus ook kan horen, is dat ik heel vaak 'Pet sounds' van The Beach Boys gedraaid heb. Ik zou ook nog Bright Eyes, Sigur Rós en zeer veel andere groepen kunnen noemen die ik bij Duyster op Studio Brussel voor het eerst hoorde ... Je hoort het, het is moeilijk kiezen.

Niets uit de jaren tachtig? De ritmesectie in 'Annelien' lijkt wat op de Belpop van die periode, vinden wij ...

Geert Noppe: Ja! Dat lied gaat over een meisje dat ik begin jaren negentig kende, en we hebben inderdaad in die richting gearrangeerd. The Cure en vooral The Smiths wilden we erbij betrekken. Ik was een kind in de jaren 80 en het kan niet anders dan dat er geluiden uit die periode zijn blijven hangen. En ik vind het gewoon fijn om muzikaal ook aan die periode te refereren. Moet toch kunnen?

Zeker! Bedankt voor dit gesprek, en zeer veel succes toegewenst.
Dat volledig zijn bij onze laatste vraag erg moeilijk is, blijkt een paar uur na dit interview. Plots verschijnt er een bericht van Geert Noppe in onze mailbox: hij is David Bowie in zijn gedaante van Ziggy Stardust vergeten te noemen. Dat zetten we bij deze graag recht!