Typex over 'Poppetjes tekenen en plaatjes draaien'

Interview met Typex over 'Poppetjes tekenen en plaatjes draaien'

Sinds kort ligt 'Typex's Andy: De vele levens van Andy Warhol' in de winkel. Zoals de titel mooi aangeeft, is het de nieuwste - en geweldige - strip van de Nederlandse stripmaker. Typex. Een tijdje geleden zaten we met hem aan tafel.

Laten we met de meest voor de hand liggende vraag beginnen: waarom Andy Warhol?

'De strip die ik hiervoor maakte, ging over Rembrandt - op vraag van het Rijksmuseum in Amsterdam. Een opdracht dus - wat voor mij volledig nieuw was. Dat had ik nog nooit gedaan. Het was dus een grote uitdaging, maar uiteindelijk eentje waar ik me goed in kon vinden. 

Feit blijft wel dat ik het onderwerp niet zelf gekozen had. Ik wilde het graag nog eens doen, maar dan helemaal zoals ik het zelf wilde.'

links: Typex's 'Rembrandt'. Rechts: Typex's Andy

Wist je voor je aan de strip begon al wat van Andy Warhols leven?

'Nee, eigenlijk niet. Ik denk dat jij nu evenveel van Warhol weet als ik toen. Iedereen kent Andy Warhol, heeft de verhalen gehoord, kent zijn kunstwerken.'

Het viel ons op dat er in je strip bijzonder weinig van Andy's kunst te zien is. Heeft dat met de rechten te maken – dat je de toestemming niet gekregen hebt? Of was het een bewuste keuze?

'Dat is toch wel bewust. Eigenlijk heb ik hier het tegenovergestelde gedaan als in 'Rembrandt'. In die strip zie je net heel erg veel schilderijen, maar voor dat verhaal was dat nodig omdat Rembrandts werk zo emotioneel is. Doorheen de kunst leer je de kunstenaar kennen. Bij Andy is het net omgekeerd: eerst moet je Andy leren kennen en dan pas kan je zijn kunst plaatsen. Bij Andy is het Andy die telt.

Het is niet toevallig dat Andy het idee van wat een kunstenaar is, volledig vernietigd heeft. Je weet wel: het beeld van de zwoegende, ploeterende zolderkamerkunstenaar die niets te eten heeft, hele dagen absinth drinkt en zijn hart uitstort in zijn schilderijen. Dat is niet wat Andy is. Zijn emotie ligt niet in zijn kunst: hij beweert zelf meer dan eens dat zijn werk eigenlijk niets uitdrukt.'

'Typex's Andy', p 20: 'Er zit niets dieper achter Andy's kunst'

Je hebt er dus voor gekozen om de schilderijen niet te tonen. Maar zou je het gemogen hebben, mocht je toch willen?

'Goh, van te voren was er een heel gedoe met de rechten. Dat liep bijna uit de hand.'

Op welke manier?

'Via Wim Pijbes – de toenmalige directeur van het Rijksmuseum – had ik de contactgegevens gekregen van de Andy Warhol Foundation in New York. In een een mail heb ik hen uitgelegd wat ik wilde doen en kreeg daarop een vrij formeel antwoord. Ze zeiden dat ze het een erg bijzonder idee vonden, maar dat ik wel rekening moest houden met de afbeelding van zijn gezicht, naam en handtekening. Alles, alles, alles moest bekeken worden. Bovendien zat achter elk ding uit de opsomming een link naar een advocatenkantoor. Niet naar een persoon, maar naar een kantoor.'

Hoe lang was je toen al bezig met de strip?

'Toen was ik er al twee jaar mee bezig.'

Heb je na die mail niet even getwijfeld om er mee op te houden?

'Goh, nee. Ik had toen gelukkig al contact met Casterman, de hoofduitgever van de strip. Ik heb hen de mail uit New York voorgelegd en na enig overleg stelden ze voor dat ik naar de Foundation zou gaan. Ze dachten dat ik dan meer kans zou hebben om hen te overtuigen. Ik ben dus naar New York gegaan en naar Pittsburgh waar Andy zijn jeugd doorbracht. Ik wilde die stad zien, want je kan wel vanalles opzoeken, prentjes googlen, maar dat is niet hetzelfde.

Dat ik al twee jaar bezig was met de strip, had ook zijn voordelen. Ik had alles al uitgeschetst. Gelukkig, want Casterman heeft van die schetsen een soort dummy-exemplaar kunnen maken. Die ik aan de licensing director van Foundation voorgelegd heb.'

Typex's Pittsburgh

Dat klinkt bijna als een examen.

'Joh, ik was ongelooflijk zenuwachtig.'

Hoe reageerden ze?

'De man die die heel formele mail geschreven had, bleek een volstrekt normaal persoon te zijn. Van mijn leeftijd, met een open bloesje en tattoo's, de haren naar achteren: het was alsof ik in de spiegel keek. Hij kwam binnen en ik wist meteen dat het goed zat.

Hij bleek nog een prettige figuur te zijn ook. Ik heb daar een uur gezeten. Bij het uiteenzetten van mijn verhaal had ik meteen zijn aandacht en was hij onmiddellijk enthousiast. Hij vertelde zelfs over de personen uit het verhaal: hoe hij sommigen van hen nog gekend had en hoe deze of gene een vreselijke vent was.'

We spreken nu over Andy Warhol, maar je strip zit vol met bekende personen. Heb je daarvoor ook zoveel moeite moeten doen? We kunnen ons voorstellen dat Lou Reed, of zijn erfgenamen, best streng kunnen zijn.

'Ik heb niks gevraagd. Nee, nee, nee.

Bij Lou Reed waren het vooral de songteksten die moeilijk lagen. In mijn oorspronkelijke schetsversie had ik er heel wat van opgenomen, maar dat bleek al snel onmogelijk te zijn. Dat is ongelooflijk duur. Wat ik best gek vind, want in een strip hoor je de liedjes helemaal niet.

Casterman heeft uiteindelijk de rechten op drie teksten gekocht. Voor de rest hebben we gewoon songtitels gebruikt, want dat mag wel. Maar voor een van die teksten – 'Walk on the wild side' – hebben de rechthebbenden uiteindelijk hun toestemming weer ingetrokken. Ze konden zich niet vinden in de context waarin ik het liedje had gebruikt.'

Wat was die dan?

'Je kent de tekst wel: 'Holly came from Miami F.L.A., hitchiked her way across the U.S.A.'. Dat gaat over de drie travestieten Holly Woodlawn, Candy Darling en Jackie Curtis. In mijn verhaal zie je, net als in het liedje, drie travestieten op een aantrekkelijke manier voorbij wandelen. De muziek komt van een autoradio.

Mooie dames, maar wel van wie je merkt dat het mannen zijn in vrouwenkleren. Je ziet een soort bobbel in hun minirokje.'

Dat lijkt me niet zo'n verrassende scène, als je Lou Reed en zijn songs een beetje kent.

 'Uiteraard! Daar gaat het nummer over: dat is duidelijk. Maar die mensen hebben de tekst kennelijk nooit gehoord, want toen ze de pagina zagen, trokken ze zich terug. Ik mocht het niet meer gebruiken (lacht). Nu is dat vervangen door 'Doo da da doo doo da doo', wat ook uit de tekst komt, maar wat dan weer niet zo strikt beschermd is. Eigenlijk werkt dat heel goed. Het is grappig.' 

Het 'Doo da da doo doo da doo'-moment

Op zich heb je dus niet zoveel moeten veranderen.

'Goh, ik heb veel liedjesteksten moeten vervangen door de titel van de song, maar uiteindelijk werkt dat best goed. Aanvankelijk wou ik een stuk tekst van 'Heroin' gebruiken – 'Heroin, it's my wife and it's my life' – maar dat ging dus niet. Dus heb ik gewoon de titel gebruikt. Die heb ik over drie plaatjes verspreid: HE-RO-IN. En dat vind ik veel sterker. Het is grafisch veel mooier en eigenlijk ook best wel grappig. Dus ik ben tevreden.'

Toen je naar Amerika trok had je al twee jaar aan 'Andy' gewerkt. Je had zelfs al die dummy-versie. Heeft je reis nog invloed gehad op de strip.

'Sommige dingen heb ik herschreven, maar dat waren toch eerder bijschavingen. Het moeilijkste van het verhaal is de structuur. Eenmaal je die hebt, kan je gemakkelijk dingen weglaten of invoegen. En die structuur stond er al.'

De structuur van de strip lijkt ons heel erg logisch. Tien hoofdstukken waarvan elk een deel van Andy's leven omschrijft. En dat mooi chronologisch. Was het ook zo logisch om die structuur op te zetten?

'Nee, niet echt. Je begint natuurlijk in het midden, wanneer Andy succes krijgt. Daar is nu eenmaal het meest over geschreven. Er zijn niet veel biografieën die echt het volledige leven van Warhol behandelen. Meestal gaat het over één periode.'

Wij hebben die door Victor Bockris gelezen.

'Ja, dat is de beste om mee te beginnnen, zeker als leek. Het is ook het eerste Warhol-boek dat ik gelezen heb. Die begint wel netjes bij het begin. Ik vond wel dat Bockris iets te veel een mening had over Andy, wat ik minder leuk vind.'

Waarom stoort die mening je?

'Omdat ik vond dat ik als lezer gestuurd werd door de schrijver en zijn nogal negatieve mening over Andy.'

Dat vinden we interessant. Want wat ons aan jouw strip opvalt, is het dat je niet echt een oordeel velt over Andy. Je toont de wereld waarin hij rondloopt, met zijn vrienden en vijanden, maar hetgeen in Andy's hoofd omgaat, wat hij denkt en voelt, is nooit echt duidelijk.

'Je krijgt niets letterlijk, dat is waar. Ik hoop wel dat je geleidelijk aan, bijna onbewust, met hem begint mee te leven. Dat je empathie krijgt voor Andy. Of je hem sympathiek zal vinden, dat mag je als lezer zelf beslissen.'

Wij krijgen medelijden met Andy.

'Ja, precies. En dat is net het tegenovergestelde van de indruk die de meeste biografieën bij mij achterlieten. Die wekten eerder weerzin op voor Andy. Ik schrijf veel meer van binnenuit. Je krijgt geen letterlijke handvaten. Je kijkt mee naar wat hij doet en ziet. Ik wilde de lezer meenemen in zijn leven. Je bent getuige van wat hij doet – ook van de ellende die hij aanricht – en je begint mee te voelen.

Maar ik zal nooit een oordeel vellen over de man. Dat is iets wat je zelf moet beslissen. Alles kan: de ene zal hem een lul vinden, de andere zal hem een schatje noemen. Zelf vind ik hem briljant. En bijzonder grappig.'

Grappig is niet een woord dat wij met Warhol associëren.

'Zijn valse, nichterige humor, daar hou ik wel van. Het zeuren en het continu om aandacht vragen: dat is grappig. Ook omdat hij zeurt als er helemaal niets aan de hand is. Wanneer er echt iets ergs gebeurt, zoals dat doodschieten, dan hoor je hem niet. Waar het over gaat, is niet belangrijk: het gaat hem om het zeuren zelf.' (lacht)

Denk je dat je zelf iets gemeenschappelijk hebt met Andy Warhol? Je spreekt over een zelfde gevoel voor humor.

'Je mag niet vergeten dat dit een stripfiguur is. Mijn stripfiguur. Ik heb een persoon gecreëerd, zoals ik al zei, van geboorte tot de dood. Dat is mijn creatie. Het kan dus niet anders dat ik tijdens mijn werk net zozeer uit mezelf als uit de feiten heb geput.

Je vraag is dus moeilijk te beantwoorden. Want in de Andy die ik ken, zit sowieso veel van mezelf. Ik heb wel eens gezegd dat ik eerst een autobiografie over Rembrandt gemaakt heb, daarna een autobiografie over Andy.'

De mensen die deze strip lezen, zullen dat misschien niet zo aanvoelen. Zij denken dat ze naar de echte Andy aan het kijken zijn.

'Precies, dat is ook zo. Maar neem nu Lou Reed: wie kent die persoon? Als mensen zijn platen beluisteren, denken ze dat hij met een naald in de arm ergens in een steeg ligt, terwijl dat natuurlijk niet klopt. Elke Lou Reed is een creatie. De man die je op zijn platen hoort, is de Lou die hij zelf gecreëerd heeft. Mijn Lou Reed is net zozeer een versie van Lou Reed als de versie die hij zelf maakte.'

links: Lou Reed volgens Lou Reeds 'Rock n Roll Animal'. rechts: Lou Reed volgens Typex's 'Andy'

Maar de feiten zullen toch wel kloppen?

'Kijk, omdat we toch over Lou Reed bezig zijn: in de strip lees je veel conversaties tussen Lou en Andy. Die zijn natuurlijk volledig verzonnen. Maar dat wil niet zeggen dat ik voordien niet ontzettend veel interviews gelezen heb en niet weet hoe beide heren over elkaar spraken. Dat, aangevuld met andere fragmenten en foto's, zit allemaal in die dialogen.

Wat interviews betreft: ook die mag je nooit zomaar geloven. Ik vertrouw niks, helemaal niks. Jij neemt dit nu allemaal mooi op, maar dat wil niet zeggen dat hier één waarheid is. Jij hebt bijvoorbeeld een heel andere indruk van dit gesprek dan het dametje dat net naast ons zat.

Alles wat geschreven wordt, is subjectief. Om iets echt waarachtig te maken, moet je een nieuwe situatie verzinnen, gebaseerd op de feiten die je gelezen hebt. Als schrijver orden je dat, en zo kan je een geloofwaardig verhaal vertellen. Het is een soort leugen, maar wel eentje die je dichter bij de waarheid brengt.

Je kan niet zomaar een verhaal navertellen en opschrijven wat iemand anders je vertelt: dan krijg je een soort derde versie. Ik heb een boek gemaakt, hé. Geen huiswerk.'

Je hebt dus nooit een grote verantwoordelijkheid gevoeld om hier hét verhaal te vertellen.

'Dat klopt. Ik herinner de lezer er ook voortdurend aan dat het fictie is, zelfs een beetje een sprookje. Denk maar aan dat eerste hoofdstuk waarin Andy doorheen de spiegel stapt of aan de verschillende stijlen die ik gebruik. Uiteraard hanteer ik die omdat deze de tijd voelbaar maken, maar ze tonen de lezer ook dat het om iets artificieels gaat. Dat wat er op de pagina staat, niet echt is. Maar tegelijk wil ik dus wel dat die kunstmatige wereld heel voelbaar is.

Wat die verantwoordelijkheid betreft ten op zichte van bestaande mensen en feiten: ik voel voornamelijlk verantwoordelijkheid voor het boek. De figuren moeten geloofwaardig zijn in het verhaal. Ik heb ook niet het idee dat ik dichter bij de echte Andy Warhol ben gekomen, maar wel dichter bij de figuur die ik ervan heb gemaakt.'

Zo kan je natuurlijk alles relativeren.

'Ja, maar dat doe ik ook. Je moet bij alles goed opletten, ook bij een zogenaamde droge biografie. Daarin zal je ook altijd de creatie van de schrijver lezen.

Ik stoor me altijd als iemand beweert dat Bob Dylan een enorme lul is. Dan vraag ik altijd hoe die persoon dat weet. Heeft hij er jaren mee opgetrokken? Heeft Bob hem iets geflikt? Zo'n uitspraken geloof ik simpelweg niet. Iemand kan dat wel zeggen, maar dat betekent niet dat hij gelijk heeft: hij weet het niet.

Wat dat betreft reduceer of relativeer ik alles. Maar ik geloof wel in de fantasie. En het product ervan, zoals deze strip.'

Structuur en stijl - Een nieuwe stijl voor elk hoofdstuk

Je sprak over de stijlen. Het moet leuk zijn om verschillende stijlen te hanteren.

'Nou en of. Als je vijf jaar aan iets werkt, dan zorgt dat ervoor dat je telkens naar iets nieuws kan uitkijken.'

Hoe heb je het aangepakt? Heb je de dingen door elkaar getekend?

'Ik werk altijd chronologisch. Omdat ik zo ontzettend empathisch bezig ben, heb ik geen keuze. Ik zit helemaal in mijn verhaal, ik lach en huil er zelfs om. En dan moet je zo werken. Mocht ik van het ene moment naar het andere springen, dan zou ik niet meeleven. Dan gaat het echt als werk aanvoelen.

De afwisseling in stijlen heb ik bewust gedaan. Zoals ik al zei omdat ze duidelijk maken dat je in een andere periode zit, maar ook omdat ik het verschrikkelijk vind als je dingen moet uitleggen.'

Wat bedoel je daarmee?

'Goh ja, neem de hippietijd. Je kan zeggen dat The Velvet Underground er toen eigenlijk niet bijhoorde, dat ze rondliepen met een smoel tot op de grond (lacht). Wat ook zo was: het waren punks tussen de hippies. Maar dat zeg ik niet, ik toon dat in de tekeningen. De Velvets zijn volledige zwart-witfiguren in een kleurrijke hippiewereld. Dat is iets visueels: het zegt veel én het is grappig. Je ziet ze aankomen in hun zwart en wit en je voelt het conflict aankomen. Leuk toch?

Of Nico, hun zangeres, met haar zware stem. Dat toon ik dan door haar in zware tekstballonnen te laten spreken. Dat vind ik leuk.' (lacht)

The Velvet Underground: Zwart-wit punks in een hippietijd

Is er een stijl die je het liefst gehanteerd hebt?

'Euh ...' (twijfelt)

Wij vonden het hoofdstuk waarin Andy bijna vermoord wordt door Valerie Solanas bijzonder aangrijpend. Met dat rood, grijs en zwart.

'Ja, dat is het meest heavy deel.'

We vermoeden dat je daar veel in geïnvesteerd hebt.

'Ja, dat klopt. Dat was zwaar om te maken. Zoals ik al zei, werk ik heel empathisch. Dus ik moest door al die negatieve emoties heengaan.

Het deel met Edie Sedgwick was ook moeilijk. Dat is een behoorlijk zwaar verhaal: eentje dat zich bovendien vroeg in het verhaal situeert, dus dan bestaat de kans dat dat het boek uit balans slaat. Dat het te snel te zwaar wordt. Daarom heb ik besloten om dat in een over-the-top stijl te tekenen. Zoals een romance-comic, met van die voice-overs.

Ik wist natuurlijk dat niet lang daarna het moorddeel zou volgen, wat al depressief genoeg is. Ik wou niet dat je al behoorlijk neergeslagen bent, eens je aan dat hoofdstuk begint. Het Velvet Underground-deel is het meest luchtige. Daar gebeurt helemaal niks ergs in.'

Typex's Edie Sedgwick - over-the-top-tragedie

Wij vermoeden dat je best wel wat sympathie hebt voor Solanas. Je hebt er zeker geen karikatuur van gemaakt.

'Het is bij haar zoals bij Andy. Ik hou er niet van als mensen zomaar iemand wegzetten zonder dat ze daar echt reden toe hebben. Ik word daar echt misselijk van. Het is niet zo dat ik Valerie sympathiek heb gemaakt, ik heb haar gewoonweg als vrouw getoond. Met haar problemen.'

Je begrijpt waarom ze doet wat ze doet.

'Ja, maar ze had gewoon opgenomen moeten worden. Ze had hulp nodig. Neem nu haar manifest. Daar heb ik heel veel dingen uitgehaald en letterlijk in het boek verwerkt. Niet veel mensen doen dat omdat ze het te makkelijk wegzetten. Terwijl als je het echt leest - en je kijkt verder dan de letterlijke woorden - je een prachtige satire ontdekt. Het is grappig én er staan rake dingen in. Zij keek dwars door alles heen.'

Typex's Valerie Solanas

Als je zo empathisch werkt, hoe erg is het dan om na vijf jaar afscheid te nemen? Hoe erg was het om dat laatste hoofdstuk te maken.

'Heerlijk! Dat was echt heerlijk. Het is wel lang hoor, vijf jaar. En er moet een einde aan komen.'

Echt, dat verbaast ons. Je hebt niet alleen Andy maar zoveel andere personages gecreëerd, zoals Valerie. Na zolang met hen meegeleefd te hebben, moet het afscheid toch pijn doen.

'Een onaf boek is ook een last, hoor. Elke dag denk je dat je nog een werk hebt om af te maken.'

Wanneer weet je dan dat het boek af is?

'Ik vergelijk het wel eens met het krijgen van een baby. Als het eruit is, dan is het ook gewoon af en kan je er eindelijk naar kijken. Nu is het boek nog steeds een kind.'

En moet je het loslaten.

'Nee, nee. Het is te klein om het los te laten. Ik moet het nog presenteren, nog interviews geven.'

Dat hoort er dus bij. Je ziet de perstour niet als een opdracht?

'Nee. En ik doe alles zelf. Ik neem zelf contact op met de kranten en de bladen. Meestal ken ik daar wel iemand. Ik zou niet weten hoeveel interviews ik nu al gedaan heb. Zelfs in het buitenland, zoals in Frankfürt. Maar een opdracht is het niet. Het kind zit nu nog op school en moet nog begeleid worden. Het lijkt me heerlijk als hij op een gegeven moment helemaal voor zichzelf kan zorgen.'

Wanneer hij achttien is.

'Achttien maanden, dat zou goed zijn. (lacht) Vorige woensdag (7 november 2018, nvdr.) heb ik een feest georganiseerd in Paradiso in Amsterdam. Dat is eigenlijk de officiële kick-off van het boek, maar voor mij voelde dat als een soort afsluiter.'

Een feest in Paradiso. Was dat jouw idee?

'Ja. Ik kom daar zelf twee keer per week, ik ken de mensen daar. Dus ik heb altijd geweten dat ik de boekpresentatie daar wou doen. Paradiso heeft er wel mee in geïnvesteerd. Dat was geen probleem. Ze wilden hier blijkbaar graag mee geassocieerd worden.'

Wat heb je gedaan? Wat was er te zien?

'Dat was best wel een groot gebeuren. Ik had acht muziekbands gevraagd. Er was een hele goeie VJ en zelf had ik filmpjes gemaakt.

Alle ruimtes waren bezet. Zelfs de kelder, waar ik Andy's film 'Sleep' vertoond heb. Die film duurt ongeveer vijf en half uur, zo lang als de avond. Zelfs het halletje waar je binnenkomt was bezet. De geluidskunstenaar Yuri Landman stond daar tussen allemaal inflatables – van die dingen die het de gasten moeilijk maakten binnen te stappen.' (lacht)

Ik ken best wel wat mensen die muziek maken of op een andere manier creatief bezig zijn, dus met hun hulp heb ik een hele avond georganiseerd met vanalles door elkaar. Een beetje als Andy dus.'

Boekvoorstelling van 'Typex's Andy' in de Amsterdamse Paradiso

Dat is een gigantische organisatie. Daar heb je wellicht veel tijd in gestoken.

'Ja, heel veel. Maar het was leuk. Je werkt samen met mensen die, als het al geen vrienden waren, dat nu zeker wel geworden zijn.'

Terug naar het boek. Hoe moeilijk was het om je uitgever mee te laten gaan in de lay-out van je boek? Het is niet je doorsnee strip. Het is een dikke kaft, je hebt de zilveren zijkanten.

'Casterman was daar juist heel blij mee. Ze waren al lang op zoek naar een uitdaging. Ik vind dat een boek ook een object moet zijn. Kijk naar Chris Ware's 'Building Stories' (een strip-bouwpakket waar je het verhaal letterlijk opbouwt, nvdr.). Dat is het mooiste voorbeeld van een verhaal dat op geen elke andere manier verteld kan worden. Het object is deel van het verhaal.

Heb je de luxe-editie van 'Andy' gezien? De omslag daarvan is als een gesloten pak waspoeder en je moet dat letterlijk openscheuren om het boek te kunnen lezen. Een beetje als de Banaan-LP van The Velvet Underground: daar moest je die banaan ook pellen, letterlijk, om de hoes volledig te kunnen zien. Maar ja, dan heb je geen mint-copy meer. Dan is die op zijn best verkreukeld.

Je hebt collectioneurs die alles in optimale staat willen bewaren. Voor hen hebben we een boodschap: ofwel hou je hem ingepakt en heb je een conversation piece voor de rest van je leven. Ofwel scheur je hem open en lees je hem. Dat vind ik grappig, om de lezer dat te laten beslissen. Al die dingen, die met het object zelf te maken hebben, hebben volgens mij ook een grote waarde. Casterman dacht daar hetzelfde over. Ze gingen in alles mee.'

Je zou het dus niet leuk vinden als je strip op iPad gelezen wordt.

'Ik vind dat niet te doen. Er is wel een iPad-versie. Dat ga ik niet verbieden, iedereen doet wat hij wil. De meeste journalisten hebben ook een pdf gekregen, maar dat vind ik echt niets. Daar heb je toch geen plezier aan. Nu heb je iets vast, een ding, bijna een nieuwe inwoner voor je huis.

Ik vond het belangrijk dat ook de paperback-editie die zilveren zijkanten had. In het Nederlands is er nog geen paperback, maar in het buitenland dus wel. Scratch, de Nederlandse uitgever, had wat schrik dat het Nederlandstalige publiek de Engelstalige versie zou lezen, want dat gebeurt meer en meer. Dus hebben ze voor die chiquere hardcover gekozen.

Als de auteur Nederlands is, dan ga je toch geen Engelse versie lezen. Wij lezen het liefste in de originele taal.

'Dan moet ik je toch teleurstellen, want het is in het Engels geschreven. En die is dus weer van het Engels naar het Nederlands vertaald. Wat ik niet zelf gedaan heb – daar had ik jammer genoeg de tijd niet voor. Maar ik heb het wel opgevolgd. Net zoals ik dat voor de Franse editie gedaan heb.

Je kan dus ook Frans?

'Net genoeg om te weten wat wel kan en wat niet. Ik kan het goed lezen, zeker als het over mijn eigen ideeën gaat.'

Dan moeten we nu dus de Engelstalige versie gaan kopen?

'Je moet niets, hé. Maar ja, helaas is dat wel de originele.'

Daarstraks gaf je aan dat je het niet leuk zou vinden als strips maken werk zou worden. Mogen we daar uit afleiden dat je nooit met tegenzin aan de slag gaat?

'Nee. Soms ben je wel vermoeid natuurlijk. Ik vind het vooral moeilijk om dingen te missen. Dat ik de vrienden niet kan zien, niet kan uitgaan. En uiteraard is het moeilijk voor de vrouw.'

Hanteer je kantooruren? Nick Cave zou dat doen.

'Je moet wel een soort structuur hebben. Maar een kantoor, nee. Ik teken gewoon aan de keukentafel.'

Je moet geen absolute rust hebben.

'Nee hoor. Niet als ik teken of schets, maar wel als ik schrijf. Wanneer mijn vrouw gaat slapen, ga ik naar boven naar mijn studiootje en doe ik verder tot half vier 's nachts.

Daar bevestig je dus dat cliché van de kunstenaar, dat Andy vernietigd heeft.

'Ja (lacht). Letterlijk op de zolderkamer, plaatje op. Maar er zit toch een schema in. Half vier 's nachts is het uiterste. Dan ga ik slapen, tot half tien.

Dat is amper zes uur.

'Ik werk ook niet in de mijnen, hé (lacht). Poppetjes tekenen en plaatjes draaien. Dat is toch wat elke jongen wil.'

Nieuwsbrief 7/7