Stefanie Troffaes

Interview met Stefanie Troffaes

Les Talens Lyriques, B’Rock, Les Muffatti en noem maar op: als er belangrijke ensembles zijn voor oude muziek, dan heeft Stefanie Troffaes er het podium mee gedeeld. In januari zette de in Brugge geboren traversospeelster de stap naar een eerste solo-album, dat meteen werd opgepikt door en voorgesteld op Klara in deSingel. Met haar vaste compagnon Julien Wolfs houdt ze op haar debuut werk van Johann Sebastian Bach onder de loep. Een reden om de jonge muzikante aan het woord te laten over haar instrument, haar carrière en haar persoonlijkheid. 

Je hebt verschillende leermeesters gehad. Wie waren de beste, de invloedrijkste, de belangrijkste?

Studeren bij Marc Hantaï en Barthold Kuijken aan het Koninklijk Conservatorium Brussel lag voor de hand na mijn studies aan het Stedelijk Conservatorium Brugge. Toen kwam men van over de hele wereld traverso volgen in onze hoofdstad. Barthold is op zo veel vlakken een icoon en pionier. Zo’n sterke persoonlijkheid heeft me zeker beïndrukt en geïnspireerd. Marc Hantaï had ik leren kennen op een muziekstage toen ik amper vijftien was. Zijn spel sprak me erg aan en ik was vastbesloten bij hem te gaan studeren. Hij bleek naast een uitzonderlijk muzikant ook een fantastische pedagoog te zijn.

Maar als kind al had ik les van 2 uitzonderlijke muzikanten: blokfluitiste Tomma Wessel en traversospeler Patrick Beuckels. Met hun enthousiasme, passie en kennis zijn zij mischien wel het meest bepalend geweest voor mijn toekomst. Zij hebben me van een zo  breed mogelijk repertoire laten proeven, zowel van middeleeuwse, renaissance, barokke, klassieke als van hedendaagse muziek. Ik ben blij dat ik, ondanks de keuze voor een historisch instrument, meteen zo’n brede muzikale horizon had omdat ik daardoor de essentie van het musiceren kon loskoppelen van stijl.

Na concerten zijn mensen vaak verrast door mijn erg persoonlijke manier van spelen. Dat verbaast me niet. Ik heb het geluk gehad uitzonderlijke leermeesters te ontmoeten. Zij hebben mij gevormd tot de muzikante die ik vandaag ben, maar ik beschouw mezelf niet als een volgeling van één van hen in het bijzonder. Ieder heeft me een stuk bagage meegegeven waar ik mijn eigen muzikale identiteit mee heb gevormd. Die vrijheid, om bewust je eigen keuzes te maken als kunstenaar, is mijn artistieke adem en is essentieel om verder te groeien als muzikant.

Vanaf wanneer wist je zeker dat je later professioneel met muziek wou bezig zijn?

Voor mij was dat meteen duidelijk toen ik als 11-jarige met traverso begon. Ik was er zo wild van dat ik al mijn vrije tijd op de muziekschool wou doorbrengen. Doordat mijn oudste zus toen al gitaar studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen zag ik al vroeg alle facetten van een professioneel muzikanten leven. Het plezier van het concerteren en het constant verleggen van je eigen grenzen, maar ook de keerzijde: de dagelijkse discipline, de druk om altijd op topniveau te staan, de financiële onzekerheid. Laat ons zeggen dat ik me al vroeg bewust was van wat een muzikantenleven inhield. Het werd mij soms afgeraden om professioneel voor traverso te kiezen, maar dat had een averechts effect op mij. Ik heb namelijk een koppige natuur!

Een internationale carrière proberen uitbouwen met traverso, gaat dat op eenzelfde manier zoals met de meer courante instrumenten, of is dat elke dag knokken?

Ik kan het met niets anders vergelijken omdat ik nooit de gewone moderne dwarsfluit heb bespeeld. Het vraagt van elke muzikant veel dagelijkse disipline om telkens opnieuw de perfectie te benaderen. Voor mij is dat een verslaving, soms een strijd.

De combinatie van soliste en orkestmuzikant is bijzonder uitdagend. Een goede orkestmuzikant moet erg flexibel kunnen zijn. Technisch moet die zo sterk staan dat hij ieder idee van de dirigent in een vingerknip kan vertalen in zijn eigen spel. De technische bagage waarover je moet beschikken is enorm. Als soliste kan je meer naar je eigen overtuiging een muziekstuk vorm geven. Dat is precies wat Julien en ik met de fluitsonates van J.S. Bach hebben gedaan. We zijn dan ook erg blij dat onze opname zo lovend onthaald wordt door de pers.

Heb je het gevoel dat het repertoire voor traverso te beperkt is? Hoe ga je daar mee om, en hoe selecteer je eigenlijk het repertoire dat je speelt?

Ik speel wat ik interessant vind en wat voor een publiek een verrijking is. De keuze voor historische uitvoeringspraktijk maakt de muziek voor mij persoonlijk veel sterker omdat de intenties van een componist duidelijker spreken. Daar kan ik niet omheen.

Het repertoire is in tegenstelling tot wat men zou denken helemaal niet beperkt. De term ‘traverso’ komt van het Italiaanse ‘flauto traverso’ en benoemd in de praktijk zowat alles wat voor de moderne fluit bestond. Het omvat dus niet enkel het barokinstrument. De fluit heeft een hele evolutie gekend en ik leg me nu vooral toe op het repertoire van de renaissance tot de vroege romantiek. Dat zijn meerdere stijlperiodes en dus veel verschillende types instrumenten naargelang het repertoire.

Je kiest voor de historische uitvoeringspraktijk. Hoe ver ga je daar in? Beschouw je de partituur als een uitgangspunt, of eerder als een document dat rigide moet gevolgd worden?

De historische uitvoeringspraktijk vertrekt niet enkel vanuit de partituur, dat is een misvatting. Barthold Kuijken publiceerde enkele jaren geleden het boek ‘The notation is not the music’, een uiterst boeiend werk dat niet toevallig uitgebracht wordt op een moment dat de oude muziekbeweging haar weg wat zoekende is.

Op een manuscript staan namelijk weinig aanwijzingen van de componist in vergelijking met vb. een romantische partituur. Dat is ook zo bij de fluitsonates van Bach. De partituur is slechts een miniscuul fragment van wat aan informatie beschikbaar is. Bij het realiseren van onze CD hebben we dus met een hele reeks aspecten rekening gehouden want uiteindelijk komt historisch geïnformeerd spelen neer op erg veel vragen stellen en op zoek gaan naar de antwoorden. Het begint het concreet al bij de keuze van het type instrument, de compromissen van de instrumentenbouwer (Julien en ik spelen beiden op een kopie van een origineel instrument), de kennis van de algemene gebruiken uit die stijlperiode, etc.  Vele zaken werden namelijk niet opgeschreven omdat ze voor muzikanten/componisten te evident waren.

Toch blijven de sonates voor fluit en klavecimbel van J.S. Bach op vele vlakken een vraagteken. Zo weten we niet in welk jaar ze gecomponeerd werden, voor wie of voor welke gelegenheid. Ze vormen ook geen geheel zoals de suites voor cello of de sonates voor viool en klavecimbel. De fluitsonates zijn bijzonder fascinerend door hun verschillende stijl. Voorafgaand onderzoek is dus onontbeerlijk. Ik hou van dat ploegen en spitten. Muzikanten leggen andere accenten in hun keuzes. Dat maakt het steeds bijzonder boeiend voor een publiek.

Wat betekent Bach voor jou?

Als dochter van twee architecten fascineert me naast het affect ook het structurele genie in zijn werk. Bach’s muziek ontroerde me al in mijn kindertijd. In Brugge groeide ik op in het historisch centrum van de stad, tegenover de kerk waar het Collegium Vocale o.l.v. Philippe Herrweghe voeger veel CD opnames maakte. Al terugwandelend van school hoorde ik vanuit de kerk Bach cantates weerklinken. Het had iets magisch. Die speciale band met het vocale werk van Bach heb ik altijd erg gekoesterd. Het retorische van zijn muziek intrigeert me en ik geloof dat de kiem daarvan toen gezaaid is.

Zijn er naast Bach nog andere componisten die jou bijzonder na aan het hart liggen?

Ik was erg blij toen in 2014 Jean Philippe Rameau in de schijnwerpers stond met herdenking van zijn 250ste sterfdatum. Ik hou bijzonder veel van zijn werk dat steeds blijft verrassen in harmonie en orchestratie. Verder mag W.A. Mozart zeker niet ontbreken op mijn lijstje.

Je hebt ettelijke prijzen gewonnen de voorbije jaren. Zijn er onderscheidingen die je dieper hebben geraakt dan andere?

Wanneer ik terugdenk aan al die geweldige ervaringen heeft de internationale solistenwedstrijd van het MA-festival mij het meest aangegrepen. Die finaleplaats gaf mij als traverso speelster erkenning van de meest vooraanstaande barokmuzikanten in de jury. Het gaf me een enorme boost om verder te realiseren waar ik in geloofde.

Hoe ervaar je het contact met Julien Wolfs?

Voor mij is Julien een geweldig getalenteerde en intelligente klavecinist. Wij ontmoetten elkaar 15 jaar geleden in Amsterdam toen ik op toernee was met Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset. Ik herkende in Julien meteen een muzikale zielsverwant. We hebben sindsdien al een heel parcours afgelegd met concerten in grote zalen waaronder BOZAR en Amuz. Als duo zijn we de laatste jaren erg gegroeid en onze debuut CD is het resultaat van die jarenlange dynamische samenwerking. Wij hebben niet veel woorden nodig om elkaar te begrijpen. Als muzikant kan je daar enkel van dromen!

Welke verwezenlijkingen staan er nog op je verlanglijstje voor de toekomst?

Ik kijk alvast erg uit naar de CD opname samen met Christophe Rousset deze zomer, waarbij ‘Les Apotheoses’ van François Couperin op het programma staan. 

Stefanie Troffaes' debuutalbum 'Sonatas for flute and harpsichord' is verschenen bij label Paraty (distributie: Harmonia Mundi). Een recensie volgt binnenkort in onze cd-rubriek.

Copyright foto's: Lieven Dirckx