Sofie Vanden Eynde & Romina Lischka

Interview met Sofie Vanden Eynde & Romina Lischka

Niemand zo exemplarisch voor de liedkunst als Orpheus, het mythische personage dat aan het begin van de 17e eeuw in de literatuur en de muziek lyrisch werd gevierd. Reden genoeg voor muzikale partners Romina Lischka en Sofie Vanden Eynde om een recital aan hem te wijden. Aan de hand van de Angelsaksische liedkunst van de 17e eeuw stippelden ze, zij aan zij met tenor Thomas Hobbs, een dag in het leven van de legende uit. De gloednieuwe cd ‘Orpheus’ Noble Strings’ is het resultaat. Hoe eeuwenoude partituren in een gloednieuwe context tot leven komen. Of hoe het historische actueel wordt, mede dankzij het oprechte engagement en de creatieve impuls van drie uitnemende uitvoerders.

Hoe kwamen jullie precies op het idee om Engelse componisten in een soort uitgesponnen narratief gebundeld op te nemen?

Sofie: Het uitgangspunt was interessant repertoire vinden voor ons duo. De lute-song was een erg populair genre in Engeland aan het einde van de 16e eeuw en het begin van de 17e eeuw. Gaandeweg zijn componisten een viola da gamba beginnen toevoegen aan hun composities. Eigenlijk zijn we vooral op zoek gegaan naar mooie liederen. Om de definitieve selectie te kunnen maken, hebben we beslist om het programma op te bouwen rond het thema ‘muziek’, en bij uitbreiding de figuur van Orpheus. Anthony Rooley heeft dan aan de hand van onze keuze een tekst geschreven.

Romina: Zo is het inderdaad gegaan. We begonnen onze zoektocht vanuit onze bezetting. Er zijn immers maar enkele luitliederen die een gamba mee voorzien voor de baslijn, dus dat werd onze basis. Belangrijk daarbij is het scala aan kleuren dat door het instrument wordt aangeleverd. Vroeger werd de baslijn overigens meestal geïmproviseerd, kortom genoteerde partituren zijn zeldzaam. Op die manier zijn we tot verschillende componisten gekomen. Gezien elk lied op zichzelf staat, vonden we het bovendien een meerwaarde om via een verhaal een geheel te creëren.

Van de componisten die de cd hebben gehaald, wie steekt er voor jullie bovenuit?

Sofie: Het geeft enorm veel voldoening om de liederen van John Danyel te spelen. Hij is minder bekend dan John Dowland, maar moet qua kwaliteit absoluut niet onderdoen.

Romina: Dat kan ik alleen maar beamen.

Af en toe klinkt er protest tegen albums met een zekere heterogeniteit. Vindt u dat werken rond één bepaalde componist meer diepgang toelaat, of is het historisch perspectief van een componist in confrontatie met zijn tijdgenoten en voorgangers/opvolgers juist interessanter?

Romina: Volgens mij valt er voor beide types opname iets te zeggen. Aan de hoven in de Renaissance en de Barok was er vaak meer dan een componist per avond te horen. Iedereen beïnvloedde elkaar.

Sofie: Ik denk dat dit protest vooral afkomstig is van diegenen die zich moeten bezighouden met de verkoop. Een heterogene cd laat zich moeilijk categoriseren. Bij welke letter van het alfabet brengen we het exemplaar onder? Of bij welk genre? Dit kan een negatieve invloed hebben op de verkoop. Zelf denk ik echter dat het belangrijk is dat een artiest zich hierdoor in zijn keuze niet te veel laat beïnvloeden. Soms wil je je bezighouden met één bepaalde componist. Op een ander moment is het vooral een bepaalde periode of stad die je interesseert. En soms is het een bezetting die je op weg zet.

Luit en theorbe zijn niet de meest 'modieuze' instrumenten binnen de klassieke muziek. Botsen jullie op veel vooroordelen?

Sofie: Vooroordelen? Geen idee. Het zijn erg stille instrumenten en niet iedereen is bereid of in staat om de luisterinspanning te doen waar deze instrumenten om vragen. Waarschijnlijk krijg ik vooral te maken met mensen die sowieso al van luit houden, en daarom ook naar de concerten komen. Zij worden gelukkig bij het horen van het instrument. En mensen die het instrument nog niet zo goed kenden, komen me na een recital vaak vertellen dat ze er rustig van worden.

Werkt deze muziek anders in de concertzaal dan op cd? Indien ja, waar liggen de belangrijkste verschillen?

Romina: Een live-concert is altijd anders dan een cd. Een concert is een moment waarop een directe ontmoeting tussen muzikant en publiek plaatsgrijpt, en het publiek 'participeert' als het ware in dat moment, althans: het beïnvloedt de uitvoering en dus de musici. Een album vergt daarentegen een ander soort concentratie. En meer focus op details.

Sofie: Een live-concert draagt sowieso mijn voorkeur weg. Er gaat niks boven de gedeelde concentratie die tijdens een concert wordt opgebouwd. Het gaat dan ook niet zozeer over perfectie, maar eerder over de communicatie die op dat moment, met die muziek, op die plek en met die mensen mogelijk wordt gemaakt. Een efemere beleving van het hier en nu. Bij een cd-opname zijn muzikanten veel meer bezig met perfectie, al blijft het een kunst om deze perfectiedrang te doseren, zodat deze niet ten koste gaat van muzikaliteit, ontroering en communicatie.

Spelen jullie live-concerten het liefst op historische locaties (zoals kerken), of zijn jullie meer een voorstander van concertzalen?

Sofie: Voor dit repertoire zijn kerken eigenlijk niet zo geschikt, of het moeten dan kleine kerkjes zijn, met een niet te grote akoestiek, waardoor de tekst nog goed verstaanbaar blijft. Misschien zijn het eerder historische salons, ontvangstruimtes van oude stadhuizen en paleizen, die mijn voorkeur wegdragen. Maar uiteindelijk kan elke mooie plek slecht klinken, en omgekeerd.

Romina: Klopt. Het belangrijkste voor mij is dat of de akoestiek goed is, en dat de ruimte niet te groot is zodat het publiek voldoende wordt betrokken. Het is tenslotte een intiem programma.

Zijn jullie al aan het broeden op een volgend project? En kunnen jullie alvast een tipje van de sluier lichten?

Sofie: Met het duo beperken wij ons momenteel tot het geven van concerten met onze vorige cd ‘En Suite’ en met dit nieuwe repertoire. Er zit nog niets extra in de pijplijn.

Wat er ook moge volgen, alle succes ermee! Bedankt voor dit interview.