SCHNTZL

Interview met SCHNTZL

“Tijdens repetities vloeit alles er natuurlijk uit”

SCHNTZL op de rand van een doorbraak

In Brugge vond het startschot plaats van de grote doorbraak voor SCHNTZL. De band rond Hendrik Lasure (piano) en Casper Van De Velde (drums) tekende in de Kamermuziekzaal van het Concertgebouw present voor de releaseavond van hun debuutalbum. Het schijfje werd uitgebracht onder het W.E.R.F.-label, de prijs die ze kregen als winnaars van de STORM-contest. Maar wat vond het duo zelf van de avond?

C: Spannend, we hadden redelijk wat stress. In het begin voelde ik mij niet helemaal op mijn gemak, maar het kwam goed. Enkel jammer van het laatste stuk dat we niet konden spelen.

H: Dat moest echt de knaller worden. We hebben echt de hit gespaard voor het einde. In het begin was ik ook erg alert op een niet zo’n aangename manier. Tegen de helft was het over en werd het plezant.

De grote belofte in de Belgische jazz worden jullie genoemd. Voelen jullie druk?

C: Het zijn grote woorden die ik moeilijk kan beamen, maar ik heb wel het gevoel dat we met ons twee een specifieke klank hebben gevonden die we nog niet vaak hebben gehoord. Maar om het een nieuw jazzgeluid te noemen, is wat overdreven.

H: De zoektocht naar onze sound is heel belangrijk en weerspiegelt een evolutie die we de afgelopen jaren hebben gemaakt. In het verleden was ik erg bezig met welke noten ik op piano speel; nu zoek ik naar hoe klanken samenpassen binnen een gepast timbre.

C: Voor alle markten staan we open en dat hoor je. Het grote voordeel is ook dat onze smaak heel dicht bij elkaar ligt en we elkaar zo perfect aanvoelen.

H: Doordat we al lang samen naar muziek luisteren, hebben we onze smaak ontwikkeld. Discussiëren hoort er niet meer bij. Tijdens repetities vloeit alles er op een natuurlijke manier uit.

Hoe lang spelen jullie al samen?

C: Zo’n zes à zeven jaar.

H: Ik ontmoette Casper op een zomerstage van Jeugd en Muziek, waar we samen in een ensemble werden onderverdeeld. Daaruit is een jazzkwintet voortgekomen. Toen dat stopte, zijn we met ons twee doorgegaan.

Jullie debuut komt uit op het W.E.R.F.-label, kregen jullie carte blanche of moesten jullie rekening houden met de verkoopcijfers?

H: Ze lieten ons volledig vrij en hebben zich nooit bemoeid in het proces. We kregen een residentie om te repeteren voor de opnames, maar tot dan hadden ze zelf nog nooit gehoord wat we wilden opnemen. Gelukkig vonden ze het uiteindelijk tof (lacht).

C: Er was dan ook geen weg meer terug…

Een sterk punt is de grote verscheidenheid aan genres: jazz, hiphop, elektronica, postrock, … noem maar op.

H: Het was onze bedoeling om een collage te maken. Er zijn twee soorten albums: het ene bestaat uit één klankwereld, het andere wil een hele reis uitbeelden. Wij verkiezen het tweede. Het werd een verzameling van alle mogelijke manieren van hoe we samen speelden. Iedere track is uniek en geeft een specifieke manier van improviseren weer.

C: Het geheel geeft dus een blauwdruk van hoe wij werken. Al gaf dat ook het grootste probleem voor we begonnen met de opnames. Hoe moeten we al die uiteenlopende ideeën samenbrengen? Daarbij heeft Koen Gisen ons geholpen. Zijn studio bracht een specifieke klank voort die alle songs door elkaar verweeft, als een saus.

Hebben jullie voor het songschrijven bepaalde thema’s voor ogen? Zie de vreemde songtitels.

C: Helemaal niet. De composities zijn vaak al een jaar oud. Toen was er nog geen sprake van een voorliggend plan. Het is aan anderen om onze songs te omschrijven, want zelf ben ik een bevooroordeelde partij. De songtitel komt altijd als laatste. Het dient eerder om een nummer uiteindelijk te verrijken.

H: In een paar woorden proberen we subtiel een beeld te tonen.

Waarop kunnen jullie zich het best uitleven?

C: Mijn favoriete nummers zijn niet die waar ik mij het best op kan uitleven. Wat voor mij het belangrijkste is, is om de juiste sfeer te scheppen, het maakt dan niet uit of het dan uitbundig of intiem is.

H: Alles op zich als je het mij vraagt. Dat is waarom ik zo tevreden ben over het album. Alles wordt versterkt door elkaar. Die verscheidenheid creëert een maffe wereld. Het is een samenspel van menselijke emoties en dingen waarover je nog nooit hebt nagedacht. Op het einde komt alles mooi tezamen. Bovendien: het is geen eindstation, maar slechts een tussenstop.

 

Foto: Thomas Geuens