Pieter Embrechts

Interview met Pieter Embrechts

'Natuurlijk is het plezant bij El Tattoo mee te zingen, maar songs brengen die puur van jezelf zijn, is veel spannender'

Een anderhalf uur ontwapenende schoonheid gegoten in achttien popsongs vol levensverhalen en -wijsheden met hier en daar een streepje onversneden rock. Dat is wat ‘Onderwoud’ van songsmid-zanger-acteur-presentator Pieter Embrechts te bieden heeft. Ruim tien jaar na zijn debuut-cd ‘Maanzin’, gevolgd door tien jaar El Tattoo del Tigre en het gesmaakte bigbandproject The New Radio Kings is hij helemaal terug met Nederlandstalige songs. De charmante doehetal vertelt, trots doch moe, honderduit over de kracht van verhalen, overgave en engagement. Voor de dubbelaar heeft hij zelfs zijn eigen label ROOKOO RECORDS opgericht.

Wat betekent ‘Onderwoud’ voor u?
Uiteraard is het een niet bestaande term. Ik heb een zwak voor woorden die niet per definitie bestaan, maar daarom des te meer een vermoeden aanwakkeren en je fantasie prikkelen. ‘Onderwoud’ klinkt vrij donker en dat was ook de bedoeling, want het is geen 'happyhappy' album. Er schuilt veel melancholie in. In veel songs sta ik stil bij wat onder de oppervlakte leeft. De focus ligt op what lies beneath, eerder dan the bright and shiny.

Het klinkt inderdaad vrij zwaarmoedig, terwijl we jou als een vrolijke kerel kennen. Is het niet eng om ook die kant van jezelf  zo bloot te geven?
Gho, het is zeker geen neerslachtige plaat, want daarvoor zit er teveel levenslust in, maar ik toon wel een andere kant van mezelf. Ik heb bewust bepaalde demonen in de spotlight geplaatst. Vroeger schreef ik songs die liever de kaart van het vermaak trokken. Daar is niets mis mee, maar veel songs van deze plaat graven dieper. Bij andere artiesten apprecieer ik ook het feit dat ze de donkerte niet schuwen, maar gebruiken, zoals The National. Ik hou van duisternis die een soort troost kan bieden. Er zit in dit nieuwe album ook lichtheid, zuurstof en humor, maar die krijgen niet echt het voortoneel. Natuurlijk is het plezant om als Cubaans personage, met een goed getrimde snor, bij El Tattoo del Tigre te zingen, maar Nederlandstalige songs brengen die puur van jezelf zijn, is veel spannender. En kwetsbaar, want een criticus kan het met één pennestreep zo neerhalen. Ik vind het mooi om te durven en daar zo eerlijk mogelijk in te proberen zijn. Je kunt het maar aanreiken en je ziet dan wel wat er gebeurt. Met mijn eigen beperkte compositorische kwaliteiten, want ik ben maar een muzikale leek.

Toch meet je je aan grote artiesten met enkele covers, is dat niet gewaagd?
Ik was niet van plan ‘Hier in Borgerhout’ naar Tom Waits’ ‘In the neighborhood’ op te nemen, laat staan op de cd te zetten. De vertaling had ik een paar jaar geleden geschreven naar aanleiding van het tienjarig bestaan van De Roma om het enkel daar te brengen. Maar omdat er zoveel fijne reacties op kwamen, hebben we het ook gespeeld tijdens de vorige tournee. Op aanraden van de Antwerpse theatermaker Johan Petit heb ik het toch opgenomen zonder concreet te weten of dit het album zou halen. Vlak na de aanslagen in Parijs zei mijn mixer dat het goed zou zijn mocht dit liedje op de radio gedraaid worden. Een lied dat met openheid en humor over de superdiverse samenleving spreekt, lijkt welkom in deze bange dagen. Ik gaf hem gelijk en heb het dezelfde dag nog voorgelegd aan Radio 1 en zij hebben de song meteen opgepikt. Het was dus een accident de parcours, maar dat heeft een denken in gang gezet bij mij. Misschien moet ik minder schroom hebben en zaken die voor een bepaalde gelegenheid geschreven zijn sneller uitbrengen.

Waarom een dubbelaar?
Om te beginnen had ik veel songs liggen en merkte ik tijdens het uitwerken van het songmateriaal dat ze mooi in twee delen uiteenvielen: een deel songs waar elektronica in verwerkt werd en een ander deel dat meer rechttoe rechtaan klinkt als een band die speelt. De elektronica is in de songs geslopen door de fijne samenwerking met Arne van Peteghem: het elektronicawonder van Antwerpen. Een man met een goed oor voor alle aspecten van een song. Het is belangrijk vertrouwen te hebben in de mensen waarmee je werkt. Hij voegde toe door weg te halen, want hoe kaler je het maakt, hoe meer ruimte de stem krijgt. Tom Pintens overzag de werken en schreef prachtige strijkersarrangementen.

Waarom heeft het zo lang geduurd vooraleer het album uitkwam?
Omdat de mensen met wie ik samenwerkte druk bezette vogels zijn en ik daar af en toe - met plezier - op moest wachten om weer samen verder te kunnen. Maar zeker ook omdat ik redelijk maniakaal ben in de uitwerking. Ik besef dat het commercieel interessanter zou geweest zijn als de cd twee jaar geleden, gelijktijdig met de theatertournee, uitkwam. Net zoals een selectie tot slechts één schijfje, maar naar mijn gevoel klopt het meer om dit als tweeluik te presenteren. Het heeft ook met tijd te maken. Het zijn songs die in een bepaalde periode geschreven zijn, met hoofdzakelijk dezelfde muzikanten opgenomen zijn en daardoor ook bij elkaar horen. Intussen ben ik alweer bezig aan een heel andere nest songs. Maar ik ben blij dat deze cd afgewerkt is (lacht). Ik heb zin om uit die onderwereld te kruipen en weer steviger, meer uptempo werk te maken en te spelen.

Verkies je het scheppen dan wel het performen?
Het is fundamenteel anders. Je zit in totaal verschillende energieën. Ik hou bijvoorbeeld van de soulsfeer in ‘Ga door’, wat thuis gemaakt is: hoe kleiner, hoe beter en hoe dichter dat het op uw vel zit. Maar dat dan in de setting van een volle zaal spelen, maakt een ander aspect van mezelf wakker. Live spelen is een totaal andere energie dan thuis in alle intimiteit iets opnemen.

Wat primeert: verhaal of melodie?

Meestal vertrek ik vanuit een melodie met een half geïmproviseerde tekst. Natuurlijk kun je het niet maken om iets volstrekt onbegrijpelijks te zingen. Een nummer heeft soms verschillende teksten. Dan is het zoeken welke woorden en vooral sfeer erbij passen.

Je blijft trouw aan je moedertaal, hoewel Nederlands internationaal allesbehalve interessant is…
Dat het terug in het Nederlands is, was een weloverwogen keuze, hoewel ik erg van Engelse songs hou. Ik besef dat het internationaal een rotslechte zet is, maar koester niet de ambitie om in het buitenland als Engelstalige singer-songwriter bekend te worden. België is klein. Een reden temeer om dicht bij jezelf te blijven. En de artiesten die furore maken in het buitenland zijn dun bezaaid.

Welke ambitie koester je dan wel?
Ik zou graag groeien naar grotere eenvoud. Laatst hebben we in trio gerepeteerd bij mij thuis. Potverdikke, hoe plezant is dat. Het geeft een groot gevoel van vrijheid. Gezien mijn parcours met El Tattoo Del Tigre en The New Radio Kings was ik het gewend om in een grotere bezettingen te denken. Soms is eenvoud mooier en leuker om te doen. Aanvankelijk hebben we in een studio met niet meer dan een ritmesectie de basis van twaalf nummers opgenomen en heb ik thuis verder alle zang, saxen, toetsen enzoverder opgenomen met de bende muzikanten. Maar als je het werk mee naar huis neemt, stopt het nooit. Je kunt eindeloos blijven knutselen. In de toekomst wil ik nog veel eenvoudiger werken. Dat het simpeler kan, is een les voor mij naar de volgende plaat toe.

Wanneer wist je: ik word Pieter Embrechts, want ik wil en kan wat van alles doen?
Je hebt dat niet te kiezen, je bent wie je bent. Het heeft te maken met wie je ouders en vrienden zijn, waar je leeft. Ik moet denken aan een uitspraak van Hugo Claus. Toen ze hem vroegen naar zijn favoriete werk uit zijn hele oeuvre antwoordde hij: "Wat is mijn oeuvre meer dan de verzameling van mijn versplinterde staten?". Dat vind ik erg juist. Het is geen uitgestippeld plan, maar gewoon alle dingen die je gemaakt hebt. Als ik terugblik op wat ik al gedaan heb, zie ik wel dat er bepaalde zaken terugkomen. Muziek, theater, taal, vertellingen en engagement sluipen er gewoon in. Die mishmash vind ik heel tof.

Mocht je één discipline moeten kiezen, welk zou dat dan zijn?
Dan zou het muziek zijn. Mijn stem is mijn meest dierbare instrument. Een gitaar erbij is leuk, maar ik ben geen wereldgitarist, al amuseer ik mij ermee. Ik ben ook super onzeker wanneer ik naast grote gitaristen sta. Zoals toen ik Bruno De Grootte, die ik muzikaal zeer hoog acht, vroeg of hij geen zin had om mee te spelen. Na een paar songs beluisterd te hebben, stemde hij in om mee te spelen. Omdat goeie muziek niet per definitie complex moet zijn, maar vooral moet communiceren.

Hoe geëngageerd zonder gefrustreerd te zijn, wanneer ‘Ringlandlied’ bijvoorbeeld niet door VRT gedraaid wordt wegens te politiek getint?
Dat vond ik erg zwak van de VRT. Soit, in minder dan een week heeft het liedje 120.000 views op YouTube gehaald. Die nee maakt de kwaadheid bij de bevolking daaromtrent enkel groter. De initiatiefnemers en sympathisanten wilden gehoord worden door de overheid en het stadsbestuur. De opkomst op het Ringlandfestival sprak dan ook boekdelen en het komende jaar zal het festival nog groter worden. Intussen is er een nieuwe intendant aangesteld, die het Ringlandplan ook verder gaat onderzoeken. Sterke ideeën vinden meteen een ingang in je ‘zijn’. Daar heb je geen verweer tegen.