Pieter Coudyzer: 'Het verleden laat ons nooit in de steek'

Interview met Pieter Coudyzer: 'Het verleden laat ons nooit in de steek'

'36 jaar. Gentenaar. Studeerde animatiefilm aan het KASK. Al enkele jaren actief als animatiefilmmaker en tekenaar.' Nu de honneurs zijn waargenomen, kunnen we vertellen dat Pieter Coudyzer debuteert als stripmaker met ‘Woekeraar’, over de introverte Tom die zijn lichaam laat overwoekeren door het bos in zijn hoofd.

Een opvallende eerste worp van de Gentenaar, die zijn sporen al verdiende in de animatiefilm, wat bij ons de vraag deed rijzen hoe het allemaal begon.

PC: ‘Woekeraar’ is eigenlijk begonnen met één enkele tekening die ik zonder veel verdere bedoelingen heb neergepend. Daarop was een figuur te zien die op een bed ligt, met warrige takken in plaats van armen en benen. Ik vond het een sterk beeld. Luguber, maar ook poëtisch. Er straalde een soort machteloosheid van uit. De weken en maanden daarop is zich langzaam een verhaal beginnen te vormen rond dat beeld en heb ik de beslissing genomen er een stripalbum van te maken. ‘Woekeraar’ is dus eigenlijk heel organisch gegroeid. Het zou ook een film kunnen zijn, maar intuïtief voelde ik aan dat een geschreven innerlijke monoloog beter bij dit verhaal zou passen.

CE: Volgens de uitgeverij is Woekeraar een 'modern sprookje over de drang naar eenzaamheid'.

PC: Dat is een mogelijke omschrijving. Ik wou vooral een boek maken over een zachtaardige jongen die totaal in zichzelf terugplooit. In ieder geval is het een parabel over introversie en alles wat daaruit kan voortvloeien, wereldmoeheid bijvoorbeeld. De drang naar alleen zijn, maakt daar een groot deel van uit. Of het verlangen te vluchten in een innerlijke wereld en het beschermen van die innerlijke wereld tegen invloeden van buitenaf. Ik ben geïnteresseerd in dat spanningsveld tussen innerlijk en uiterlijk; tussen een wereld waarin alles kan tegenover een wereld waarin bijna alles moet.

CE: Het verhaal van Tom voelt pijnlijk echt aan.

PC: Het klinkt nogal sollipsistisch, maar ik heb me vooral door mezelf laten inspireren. Ik was vroeger ook een buitenbeentje, net zoals Tom: weinig vrienden, stil, afzijdig. Pesterijen zijn mij dus niet vreemd. De scène met de kajakken, waarbij niemand een kajak met Tom wil delen, en de nepliefdesbrief - inclusief lipafdruk - zijn mij als jong gastje echt overkomen. Gelukkig is de rest compleet verzonnen en heb ik mijn jeugd al bij al nog goed overleefd.

CE: Ondanks zijn fysieke transformatie probeert Tom een normaal leven te leiden, tot hij het meisje tegenkomt waarop hij verliefd was. Haalt volgens jou ons verleden ons altijd weer in?

PC: De ervaringen die we opdoen in ons verleden hebben een sterke invloed op onze karaktervorming, daar ben ik van overtuigd. Ik moet altijd even de wenkbrauwen fronsen als ik iemand hoor zeggen dat hij niet in staat is tot deze of gene misdaad. Een misdadiger is een misdadiger, omdat zijn karakter door de jaren heen op die manier is gevormd. Net zoals een optimist een optimist is, omwille van variabelen die hij zelf niet onder controle heeft. In dat opzicht geloof ik niet in de vrije wil. Dat betekent natuurlijk niet dat men vrijgesteld is van verantwoordelijkheid. Maar om op de vraag te antwoorden: het verleden haalt ons volgens mij niet in. Het laat ons nooit in de steek.

CE: Er is een duidelijke link tussen je striptekeningen en je animatiewerk.

PC: Er zijn wel wat overeenkomsten, maar evenveel verschillen, vind ik zelf. De striptekeningen zijn met een normale pen/pigment liner getekend op papier en vervolgens digitaal ingekleurd. In mijn filmwerk gebruik ik eerder verf en Oost-Indische inkt. Mijn stripwerk is ook iets meer cartoonesk vormgegeven dan mijn filmwerk.

Ik gebruik twee verschillende technieken, omdat mijn visie op strips nogal verschilt van die op films. Een striptekening mag gerust de kenmerken van een tekening behouden: de lijnen mogen zichtbaar zijn. In de grafische afwerking van mijn narratieve films daarentegen probeer ik de lijnvoering te verbergen. Een animatiefiguur moet zoveel mogelijk een echte mens worden, vind ik, geen representatie van een mens. In mijn non-narratieve films mag het schilderkunstige aspect dan wel weer prominent op de voorgrond treden. Een bont allegaartje van visies en stijlen dus.

CE: Ligt er nog stripwerk op de plank of concentreer je je voorlopig weer op animatiefilms?

PC: Ik werk altijd aan verschillende projecten tegelijk: dat geeft me de mogelijkheid om wat variatie in mijn werkdag te brengen en afstand te nemen van de verschillende stijlen. Momenteel ben ik druk bezig met de afwerking van een middellange, narratieve animatiefilm getiteld ‘Beest!’, die in september klaar zou moeten zijn. Daarnaast ben ik ook al begonnen aan twee nieuwe stripalbums. Eén naar een scenario van Gregg Young met als werktitel ‘Tchang In Brussel’, en één naar een eigen scenario met als titel ‘Naargeestige Bedenkingen’. Drie projecten in drie verschillende stijlen - ik doe mezelf wat aan.