Nicolas Achten, aanvoerder van Scherzi Musicali

Interview met Nicolas Achten, aanvoerder van Scherzi Musicali

Bertali, Sances, Mazzocchi, Caccini: het zijn componisten die niet dagelijks de revue passeren. Wel integendeel. Sinds ongeveer een decennium behoedt het collectief Scherzi Musicali dergelijke namen voor de volslagen onbekendheid. De aanvoerder van het ensemble, Nicolas Achten, kwam onlangs zelfs met een tweede album op de proppen van de zo goed als volledig ondergesneeuwde Joseph-Hector Fiocco. Reden genoeg voor een gesprek over repertoire, doorzettingsvermogen en vechten tegen de vergetelheid.

Hoe kwam u voor het eerst in contact met het werk van Joseph-Hector Fiocco?

Ik herinner me dat ik 12 jaar oud was. Mijn zanglerares bracht me toen in contact met Fiocco’s ‘Lamentaties’. Er lag een manuscript van dat werk in het Conservatorium, waar wij als studenten de microfilms van drukten in de bibliotheek. Via dat ene werk heb ik nadien zijn motetten ontdekt. Tot ineens een oude lp van de ‘Lamentaties’ mijn pad kruiste, uitgevoerd door Greta De Reyghere – dat was toen haar tweede opname! Het toeval wou dat ik haar een paar maanden later ontmoette, waarna ik bij haar in de leer ging. En zo was de fundering voor de interesse in Fiocco alleszins gelegd.

Wat maakt zijn werk zo uniek? Hoe verhoudt Fiocco's oeuvre zich volgens u tot dat van zijn tijdgenoten?

Fiocco is heel interessant omdat zijn muziek sterk beïnvloed is door zowel de Franse als Italiaanse esthetica. Van die twee esthetische belevingen zou men denken dat ze niet compatibel zijn en toch klinkt Fiocco’s taal natuurlijk en spontaan. Ze is bovendien met veel metier gemaakt. Sommige aria’s doen denken aan Pergolesi, Händel, Couperin en anderen; kortom ze geven de luisteraar soms het gevoel dat men die aria’s al kent. Desondanks is Fiocco’s idioom heel persoonlijk en dus absoluut het ontdekken waard.

Hoe belangrijk is het voor u om behalve de muziek van Fiocco ook zijn biografie uit te spitten? Bent u van mening dat historische feiten de emotionele of esthetische lading van een repertoire kunnen versterken?

De biografie van een componist kan helpen om te verstaan waarom hij een bepaalde weg heeft ingeslagen. In het geval van Fiocco maakt zijn carrière binnen het kerkelijke milieu bijvoorbeeld duidelijk waarom hij bijna uitsluitend sacrale muziek geschreven heeft. Zijn Italiaanse origine is dan weer cruciaal om de Venetiaanse en Napolitaanse invloeden te begrijpen. En het feit dat hij in Brussel opgegroeid is, verklaart de Franse stijl. Bovendien moeten we beseffen dat hij waarschijnlijk de hand heeft kunnen leggen op een kopie van Pergolesi’s ‘Stabat Mater’, wat zijn manier van werken evenzeer moet beïnvloed hebben. En zo zijn er nog talloze biografische of historische elementen die een en ander kunnen verduidelijken. Of er in de biografie ook aanwijzingen zijn voor het emotionele aspect? Dat is een goede vraag. Bij sommigen componisten weten we uit de overlevering hoe hun karakter moet geweest zijn (de trots van Händel, het speelse bij Mozart, de melancholie in Dowland, enzovoort) en dat zegt dan iets over hun muziek. Voor Fiocco blijft het glad ijs om dergelijke uitspraken te gaan doen.

U duikt met Scherzi Musicali hoofdzakelijk in minder bekend repertoire. Vindt u dat liefhebbers zich te veel blind staren op de klassieke canon of heeft die artistieke keuze meer te maken met uw persoonlijke nieuwsgierigheid naar niet-geëffende paden?

Dat heeft meer met mijn persoonlijke nieuwsgierigheid te maken. Ik hou zeker van de canon, maar sommige componisten zijn volgens mij overgewaardeerd tegenover anderen die nauwelijks bekendheid genieten. Het grootste deel van het publiek volgt de canon, maar vooraleer werk tot de klassiekers kan gaan behoren moet het natuurlijk ontdekt worden en op de affiche staan. Daarom betwijfel ik of Fiocco, Sances, Mazzocchi of Caccini ooit tot de canon zullen gerekend worden – ondanks de kwaliteit van hun respectieve oeuvres.

Is het te doen om als ensemble boven water te blijven, in tijden waarin overheidssubsidies almaar moeilijker te bemachtigen zijn?

Het is niet gemakkelijk, maar ik heb de gloriedagen van de subsidies nooit gekend. Overigens zijn de budgetten voor een ensemble binnen de Fédération Wallonie Bruxelles veel kleiner dan in Vlaanderen, hoewel gezegd moet worden dat de FWB dynamisch en correct met het weinige geld probeert om te springen. Binnen een ensemble als Scherzi Musicali moet men veel zelf doen: administratie, logistiek, promotie, communicatie, musicologisch onderzoek, enzovoort. Ik krijg gelukkig wat hulp, maar het vraagt veel wilskracht om verder te blijven gaan. Gelukkig helpt de muziek, de samenwerking met de muzikanten en het vertrouwen van sommige gevestigde waarden binnen de sector, zoals concertorganisatoren, pers, cd-labels en natuurlijk de trouw van ons publiek.

Ligt de essentie van uw kunstenaarschap in uw discografie of heeft live uitvoeren een belangrijkere plaats voor u?

Het zijn twee afzonderlijke manieren van werken en ik vind ze allebei van groot belang. Opnemen geeft ons de mogelijkheid om verschillende zaken uit te proberen en soms meer risico’s te nemen. Als iets niet lukt, kunnen we gewoon opnieuw beginnen. Het is een onderzoek naar het ideale, een proces waarin we ons echt kunnen richten op details. Dit is in concert helaas niet altijd mogelijk, onder andere door de opstelling. Bij opnames werk ik namelijk graag in een kring. Verder gooit tijdens liveconcerten ook de akoestiek soms roet in het eten of liggen er andere omstandigheden dwars. Anderzijds biedt het concert een groot voordeel op een opname, met name de aanwezigheid van een (reactief) publiek. Ik geloof erg in de uitwisseling tussen uitvoerders en ontvangers. Meer nog: de kwaliteit van wat we doen, hangt vaak af van de energie die we van ons publiek terugkrijgen. Mensen in de zaal zijn zich daar niet altijd bewust van, maar ze zijn wel degelijk cruciaal om een concert te laten slagen.

Denk u dat de traditionele concertformules de komende decennia zullen standhouden of vraagt het publiek in uw aanvoelen meer en meer naar alternatieve concepten die de kijk op en de ervaring van muziek verruimen?

Dat is een interessante kwestie. Enerzijds is het religieus beluisteren gedurende een tot drie uren artificieel en veel van het repertoire dat we uitvoeren was helemaal niet bedoeld om zo te worden uitgevoerd. Anderzijds heeft onze maatschappij meer en meer behoefte aan geprivilegieerde momenten, waar men volledig met zichzelf in contact kan komen en kan verzoenen. Ik ben zeer ontgoocheld als ik zie dat meer en meer mensen een kaart betalen om het hele concert – soms zelfs op de eerste rij – met hun telefoon bezig te zijn. Hoe jammer – en het brengt ons als uitvoerders bovendien uit onze concentratie! Steeds meer promotors willen ook meer dan een ‘gewoon’ of ‘traditioneel’ concert en vragen om iets extra. Soms is dat artistiek heel boeiend, soms precies het tegendeel. Het staat iedereen echter vrij te experimenteren. Ik denk immers dat klassieke concerten vaak te koud zijn en te ver van het publiek afstaan. Persoonlijk voel ik de noodzaak tot contact en dat is ook waarom ik de mensen vaak toespreek. Zo kan er ook nuttige informatie gecommuniceerd worden, en wie weet zelfs ‘luistersleutels’ die de luisteraars nodig kunnen hebben om te appreciëren wat ze horen.

Erg bedankt voor dit interview.

Copyright foto: Jesse Willems