Nathalie Teirlinck - ‘Mensen evolueren, maar transformeren daarom niet’

Interview met Nathalie Teirlinck - ‘Mensen evolueren, maar transformeren daarom niet’

Naar aanleiding van haar nieuwe film 'Le passé devant nous' trok ik naar Gent om Nathalie Teirlinck enkele vragen te stellen over de making-of.

Hoe ben je op het onderwerp voor deze film gekomen?

Bij mij begint het heel vaak met een beeld dat ik in mijn hoofd heb en dat blijft rondspoken. Dat was in dit geval een beeld van een vrouw en een kindje in een hotelkamer. Dat intrigeerde me zo dat ik ben beginnen nadenken. Wat is die situatie? Is dat moeder en kind? Wat is er gebeurd? Waarom zijn ze in die hotelkamer? Zo zijn stilaan de allereerste sprokkels voor het verhaal gekomen. En dan sluipen er natuurlijk thema’s in die me altijd intrigeren en die ook terugkwamen in mijn kortfilms: de fragiliteit van gezinssituaties, verwrongen rolpatronen binnen het gezin, personages die proberen om te gaan met maatschappelijke verwachtingen en daar door angst en vooral faalangst niet altijd in slagen. Een belangrijke vraag voor deze film bij mij was: is het veiliger om als Alice in het leven te staan en je met niemand te omringen, om vervolgens ook niet gekwetst te raken? En is die manier van leven houdbaar?

 

Wil je met de film een bepaalde boodschap meegeven?

Ik ben niet echt op zoek naar een boodschap en ik hou ook niet zo van films die heel moraliserend willen zijn of willen oordelen, daar voel ik mij ook niet op mijn plaats. Ik hou wel van het idee dat mijn toeschouwers intelligent genoeg zijn om hun eigen perspectief te vormen. Als er al een boodschap in zit, is dat niets goed of fout is, of zwart of wit. Iedereen heeft zijn verhaal. Zelfs het ondenkbare, een onvoorwaardelijke liefde die er niet blijkt te zijn tussen een moeder en een kind, moet ergens begrijpelijk gemaakt worden. Elk verhaal heeft altijd twee kanten en iedereen doet in zijn kwetsbaarheid en met zijn gebreken op dat moment wat hem of haar het beste lijkt. Ik hoop dat ik via de film het onbegrijpelijke begrijpelijk kan maken.

 

Het einde van de film gaf een dubbel gevoel. Heb je daar bewust voor gekozen?

Ik hou van het idee dat een film niet stopt bij de aftiteling, dat ik de juiste ingrediënten heb aangereikt om mogelijkheden te scheppen bij een personage na het allerlaatste frame. Ik geloof ook niet in transformaties, ik wil echte films maken over echte mensen van vlees en bloed. Mensen evolueren, maar transformeren daarom niet.

 

Wil je een bepaald publiek aanspreken met deze film?

Zoveel mogelijk mensen. Wat ook heel fijn was, is dat ik ook veel reacties kreeg van mannen die zich wel konden vinden in die angst voor het ouderschap, hoewel het toch vanuit een moederperspectief verteld is.

 

Robin is heel jong. Hoe is het om samen te werken met zo’n jonge acteur?

Spannend. Alles begint natuurlijk bij de casting van het juiste kindje. Daar heb ik heel veel tijd in gestoken. We hebben ongeveer tweehonderd kinderen gezien in Parijs en Brussel. Robin is verbaal erg matuur voor zijn leeftijd maar tegelijk ook heel kwetsbaar. Het is eigelijk zoeken naar een speld in een hooiberg, want je zoekt een kind van 5 dat toch ook begrijpt wat er op de set allemaal gebeurt en dat ook nog eens de grens kan zien tussen fictie en realiteit. Er was even een moment dat ik dacht dat ik hem niet ging vinden, maar toen kwam Zuri binnen. Ik heb hem samengezet met Evelyne en het klikte meteen!

Een kind regisseren is ook helemaal anders, je moet naar dingen op zoek gaan die in hun leefwereld voorkomen. Je kan niet zeggen: "Je bent boos en triest en je wilt het verbergen dus je probeert ook te lachen." Dat begrijpt een kind niet. Je moet zeggen: "Je broer heeft je raceauto gepikt en je bent daar nu heel boos over."

 

Wat waren de grootste uitdagingen bij het maken van de film?

De grootste uitdaging was de lockdown in Brussel, dat was overmacht. Het gebeurde tijdens de eerste draaiweek en gaf een heel bevreemdend gevoel. Er was een leegte in een stad die normaal gezien heel bruisend is. En dat confronteert je heel hard met wat je aan het doen bent. Je kan niet omheen, dat gevoel van "Is het wel juist wat ik hier aan het doen ben? De wereld staat op zijn kop, alles gaat kapot en ik ga hier fictie maken." Even was er twijfel, maar dan hebben we met de hele groep (40 mensen) beslist om de film toch te maken. Want wat we aan het doen waren was echt belangrijk. We hadden zoiets van: "Wij gaan in het midden van de lockdown ons verhaal vertellen. Nu meer dan ooit."

Verder heeft de lockdown ook praktisch wel wat moeilijkheden met zich meegebracht: locaties die afsprongen, figuranten die niet meer op straat durfden komen. Ik zat ook met een internationale ploeg en in de buitenlandse media werd alles heel breed uitgesmeerd. Dat zorgde enerzijds voor onrust, maar anderzijds ook voor een heel groot samenhorigheidsgevoel.

 

Wie of wat is je inspiratie bij het maken van films?

Dat kan heel ver gaan, maar het begint vaak bij dingen waar ik zelf mee worstel of zaken die ik niet helemaal begrijp en die ik wil begrijpen. En dan ga ik ervan uit dat er nog mensen zijn die ermee worstelen. Ik laat mij ook heel graag inspireren door foto’s, ik maak gigantische moodboards. Ik doe dat ook voor een deel voor mijn crew, omdat je film niet enkel kan uitleggen in woorden. Maar ik doe het ook voor mezelf om een soort visuele arena of wereld te vormen, om de toon en de stijl van mijn film te zetten. Als ik een film schrijf, hangt heel mijn bureau vol. Zo kan ik meteen in mijn film duiken wanneer ik de kamer binnenkom. 

Hoeveel research kruipt erin?

Ik was in alles op zoek naar het meest menselijke, naar het meest juiste ook. Ik wilde geen slachtoffers of victimisatie en ik wilde al zeker geen romantiek rond één of ander onderwerp. Rond het moederschap, of het statuut van de vrouw of het statuut van een escorte. Die realiteit die soms bijna banaal is, wilde ik er heel graag instoppen. Dus ik heb zowel met vrouwen gepraat die enorm perfectionistisch zijn, als met jonge moeders die worstelen met hun angsten. En ook met escortes natuurlijk. Dat zijn allemaal zo’n gevoelige getuigenissen dat je er wel veel tijd in moet stoppen.

 

Wil je zelf nog iets kwijt over de film?

Niet echt, enkel dat ik enorm gelukkig mag zijn dat ik zo’n job heb. Ik denk dat er niet veel jobs zijn die zoveel magie hebben als het maken van films. Wie kan nog zeggen dat hij of zij zo ongenegeerd in een leefwereld mag duiken? Gewoon onder het mom van ‘ik ben filmmaakster’?

 

Ben je na het lezen van dit interview nieuwsgierig geworden? Je kan de film elke dag bekijken in cinema Cartoon's Antwerpen. Klik hier voor de programmatie.