Mark Bellido & Wauter Mannaert

Interview met Mark Bellido & Wauter Mannaert

In de strip 'El Mesías' vertellen Wauter Mannaert en Mark Bellido het verhaal van Marinaleda: een Spaans dorpje waar iedereen evenveel verdient. Waar de burgemeester zichzelf ziet als een mix van Ghandi, Marx en Jezus Christus. Waar het communisme nog hip is. Cutting Edge sprak met de auteurs – of hoe strips en politiek soms hand in hand gaan.

Cutting Edge: Om bij het begin te beginnen: Hoe is deze strip tot stand gekomen? Mark, jij komt uit Spanje, Wauter, jij uit België. Wanneer besloten jullie samen een strip te maken?

Wauter Mannaert: In 2011 kwam Mark naar België om samen met Judith Vanistendael een strip te maken: 'El Salto'. Het verhaal van Mark zelf, en zijn verleden als bodyguard in het Spaanse Baskenland. Judith en Mark hebben elkaar ontmoet op de bedevaartsroute naar Santiago De Compostella. Judith werkt in het atelier waar ik zelf ook actief ben. Daar heb ik Mark ontmoet.

Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in utopia's, dus toen Mark zijn verhaal over Marinaleda vertelde, was de beslissing om er samen iets rond te doen, snel gemaakt.

CE: Mark, van waar komt je interesse voor Marinleda?

MB: Ik ben opgegroeid in een dorp daar niet ver vandaan. Mijn grootvader, mijn vader... Iedereen vertelde me over Marinaleda en hoe een geschiedenisleer daar een kleine revolutie veroorzaakt heeft. Hoe de man er een anarchistisch, communistisch gezag installeerde. Die verhalen maakte een grote indruk op me – zeker als kleine jongen. Toen de crisis begon, moest ik er weer aan denken...

WM: Misschien is het goed om te zeggen dat Mark nog nooit in Marinaleda geweest was toen we aan het verhaal begonnen. We schreven en tekenden aanvankelijk vanuit onze fantasie. Het was dan ook behoorlijk grappig toen bleek dat alles wat we al gedaan hadden voor we naar Marinaleda trokken, ontzettend hard overeenkwam met de realiteit.

MB: Inderdaad! Tot in de kleinste details. De burgemeester uit mijn verhaal had bijvoorbeeld geen rijbewijs – net als de echte burgemeester.

WM: Of mijn eerste tekening. Dat was er eentje van een Jeep, waarop een sticker van Marinaleda geplakt is. Pure fantasie, dacht ik... Maar wat bleek het eerste ding te zijn dat we zagen toen we in het dorp aankwamen? Een Jeep met een Marinaleda-sticker op! (lacht)

CE: Is het verhaal sterk veranderd na jullie bezoek aan Marinaleda?

WM: Zeker en vast. En niet alleen door Marinaleda. Ons bezoek viel namelijk samen met de stichting van een gelijkaardige gemeenschap, niet ver daarvandaan: Somonte. Daar hadden enkele mensen landbouwgrond bezet – net als hun de inwoners van Marinaleda dat jaren voordien gedaan hebben. Wij zijn naar Somonte gegaan, wat Mark de kans gaf om te ontdekken hoe een dergelijke gemeenschap ontstaat.

Mark is dan zes maanden in Somonte gebleven.

CE: Mark, was je daar om te observeren, of was je echt actief? Een activist?

MB: (lacht) Ik was een echte activist...

CE: Wat kunnen we ons daar bij voorstellen? Wat deed je daar?

MB: Ik heb mee land bezet. We hebben eten gestolen uit de supermarkt. We hebben banken bezet. Van die dingen. (lacht)

WM: Dat hebben we allemaal in het verhaal verwerkt. Net als de bezetting van het kasteel van de barones... Noem maar op: alles wat je in de strip ziet, is echt gebeurd. Mark heeft het echt beleefd. Je kan zeggen dat het verhaal zich afspeelde op hetzelfde moment als het geschreven werd.

CE: Mark, ondanks jouw betrokkenheid en activisme, is de strip is toch geen eenzijdig pamflet. Het is een subtiel en genuanceerd verhaal geworden.

MB: Eerlijk gezegd: de eerste versie van het verhaal was wel degelijk een pamflet. Wat misschien logisch is, aangezien ik het schreef toen ik in Somonte woonde. (lacht)

CE: Heeft Wauter dan een en ander aangepast?

MB: Nee, toch niet. Na een tijdje, toen ik er wat afstand van genomen had, heb ik zelf wat dingen veranderd.

WM: Laten we wel duidelijk zijn: wij – Mark en ik – zijn wel degelijk links. We geloven in de kracht van de mensen en de gemeenschap. Er moet actie ondernomen worden. In het laatste hoofdstuk wordt dat denk ik heel erg duidelijk: we zetten bijna letterlijk de deur open naar een nieuwe, utopische maatschappij.

Maar uiteraard zijn we kritisch. We weten dat er gevaren schuilgaan, dat niet alles zo gemakkelijk is als je zou denken. We hebben dat zelf gezien toen we in Spanje waren. We zagen het als onze plicht om ook dat, die risico's, te tonen.

MB: Er is hoop nodig. Dat drukt het einde uit.
Hoop dat het ook anders kan. Anders als vandaag. Het is duidelijk, zeker in Spanje, dat de huidige politieke en economische instellingen gefaald hebben.

Drie dagen geleden nog hebben de politici van Andalusië de Andalusische Hymne gezongen. Maar mocht het volk echt doen wat die politici toen stonden te zingen, dan zouden ze onmiddellijk gearresteerd worden.

De hymne roept de mensen namelijk op om voor hun vrijheid te strijden. Ze moeten het land opeisen. Iets wat de mensen in Marinaleda én in Somonte effectief doen – maar het is illegaal.

CE: Worden de inwoners van Marinaleda eigenlijk serieus genomen?

MB: Voor de crisis werden ze door de rest van Spanje als losers gezien. In Marinaleda verdient iedereen evenveel – 1200 euro. Of je nu dokter of leraar bent. Voor de crisis was dat peanuts. Een minimum-inkomen, iets voor losers. Maar nu, na de financiële ineenstorting, is 1200 euro een fortuin voor veel Spanjaarden. Een droom.

WM: De inwoners van Marinaleda zien zichzelf als outsiders. Ze zijn trots op hun piraten-status. Ze voelen zich niet betrokken bij de problemen van de wereld rondom hen. Ze doen het op hun eigen manier en die manier is beter.

CE: Hebben ze daar de strip al gezien?

WM: We hebben daar enkele vrienden, dus we zullen hen ons boek uiteindelijk wel laten zien. Maar ik denk niet dat iedereen er even gelukkig mee zal zijn.

MB: Inderdaad, want ze kunnen daar slecht om met kritiek. In Marinaleda regeert de dictatuur van het proletariaat. In theorie is iedereen welkom. Iedereen mag zijn eigen mening verkondigen. Maar als je iets zegt dat verschilt van het gangbare goedachtengoed, creëer je spanning.

CE: Mark, ben je eigenlijk een schrijver? Ik weet niet zoveel over je. Wat is je achtergrond? Waar kom je vandaan?

MB: Ik ben begonnen als foto-journalist. Ik ben thuis ontsnapt en naar Bosnië getrokken – toen het daar oorlog was. Daar heb ik foto's gemaakt. Ik ben dan een tijdje oorlogsfotograaf geweest. Onder andere in Ruanda.
Omdat ik de oorlog van nabij gezien heb, ben ik nadien verpleging gaan studeren. Enkel omdat ik de vaardigheden wil hebben om mensen te helpen. Het is nooit mijn bedoeling geweest als verpleger te werken.
Daarnaast heb ik ook een boek geschreven, heb ik een studie in de kunsten gevolgd, ik ben getrouwd, heb gewerkt...

(denkt na) Eigenlijk zie ik mezelf als een verhalenverteller. Of het nu met foto's is, in een boek, een strip of in artikels... Ik vertel verhalen.

CE: En jij, Wauter. Van jou heb ik 'Ondergronds' gelezen: je eerste strip.

WM: Wel, ik heb animatiefilm gestudeerd aan het Sint Lukas in Brussel. Na mijn studies heb ik tien jaar lang in de 'media-educatie' gewerkt. Ik organiseerde workshops, werkte mee aan kortfilms. Van die dingen.

In 2007 voelde ik drang om iets met mijn studies te doen. Ik ben dan aan een strip begonnen, wat uiteindelijk, in 2010, in 'Ondergronds' resulteerde. Het heeft me vier jaar gekost om die strip te maken, maar dat, die jaren, was mijn echte leerschool. Het was moeilijk – ik werkte nog – en moest alles nog leren. Ik ben volledige autodidact. Na mijn studies had ik vier jaar lang geen potlood aangeraakt. Gemakkelijk was het dus niet.

CE: 'Ondergronds' heb je ook met een scenarist gemaakt – Pierre De Jaeger. Heb je een scenarist nodig? Zou je niet graag je eigen verhalen schrijven?

WM: Ik vind het gewoon fantastisch om met anderen te werken. Neem nu Mark. Met hem samenwerken is als een heel nieuwe planeet ontdekken. Ik kende Marinaleda niet. Ik wist zelfs amper iets over Spanje. Via Mark kreeg ik plots een inside view. Dat verrijkt je.

CE: Tot slot wil ik nog even doorgaan op jullie politieke visie. Niet dat dit een politiek debat moet worden, maar denken jullie dat het leven zoals dat geleid wordt in Marinaleda ook op een grote schaal zou werken? Mensen hebben het geprobeerd, en het is niet gelukt...

MB: Wel, euh, ik denk het niet. Niet op grote schaal. Maar als elke gemeenschap, elk klein dorpje het zou aanpakken zoals ze doen in Marinaleda, dan zou het wel resultaat hebben...

CE: Ok, dat is wellicht mogelijk in een dorpje met tweeduizend inwoners. Maar als er miljoenen burgers zijn?

WM: Volgens mij is het mogelijk. Kijk naar de volksbetogingen in Antwerpen – voor Ringland, tegen de Oosterweelverbinding. Of kijk naar Brussel waar de burgers door hun protest de geplande aanleg van een parking onder het Vossenplein hebben tegengehouden.

Dus ja. Ik geloof in directe invloed van de burgers. Op een praktische, kleine schaal. Daar kan het wel degelijk een verschil maken.

Of je dit kan institutionaliseren? Dat is een andere vraag. Ik ben geen orakel...

MB: Is die grote schaal echt nodig? Stel jezelf eens de vraag: waar woon je? Waar leef je echt? In een kleine gemeenschap. Waarschijnlijk ga je altijd naar dezelfde plaatsen, ontmoet je dezelfde mensen. Alles gebeurd op kleine schaal.
Dus je vraagt me naar de grote schaal. Wat is dat? De grote staat? Ik denk niet dat die nodig is. Wat wel van belang is, is die kleine groep. De samenwerking. Iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid opnemen.

WM: Dat is het probleem met verkiezingen. Een keer in de zoveel tijd brengen de mensen hun stem uit. Meestal zeggen ze daarmee dat ze niet tevreden zijn met hoe het er aan toegaat. Ze stemmen, en dan trekken ze zich terug. Dat de anderen het dan maar oplossen. Alsof niets hun fout is – zelfs niet als de persoon op wie ze gestemd hebben volledig doordraait.

CE: Zoveel mag duidelijk zijn. Hartelijk bedankt voor dit gesprek.

Bron foto's: Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal en Ballon Media