Lisa Hannigan ontdekt zichzelf

Interview met Lisa Hannigan ontdekt zichzelf

Lisa Hannigan, de dertigjarige, Ierse zangers die oorspronkelijk bekendheid verwierf als ‘deel van het bandje van Damien Rice’, is sinds haar vertrek bij Rice in 2007 aan haar tweede album toe. ‘Sea sew’ was een vrolijk klinkend doch fragiel kleinood. ‘Passenger’ klinkt krachtiger, desondanks niet minder lieflijk.

CE: Je lijkt altijd zo vrolijk.
Lisa Hannigan:
“Dat moet wel, vind ik, tenzij er een reden is om niet vrolijk te zijn. Maar ik reis graag. Het is allemaal heel spannend en ik vind het gewoon allemaal heel leuk momenteel.”

Je lijkt het type dat zelfs ziek in bed nog vrolijk ligt te wezen.
“Hangt er vanaf welke ziekte. Ik had een vieze verkoudheid tijdens de opnames van het album en we hadden maar zeven dagen, dus toen ben ik wel in huilen uitgebarsten bij een vriendin. Niet bij de groep in de studio, maar ’s avonds, omdat ik maar een week had en wat een crap luck. Ik heb dan enorm veel gember en honing gedronken. En alle mogelijke soorten medicijnen en vitaminen genomen. Uiteindelijk was ik er vanaf na twee tot drie dagen”

Je stem klinkt anders perfect op het album.
“Bedankt! Het was heel stresserend. Ik wou immers dat het perfect was. (Franstalige persattaché komt even iets brengen) Ongelooflijk hoeveel talen jullie allemaal spreken hier in Brussel.”

Jij studeerde toch Frans?
“Ja, maar zij [de persattaché] spreekt beter Engels dan ik Frans, dus we hebben de hele tijd Engels gesproken. Moest ik hier langer zijn… Ik was immers redelijk goed in Frans. Niet perfect, maar ik kon een boodschap overbrengen. Nu ben ik alles vergeten. Moest ik hier langer zijn, zou het wel terugkomen, denk ik. Ik zou eigenlijk graag de Franstalige interviews in het Frans doen. Misschien volgende keer. Nu vreesde ik echter de foute dingen te zeggen. Hopelijk kan ik de volgende keer eerst mijn Frans opfrissen.

Wat trok je trouwens aan in Frans?
“Ik hield van de taal en wou hoger onderwijs volgen. Ik woonde op het platteland en wou naar de stad, naar Dublin, trekken en mensen leren kennen, naar concerten gaan, in een grote stad wonen… Ik wou ook altijd zangeres worden. Dat had ik als einddoel. Ik redeneerde dat als ik zou gaan verder studeren,  zaken zou leren, mensen zou leren kennen…”

Je koos dus niet specifiek de richtingen Frans en Kunstgeschiedenis omdat je daar iets mee wou doen?
“Mijn redenering was dat ik wou verder studeren en ik was geïnteresseerd in Frans en Kunstgeschiedenis. Dit waren mijn favoriete onderwerpen op school, en ik wou niet gewoon muziek studeren.”

Heb je eigenlijk favoriete kunstenaars?
“Neen, niet echt. Zag je de muziekvideo voor mijn single ‘Knots’? Dat is een soort hommage aan Jackson Pollock. Half Jackson Pollock, half moerasmonster. (lacht) Ik wou terug verf proeven. (lacht – n.v.d.r.: Hannigan wordt volledig onder de verf gespat in de bewuste clip) Hoewel ik niet zo goed was in het maken van kunst…”

Je maakte zelf kunst?
“Niet op school. Maar ik teken graag, hoewel ik niet super ben. Ik maak af en toe wel graag zaken, zoals het artwork op mijn album. Dat is niet heel gesofisticeerd, maar ik gebruik mijn handen graag om eenvoudige zaken te maken. Vroeger schilderde ik, maar nu teken ik vooral af en toe een beetje.”

Ga je naar tentoonstellingen, als ex-kunstgeschiedenisstudente?
“Als ik tijd heb en ergens nieuw ben probeer ik dit te doen. Toen ik bijvoorbeeld in New York was om aan mijn album te werken, was my mind blown toen ik naar het Guggenheim museum en naar het MOMA (Museum of Modern Arts) ging.  Je loopt daar rond, gaat een hoek om en ziet Sterrennacht van Van Gogh, gaat nog een hoek om en ziet een Rococo schilderij. Dat is gewoon… Daar hangen de schilderijen die je normaal alleen in boeken zien gewoon aan de muur.” 

Beschouw je je muziek eigenlijk als kunst?
“Neen, dat is gewoon hoe ik me uitdruk. Het voelt vreemd om dat kunst te noemen. Ik wou dat ik me kon uitdrukken via schilderijen of via een ander medium, maar muziek is het meest natuurlijke voor mij.”

Ik heb het gevoel dat je jezelf soms ondergraaft. Ik las ergens dat je het ook nog steeds vreemd vindt dat mensen naar concerten van jou komen…
“Ja, dat voelt inderdaad een beetje vreemd. Mijn muziek is heel persoonlijk en autobiografisch en voelt heel natuurlijk… Je wilt als muzikant dat iets een zekere herkenbaarheid opwekt bij mensen. We ervaren immers allemaal zaken. Ik wil deze zaken op een nieuwe manier belichten, en mezelf er op een andere, minder clichématige manier over laten nadenken.”

Is dat waarom je veel vrolijke instrumenten kiest voor triestige teksten?
“Ja, ik heb bijvoorbeeld een ukelele, het instrument dat ik het meest belachelijk gelukzalig vind klinken van alle instrumenten. Iemand gaf me dit als cadeau en ik was er direct verliefd op. Maar ik wil niets suikerzoet vrolijk maken. Zo schreef ik er het nummer ‘Knots’ op, een nummer over angst en paniek dat oorspronkelijk ‘The fear’ getiteld was. Die avond had ik een kater na een geschifte avond in Londen en schreef ik dit nummer in een vlaag van paniek en angstaanvallen. Ik was heel gestresseerd over zaken die ik gezegd had, de mensen met wie ik zaken bespreek en over wat ik met hen bespreek. Ik had echt een grote, wazige angstvlaag zoals we er ongetwijfeld allemaal wel eens een meemaken. Ik wou hier iets over schrijven en mijn ukelele stond daar. Alle akkoorden van dat nummer zijn eigenlijk heel dissonant en verschrikkelijk, net iets te ongemakkelijk, en het gepingel klinkt net ietsje te gespannen en hectisch… Ik vind het heel leuk om op die manier contrasten te creëren. Zo wil ik bijvoorbeeld een gezellig romantisch onderwerp laten contrasteren met een meer duistere achtergrond die het geheel ondermijnt. Dit probeer ik zo veel mogelijk te doen, omdat dit mij realistischer, echter lijkt. Als iets te zoetgevooisd, sugary klinkt, lijkt het fake, als een reclameboodschap. Ik probeer steeds de duisternis in iets te vinden.”

Heb je het gevoel dat je met dit album op dat vlak eerlijker geworden bent?
“Ja, ik heb het gevoel dat ik hier opener ben over hoe ik me voel. Bij het eerste album wou ik vooral vrolijk klinken. Zelfs het artwork is vrolijk en kleurrijk en bijna cartoony. Er zit wel enige duisternis is, maar het tweede album is donkerder. Ik voel me nu comfortabeler om open te zijn, zelfs al weet de luisteraar niet exact waarover ik het heb. Nu wou ik eerlijker zijn met mezelf, iets wat je ook ziet in het artwork dat donkerder is en er harder oogt.”

Heb je een favoriet nummer op je eigen album? Je vermeldde ‘Knots’ al een paar keer.
“Dat nummer speel ik inderdaad graag. Het is leuk om te zingen. Het nummer dat ik waarschijnlijk het liefst hoor is ‘Little Bird’. Dat is een van de rustigste op het album met het minste aantal instrumenten. Ik vond het heel moeilijk om dit te schrijven. Het schrijfproces voelde niets ontziend, hardhandig, maar dat is ook het soort nummer dat dit in wezen is. Het voelde heel eerlijk, pijnlijk vanwege het onderwerp, de situatie van waaruit ik het schreef. Dan is het altijd moeilijk om hier eerlijk over te schrijven. Je wilt er uiteindelijk niet te veel aan denken, maar wanneer je dit dan wel doet, voelt dit des te sterker. Dit maakt het ook des te belangrijker, voor mij persoonlijk, veel belangrijker dan liedjes over gelukkigere tijden. Vreemd eigenlijk, je zou denken dat je je de gelukkige zaken meer zou willen herinneren… Maar dit nummer beïnvloedt me wanneer ik het speel, meer dan andere nummers, vanwege de moeilijke plaats waaruit het ontsproten is. De bijbehorende videoclip is ook mijn favoriete videoclip, waarschijnlijk omdat het nummer zo belangrijk is voor mij. Ik wou echt absoluut de video juist krijgen. De video is langs de ene kant vredevol en langs de andere kant claustrofobisch. Net zoals het nummer, dat rustig is doch met een verontrustende weerklank. De video is gelijkaardig: vredevol onder water, je drijft rustig… maar na anderhalve minuut heb je iets van “Adem! Adem!”. (lacht) En dat vind ik zalig. Hoe je ziet dat ik in die video zo stilaan ingesloten raak, en er een gevoel van paniek opkomt. Ik ben er echt trots op.”

Je vernoemde het spelen van bepaalde nummers. Merk je hier een evolutie in als je ze meer speelt?
“Toch wel, vooral bij diegenen die oorspronkelijk moeilijk waren. Hierbij voelde het alsof iemand constant onder mijn rokken zat te kijken. (lacht) Het was een beetje vreemd. Maar nu ben ik het gewend om bijvoorbeeld ‘Little Bird’ live te spelen en is het een van mijn favorieten geworden. Ik vind dat je zo merkt of iets een goede song is: wanneer je het speelt, en de muziek en de teksten komen allemaal samen en je krijgt terug het gevoel van de emotie waarover het nummer gaat. Als ik ‘Little bird’  of bijvoorbeeld ‘Paper house’ speel, dan voel ik me terug net zo, alsof ik terug in dat moment zit. Het is eigenlijk bijna makkelijk om die nummers live te spelen, in die zin dat je direct de juiste emotie kan overbrengen als je ze speelt. Zo waren er twee optredens waar ik heel overstuur was over iets en dan is het heel moeilijk om een vrolijk nummer te spelen. Het kan je dan misschien wel een beetje opvrolijken, maar het is eigenlijk best moeilijk. Triestige nummers zijn dan heel catharsisch. Ze helpen je to scratch an itch. (lacht).

Merk jij bij het toeren eigenlijk verschillen tussen nummers, als je bepaalde nummers op bepaalde plaatsen speelt?
“Ja, zo merk ik bijvoorbeeld dat als ik plaatsen vernoem in mijn nummers, mensen daar heel anders op reageren. Niet zozeer als ik in Dublin ben en Dublin vernoem, want sja, ik ben van Dublin. Maar als ik bijvoorbeeld in Chicago de stad Chicago vermeld, dan lokt dat altijd veel enthousiasme uit. Als ik kan, zal ik dan ook proberen een strofe te schrijven over de plaats waar ik ben. Hoewel sommige plaatsen wel moeilijk te rijmen zijn (lacht), maar het is wel leuk om zo namen te noemen. Ik kijk er wel naar uit om op het vasteland van Europa te toeren. Ik ben benieuwd naar hoe de mensen zullen reageren in die anderstalige landen. Zelf vind ik het immers altijd moeilijk om te luisteren naar mensen die zingen in een andere taal. Goed luisteren valt me dan moeilijk. Ik heb het er zelfs moeilijk mee om naar teksten te luisteren in mijn eigen taal, omdat dit heel veel concentratie vraagt. Maar ik heb een aantal nummers die ik wil vertalen naar het Frans. Zo heb ik een ouder nummer, Lille, geschreven in het Franse Lille, dat ik wil vertalen. Ik vind Frans immers een hele mooie taal om in te zingen, dus dat lijkt me iets leuk om te doen.”

Misschien kan je gewoon een Frans nummer schrijven?
“Oh ja, het zou helemaal fantastisch zijn om een Frans nummer op mijn volgend album te hebben! Maar ik vind het wel moeilijk om in een andere taal te schrijven, om dan de woorden te vinden en dan toch nog als jezelf te klinken. Maar misschien is dat dan juist de uitdaging, om een nummer juist op die manier een extra edge te geven. Dat zou interessant zijn om te ontdekken.”

door: Dorien Pepermans