Joost Vandecasteele, 'Wacht maar!'

Interview met Joost Vandecasteele, 'Wacht maar!'

Joost Vandecasteele stuurt zijn wraakengelen uit. U bent gewaarschuwd. We hebben niet afgesproken in een hip koffietentje vol opengeklapte laptops. Vandecasteele doet zijn interviews het liefst face to face, maar voor één keer mocht ik mijn vragen gewoon doormailen. Nog voor de zomer begon wilden we een datum prikken, maar zoals dat gaat met vaders van twee zoontjes: agenda’s combineren wordt steeds moeilijker. Dan maar een digitaal gesprek over Vandecasteeles nieuwste roman, waarin mama Esther bijklust als moordmachine. Hij schreef met ‘Wraakengel’ een flitsend stripverhaal zonder prentjes.

"In een literair tijdperk van demente moeders en ‘ocharme ik-boeken’ moet er iets anders zijn, moet literatuur bewijzen dat het baldadig kan zijn."

Je wilde met ‘Wraakengel’ een comic novel als roman schrijven. Waar zie je ‘Wraakengel’ het liefst liggen: in Brüsel of bij Passa Porta?

Ik wil ze graag in allebei zien liggen. En niet alleen daar. Ook in krantenwinkels en app stores zou ‘Wraakengel’ aangeboden moeten worden. Je kunt het beschouwen als een volgende stap na ‘Bella’. Die samenwerking met Jeroen Los was een poging om het visuele karakter van een strip te vermengen met mijn teksten. Met ‘Wraakengel’ wilde ik ook op het inhoudelijke vlak grenzen overschrijden. Ik wilde het sjabloon van een superheldenstrip misbruiken om een volwaardig personage te creëren. Ik geloof heel hard in de balans tussen het fantastische en het banale, daar zit de spanning. Ik voel een enorme bewijsdrang om aan te tonen dat ‘pulpy’ thema’s en invloeden ook volwaardige literatuur kunnen opleveren.

Op de cover pronkt een kleurrijke, cartoonachtige tekening en ook in de teaser die je op sociale media verspreidt is een tekening van Esther te zien. Hoe moeilijk was het voor jou om haar niet in beelden te gieten?

Dit boek is nog geen eindpunt. Het idee was - en is nog steeds - een televisiereeks te maken. De allereerste Vlaamse superheldenreeks voor volwassenen. We zijn er ook daadwerkelijk mee bezig. De pilootaflevering is al geschreven. Er komen dus op termijn ook “prentjes”, bewegende prentjes.

‘Wraakengel’ verscheen eerst als audioserie. Wilde je de klassieke roman toch weer openbreken?

Tijdens het schrijven geraakte ik verslaafd aan podcasts. Ik wandelde veel en luisterde onderweg naar verschillende dingen. Ik hoorde niet alleen non-fictie, maar ook fictie. Van zodra fictie te literair wordt, werkt dat auditief niet meer. Er begint iets te wringen.

Wanneer wordt fictie voor jou te literair?

Het gebruik van lange zinnen. Meanderende, gewichtige taal. Ik wilde dat doorbreken. Ik wilde met ‘Wraakengel’ echt iets schrijven dat ook als audioboek overeind blijft. De audioserie mocht niet zomaar een gimmick of een achterafje worden. Het heeft inderdaad te maken met het willen openbreken van de roman, maar ik noem het liever de literatuur uit haar stoffig hoekje sleuren. ‘Wraakengel’ komt dus eerst enkel auditief op je af, met cliffhangers en met een goeie drive. Nadien verschijnt pas het boek ook in zijn papieren vorm.

De Nederlandse versie werd ingesproken door actrice Peggy Vrijens. Hoe kwamen jullie bij haar terecht?

Eerlijk. Vrijens was niet onze eerste keuze. Zij moest iemand vervangen die op het laatste moment afhaakte wegens familiale issues. Dus ik kende haar niet en ik vermoed ook dat zij niet vertrouwd was met mijn werk. Het was allemaal nogal wat last minute. Maar ik vind haar levendige manier van vertellen wel iets hebben. Het maakt het geweld des te harder door het contrast.

Er komt ook een Vlaamse versie? Wie zal die inspreken?

Als die er ooit komt, doe ik het zelf wel. Ik heb misschien niet de meest aangename stem voor zoiets, maar ik ben wel de goedkoopste die ze kunnen vinden.

De roman bevat erg veel humor. Wij hebben een aantal keren hardop moeten lachen. Denk je soms als comedian als je aan een roman werkt?

Ik beschouw mezelf inderdaad wel als een komiek die toevallig boeken en scenario’s schrijft. Mijn periode als stand-upper heeft me wel gevormd. Noem het mismeesterd. Het heeft me vooral geleerd om met effect te schrijven, om zo spitant mogelijk te schrijven, om angstig te zijn voor saaiheid en langdradigheid.

In ‘Bella’ schrijven buitenaardse wezens het woord ‘saai’ met grote letters in de wolken. Heb je schrik om als schrijver saai te worden?

Ik schrijf opzettelijk stilistisch zwak en ik gebruik weinig lange zinnen want ik beschouw de lezer als een toeschouwer. Ik moet zijn of haar aandacht voortdurend afdwingen. Recensenten verwijten me vaak dat ik vermoeiend ben als schrijver. Maar dat is eigenlijk mijn bedoeling. Ik haal alles naar boven zodat het verhaal blijft werken, blijft boeien, nooit bedaart. Een lezer die moet lachen of schrikt van een paar woorden op papier, dat is een kunde die ik nooit zal onderschatten.

"Door in Brussel te wonen is agressie een permanent gegeven."

Heel wat humor komt voort uit het van je afschrijven van een aantal ergernissen. Zo lijk je - in een gewelddadige passage uit het boek - zelf af te rekenen met je frustraties over opdringerige bestuurders.

Door in Brussel te wonen is agressie een permanent gegeven, alsof iedereen hier overtuigd is geraakt van het feit dat de kleine oppervlakte die men inneemt verdedigd moet worden door woede en geweld. Die daden van agressie zie ik niet alleen als anekdotes of als kleine ergernissen, maar als een maatschappelijk gegeven. De mens heeft zichzelf wijsgemaakt dat hij of zij uniek en speciaal is, dat hij of zij de moeite waard is, dat hij of zij moet pakken wat er krijgen is en dat egoïsme is een rechtvaardiging om de ander niks te gunnen. Het is geen toeval dat verkeerssituaties zo vaak in het boek voorkomen. Ik ben een wandelaar die zebrapaden gebruikt. Dat maakt me in de ogen van chauffeurs een indringer in hun wereld. Voor hen ben ik geen mens maar een onaanvaardbare pauze van twee seconden.

Hebben we meer Esthers nodig in onze realiteit?

O ja! En misschien bestaan ze ook wel werkelijk…

Jouw uitgever noemt Captain Marvel en Wonder Woman als inspiratiebronnen. In welke mate werd ‘Wraakengel’ door dat soort Amerikaanse comics beïnvloed?

Ik zou het zelf graag breder trekken dan die twee, want die behoren tot een vroegere fase. Ik ben gefascineerd door de donkere gevolgen van superkrachten, hoe die niet enkel de personen zelf aantasten (denk aan Jessica Jones), maar de samenleving zelf (denk aan The Boys of Watchmen). Alles beinvloedt mij. Hoe televisiereeksen omgaan met tempo en spanning, games met onderdompeling in een wereld en comic books met groots geweld.

Was het een moeilijke oefening om die wervelende actie in het Nederlands te verwoorden?

Absoluut, want zoals in een goeie actiefilm moet het meer zijn dan een resem opeenvolgende beelden. Een verhaal mag geen reclamespot worden, flitsend maar nikszeggend. Hoe wervelend ook, het moet nog steeds aanvoelen als logische handelingen die door een personage worden uitgevoerd en het moet tegelijk even spannend en grappig blijven. Het was dus inderdaad een lange worsteling omdat die actie ook steeds groter en gevaarlijker moet worden doorheen het verhaal.

Waren er ook andere inspiratiebronnen? Je hebt het in de roman over ‘de bodem van Netflix’. Wat bekijk je zelf?

Voor dit boek wilde ik mij specialiseren in goeie actie, los van mijn vaste onderzoek in pulp. Ik heb in deze periode veel gekeken naar de betere blockbusters en ik maakte analyses over die films. Dingen als de Bournefilms, ‘Sicario’, ‘The Raid’. En vechtende Russen op YouTube, want die kunnen er wat van!

‘Wraakengel’ is heel goed geschreven en tegelijk heel trashy. Bewuste pulp. Heb je schrik dat je boek daardoor buiten literaire prijzen kan vallen of lig je daar niet van wakker?

Ik heb mezelf ingedekt. Psychologen zullen er vast een term voor hebben. Ik heb ervoor gezorgd dat ik begon te geloven dat wat ik niet kan ook niet wil kunnen. In een literair tijdperk van demente moeders en ‘ocharme ik-boeken’ moet er iets anders zijn, moet literatuur bewijzen dat het baldadig kan zijn. Er komen geen prijzen, dat weet ik, maar ik hoop wel dat ‘Wraakengel’ niet zomaar passeert. Daar lig ik wel wakker van, dat het genegeerd wordt omdat het niet makkelijk onder te brengen is onder een klassiek genre.

"Ik ben zot van geloofwaardige personages in extreme situaties."

Met Esther en Simon zet je een koppel neer zoals er wel meer zijn. Ook hun dialogen zijn heel ‘soapie’. Speelt jouw theaterachtergrond of jouw werk voor televisie daarin een rol?

Theater gaat voor mij over overdrijving, om de beperkte middelen te overstijgen. TV gaat over waarachtigheid - niet te verwarren met herkenbaarheid. Ik ben zot van geloofwaardige personages in extreme situaties en die heb ik ook in dit boek gebruikt. Ik vond het belangrijk om het banale in balans te brengen met het bovennatuurlijke.

In hoeverre laat je ook je eigen leven toe in wat je schrijft? Verwerk je echte ruzies soms als materiaal?

Dit is een zeer biografisch boek en dan bedoel ik niet enkel de passages aan de schoolpoort of de klasuitstapscènes. Maar wat echt gebeurd is, blijft privé.

"Mijn vorige boeken waren een beetje zoals Grand Theft Auto-games: daar paste geen onschuldige in."

Ook de moeilijkheden en uitdagingen die het ouderschap met zich meebrengen krijgen in ‘Wraakengel’ veel aandacht. Heeft het vaderschap jouw schrijverschap veranderd?

Dit is mijn eerste boek waar een kind in voorkomt. Omdat mijn vorige boeken een beetje zoals Grand Theft Auto-games waren: daar paste geen onschuldige in. Maar echt veranderd voel ik me niet, al voel ik wel een andere soort inspiratie nu.

Kan je werken als je zoontjes thuis zijn?

Dit interview schrijf ik met de baby in mijn hand (de versie die Vandecasteele doorstuurde, bevatte geen hoofdletters omdat hij daar beide handen voor nodig heeft, nvdr.). Zo is mijn leven nu: ik werk tijdens ‘gestolen uren’, tussen het afzetten en ophalen van oudste en tijdens de dutjes van de jongste. Veel tijd is er dus niet, maar ik werk wel des te geconcentreerder.

Als we juist hebben geteld, zit je aan boek 7. Merk je zelf evoluties in je werk?

Ja, de televisiereeks ‘Generatie B’ beschouw ik als een eindpunt van een stijl, van mijn dystopisch hedonistisch unisersum. Het begon fout te voelen om personages die de helft jonger zijn dan ik te gebruiken. En ‘Generatie B’ is gebaseerd op mijn eerste boek, dus de cirkel was rond. Nu leg ik veel meer de focus op personages, dialogen en samenwerkingen.

Tijdens de afgelopen verkiezingen was je prominent in de media aanwezig. Wij hadden een politieker roman verwacht. Of is ‘Wraakengel’ geëngageerder dan op het eerste zicht lijkt?

Deze verkiezingen waren zo flauw en ongeïnspireerd dat ze geen aandacht in dit boek verdienden. Wacht maar, mijn politieke ideeën verwerk ik in een volgende podiumproject ‘Culturo says no’ (première in de Kaaistudio’s op 5 en 6 mei, nvdr.). Dat zal gaan over hoe kritiek en verzet voorspelbaar en saai zijn geworden, hoe we niet verder geraken dan ‘awoe’ roepen en iemand als fascist bestempelen. Ik pleit voor laughtivism - ja, dat bestaat echt! Iemand kwaad krijgen, is gemakkelijk. Iemand in de war brengen, dat is kunde. En het boek hierna wordt een technothriller in de trant van ‘Massa’, maar dat onderzoek kost tijd.

Nog een laatste vraagje: wat zou je zelf doen met de superkrachten die Esther heeft?

Iemand doden.

Ik hoop dat hij een grapje maakt, maar ik voel me plots een stuk veiliger met een interview via mail. ‘Wraakengel’ is sinds 22 juli te beluisteren via storytel.com. Op 20 augustus verschijnt de papieren versie.